Choreograaf Wouter Brave combineert klassieke en Argentijnse dans, zang en poëzie; 'Ballet wil vliegen, tango is juist aards'

Van danser en choreograaf Wouter Brave gaat vanavond in het Holland Festival een voorstelling in première, waarin hij tango met klassiek ballet combineert. Het is niet zijn bedoeling de verschillen te overbruggen. 'Het is meer drie passen ballet, een snufje West Side Story en een stukje tango.'

El Arte del Tango van Tango Palace en het Holland Festival i.s.m. het Nationale Ballet in Theater Carré 3 en 4/6. Aanvang 20u15. Inl. 020-6225.225. In november volgt een tournee.

AMSTERDAM, 3 JUNI. Als een jongensdroom die uitkomt, zo klinkt het verhaal van de Nederlandse tangodanser Wouter Brave (43), wiens produktie El Arte del Tango vanavond in theater Carré tijdens het Holland Festival in première gaat. Hij wil in de voorstelling tango combineren met ballet. Met dat idee in z'n hoofd belde Brave vorig jaar Wayne Eagling, de artistiek leider van Het Nationale Ballet. Die zegde hem de medewerking toe van tien dansers van zijn gezelschap.

Brave had de dansers van het gezelschap twee jaar geleden leren kennen tijdens de jaarlijkse choreografie-workshop, waarvoor hij het ballet 2 Tango's maakte. “Dat was een hommage aan Hans van Manen, die in 1977 5 Tango's maakte en die de eerste is die ballet en tango met elkaar vermengde. Ik wilde m'n tanden zetten in klassiek ballet. Dat heeft me altijd aangetrokken. Deze voorstelling is een manier om dat te doen”, vertelt Brave, thuis in Amsterdam. Hij besloot zo hoog mogelijk in te zetten. “Ik had weinig verwachtingen. Na eindeloos zeuren, bellen en lobbyen en dankzij de steun van Hubert Atjak, directeur van Carré, kreeg ik uiteindelijk ook het ja-woord van het Holland Festival”.

Wouter Brave begon zijn danscarrière eind jaren zeventig op de Academie voor Moderne Dans, besloot te gaan choreograferen en raakte toen 'de weg kwijt'. “Tango staat voor passie, en dat is nou net wat ik miste in moderne dans. De intensiteit, waarmee gedanst en gemusiceerd wordt, en de manier waarop de tango emoties direct zichtbaar maakt - niets is mooier. Hoe meer ik er van te weten kwam, hoe nieuwsgieriger ik werd. Tot op het punt, dat ik er alles voor opzij zette.” Brave vertrok naar Buenos Aires, waar hij les nam bij tango-grootmeester Antonio Todaro. Na zijn terugkeer richtte hij in Amsterdam de Tangoschool op en maakte hij naam met tango-voorstellingen voor de reizende zomerfestivals Boulevard of Broken Dreams en de Parade.

Anders dan bij traditionele tangoprogramma's vormen muziek, dans en zang in El Arte del Tango niet een geheel, maar worden juist nadrukkelijk los van elkaar gepresenteerd. De voorstelling bestaat uit vier delen: een zang- en poëzie gedeelte, met zangers Nanette Curie en Juan Carlos Tajes, een deel ballet en een concert van het tango-orkest Sexteto Canyengue. In het vierde en laatste deel een optreden van Esteban Moreno en Claudia Codega, een authentiek Argentijns danspaar, en een optreden van Brave zelf, met zijn vaste partner Babette Anhalt. Tegen wil en dank, want het beoogde, tweede Argentijnse danspaar liet het op het laatste moment afweten.

“Het concept van het traditionele tangoprogramma, dat meestal sterk anekdotisch is en met een nostalgisch sausje, wilde ik vermijden. Ik wilde pure dans. Geen drama, geen verhaal. Ik wilde de tango losmaken uit de 'abrazado', de omhelzing, waarin hij traditioneel wordt gedanst. Je haalt het paar uit elkaar, en zo ontstaat de ruimte om te dansen in formaties die horen bij ballet: soli, duetten, groepen. Daarbij wilde ik het contrast tussen lyriek, dans en muziek laten zien, zodat elk onderdeel volop aandacht krijgt. Alledrie komen ze uit hetzelfde levensgevoel voort.

“Tango gaat uiteindelijk maar over energie. Virulazo, een beroemde Argentijnse danser van de vorige generatie zei het ooit zo: “De tango gaat over de sensuele, en dus niet de seksuele, energiestroom tussen man en vrouw.” Het seksuele aspect, dat roos-tussen-de-tanden-gedoe, wordt vaak overdreven omdat daar nu eenmaal een deel ligt van de aantrekkingskracht die tango op ons, noorderlingen, heeft. Het spannende, duistere ervan trekt aan.

“In tegenstelling tot Argentijnen tonen Nederlanders hun emoties niet: wij zijn dank zij onze calvinistisch-humanistische cultuur verbaal ingesteld. Wij kennen een grote geestelijke vrijheid, die in Argentinië van oudsher niet bestond. De Argentijnen tonen wat ze voelen en praten er niet over. De tango is een uiting van die cultuur. Ze nemen het leven van dag tot dag en ook dat weerspiegelt zich in de tango. Ze doen één stap, en denken daarna pas aan de volgende.”

Uitgangspunt van het tweede, ballet-gedeelte was de workshop-choreografie die Brave aanpaste en uitbreidde tot zes tango's. “Eén geheel kun je van tango en ballet niet maken”, vertelt hij over zijn aanpak. “Dat heb ik dus ook niet geprobeerd. Af en toe lukt het om tot een symbiose te komen, maar de verschillen zijn groot. Het is meer: drie passen ballet, een snufje West Side Story en een stukje tango. De enige overeenkomst tussen ballet en tango is eigenlijk dat het allebei sterke vormen zijn, aan strenge regels gebonden. Maar ballet wil vliegen, wil de lucht in; tango is juist aards. In het vele stampwerk ligt het accent op de vloer. In klassiek ballet ga je van pose naar pose en presenteer je alles direct aan de zaal. Tango is introvert, de danser vuurt zijn bewegingen af op zijn partner. Het zal me verder ook een zorg zijn, of het een symbiose wordt of niet. Als de dans maar uitdrukt, wat ik belangrijk vind. Lopen, draaien en benenvlechten, daar gaat het om. Geen poespas, niks tussen de benen door en over de schouders heen. Geen acrobatisch gedoe, in de tango ben ik traditioneel.”

Brave noemt zijn eigen ambities 'grenzeloos'. Na het Holland Festival-project wil hij proberen een tango-musical tot stand te brengen, 'een soort West Side Story, maar dan in Latijns-Amerikaanse sferen'. Een andere droom is 'de met die van de tango vergelijkbare complexiteit van de muziek van Jimi Hendrix in dans te vangen'. “Ik wil dat niet met tango doen, maar met het klassieke ballet-idioom. Dat blijkt toch een onuitputtelijke bron van inspiratie, daar ben ik nog lang niet op uitgekeken.”