Buikdansers willen erkenning; Na twee minuten wordt het doodstil

Nazir Mezro komt in juli weer naar Nederland om workshops te geven. Inl. Peter Verzijl, 030-2436007

“Ze zien het als een soort circusnummer. Ze komen om te lachen.” Het Europese publiek reageert onwennig op mannelijke buikdansers, aldus Nazir Mezro (38), die geboren is in het Syrische Damascus. Sinds zijn twintigste woont hij in Wenen, waar hij een dansstudio heeft. “Sensatiezucht, je krijgt van alles naar je hoofd geslingerd, van mannen dan”, vult collega Peter Verzijl (39) uit Nederland aan. “Maar na twee minuten dansen wordt het doodstil.” Als het publiek Nederlands is tenminste. Verzijl heeft ook wel in Turkije gedanst, en zodra het publiek daar in de gaten krijgt dat hij goed is barsten ze los in applaus en gejuich.

Mezro was afgelopen weekend op uitnodiging van Verzijl in Nederland om workshops te geven, voor het vijfde jaar inmiddels. Vier warme uren in een Utrechtse danszaal zwaait de tengere Mezro zijn heupen in alle denkbare en ondenkbare richtingen, slepend traag of in een driftig ritme dat het oog nog maar net kan volgen. Zijn handen, sierlijk gebogen, leiden een eigen leven, volgen een melancholieke fluit of de smartelijke stem van zangeres Laila Gouvran. Mezro zingt de Arabische tekst mee en vertaalt af en toe een zin: 'geef me mijn hart terug en ga', want als je niet begrijpt waar het lied over gaat kun je er ook niet op dansen. Met geconcentreerde gezichten volgen de cursisten zijn aanwijzingen. Verzijl is de enige man, een uitzondering in Nederland, waar de Oriëntaalse dans naar schatting enkele honderden beoefenaarsters kent, goede en minder goede.

Professionele mannelijke buikdansers zijn in Syrië ook niet dik gezaaid, maar er wordt niet van opgekeken als een man buikdanst. “Het Arabische publiek geniet van een danser, of het nu een man of een vrouw is”, zegt Mezro. “De dans is neutraal, niet voorbehouden aan vrouwen. Elk kind krijgt dans, zang, muziek met de paplepel ingegoten. Het is net als met praten, dat leer je thuis, niet op school.”

Volgens Mezro is het in de Arabische wereld niet raar als mannen vrouwelijk, althans 'zacht' dansen. Het is voor mannen ook normaal om met veel gevoel te zingen, of zelfs te huilen om de liefde. “Maar hier kunnen mannen daar niet tegen”, bevestigt Verzijl, “dan worden ze geconfronteerd met hun gevoel, en daar weten ze geen raad mee. Ze vinden het bovendien statusverlagend als je een - in hun ogen - vrouwendans opvoert. Wat veel zegt over hoe ze hier tegen vrouwen aankijken.”

“Ze vinden me een mislukte vrouw”, vervolgt Verzijl. “Vrouwen reageren anders. Die zien wel de seksualiteit in de dans, maar ze erkennen me als man. Ik bén een man, en ik voel me een man als ik dans.” Mezro knikt bevestigend en vult aan: “Vrouwen - Europese ja - hebben soms wel iets van: afblijven, deze dans is van ons. Quatsch.”

“In Europa denkt men bij buikdans aan het clichébeeld van mollige vrouwen die schudden met hun borsten en heupen,” vervolgt hij. “Dat is gedeeltelijk terecht, want er zijn er genoeg die na een jaartje cursus op gaan treden. Arschwackel zijn dat.” Hoewel de belangstelling voor Oosterse dans hier gestaag groeit, zou er Mezro veel aan gelegen zijn dat de dans de status van volwaardige podiumkunst bereikt. Dat men oog krijgt voor de rijke culturele traditie van de Arabische muziek en dans. “Europese klassieke muziek vormt een geheel, en de bewegingen zijn dus ook eenduidig; als een arm omhoog gaat, gaat het hele lichaam omhoog. Arabische muziek is gecompliceerd, vol tegenstellingen en schakeringen. Dat druk je bijvoorbeeld uit met isolaties, heupen die het ritme volgen, terwijl het bovenlichaam de langzame instrumenten volgt. Het duurt jaren voor je die technieken beheerst, en het duurt nog langer voor je daarmee kunt improviseren.” Mezro danst op het podium nooit met een vaste choreografie: zijn lichaam reageert direct op de muziek, zegt hij. “Het is of ik oren heb in mijn heupen, oren in mijn handen.”

Hij heeft het geleerd van zijn oom, zijn broer en zus, later van professionele leraren. Zijn ouders moedigden hem aan om te dansen. “Als ik danste zocht ik de ogen van mijn vader, en dan zag ik daarin dat ik alles kon, dat hij het ook mooi vond, zelfs als ik met mijn heupen stond te zwaaien. Als ik nu optreed, zoek ik nog altijd een paar ogen op de eerste rij, om me geborgen te voelen.” De enige die geschokt was na Mezro's eerste openbare optreden was zijn godsdienstleraar. “Maar dat heeft niets met de islam te maken”, onderstreept Mezro. “Ik ben zelf moslim, maar dit is de reactie van conservatieve mensen. Ze hebben niet alleen bezwaren tegen de erotiek in de dans, maar ook tegen het feit dat je jezelf vergeet als je danst, dat je in een roes komt. Dat is een vorm van vrijheid die ze bedreigend vinden.”