Door Herman Kuiphof

Eigenlijk had ik de vaderlandse competitie in gedachten, woorden en werken al uit het hoofd gezet. Maar toen vernam ik dat Ronald Koeman zijn laatste competitieduel ging spelen en dat afscheid wilde ik meemaken. Waarom? Omdat grote voetballers te allen tijde schaars zijn en Koeman zo'n grote voetballer was.

Hij is bovendien zo verstandig om niet te lang door te gaan. Ook dat is een blijk van verstand en zelfkennis. Hoe goed was hij nu eigenlijk? Laten we beginnen met te melden wat hij niet kon: sprinten. Een vederlichte aanvaller, op het juiste moment gelanceerd, kon hem als een schicht passeren. Dat is gebeurd, maar niet vaak. Ronald met zijn bizonbouw moest het hebben van een sublieme opstelling, van koelbloedig ingrijpen, van spelinzicht. En van zijn schot. Zal er iemand vaker een gave pass hebben opgehoest en vaker met duizelingwekkende vrije schoppen hebben gescoord? Er zat veel kracht in dat grote lichaam, maar nog meer subtiliteit en verzorgde techniek.

In zijn zeer jonge jaren dachten zowel kenners als supporters dat zijn broer Erwin het verder zou brengen. Die was stukken sierlijker en leek even getalenteerd en ook nog een paar stappen rapper. Maar een paar seizoenen later brak de jongste Koeman duidelijk door naar voetbalvolwassenheid. Duiken we in de historie van ons voetbal, dan rijst de vraag met wie Ronald te vergelijken was. Met Cor van der Hart? Ja, wat betreft trapvermogen en techniek. Nee, als het gaat om scorend vermogen. Met Rien Terlouw dan? Zeker niet. Terlouw was een zuivere stopperspil die nooit achter zijn voorhoede aanzat zoals Koeman dat placht te doen. Het moet een genot zijn geweest, middenvelder of aanvaller te zijn in een ploeg waar Koeman op zijn geliefde plek vóór de verdediging speelde. Beter kon een vrijgelopen speler de bal niet aangegeven krijgen.

Er ging een verbazingwekkende rust van hem uit. Of hij nu bij Ajax, bij PSV, bij Barcelona of bij Feyenoord voetbalde, hij leek altijd zichzelf. En was dat vermoedelijk ook, behalve na dat incidentje in Alma-Ata, waar hij op het dringend handgeklap van meester Haan negatief reageerde, op zoek naar een avondje stappen. Ook mocht hij een keer niet mee op een buitenlandse trip, omdat hij wegens een schorsing toch niet had kunnen spelen. Ik hoor het geharde liefhebbers nog zeggen: 'Een man als Ronald Koeman laat je niet thuis.' Maar het waren kleine rimpelingen in een carrière die 78 interlands omvatte en waaraan een einde kwam doordat de Groninger de eer aan zichzelf hield. Hoewel hij karakterologisch totaal anders is samengesteld dan Johan Cruijff, konden die twee het jarenlang bij Barcelona zeer goed met elkaar vinden. Vermoedelijk heeft Koeman daar zijn beste wedstrijden gespeeld. Geleid door de man van de verfijnde techniek en de uitgekookte tactiek, temidden van technisch zeer goed toegeruste voetballers, kon Koeman zijn defensie kneden en bovendien vaak ver van de goal verdedigen. Liefst op de helft van de tegenstander.

Hij zag er wat boers uit. Een ronde noorderling, sterk, gezond, welvarend ogend. Hoewel hij als het moest stevig kon ingrijpen, deed hij op lichaamskracht zelden een beroep. Hij had het lichaam van een beer en voetbalde graag met elegante wapens. Het was een genoegen hem te zien voetballen.