Adelsvererving

Minister Dijkstal vreest dat het aantal adellijke personen in Nederland “aanzienlijk zal toenemen” als adelsvererving via de moeder weer mogelijk zal worden (NRC Handelsblad, 17 mei). Cijfers die deze bewering kunnen ondersteunen heeft hij ondanks het verzoek van de Kamer helaas nooit verstrekt.

België (met hetzelfde adelsstatuut als Nederland) telt maar liefst vier maal zoveel adel. De minister van Binnenlandse Zaken is echter voorstander van een restrictief adelsbeleid, omdat hij “geen uitbreiding wil bevorderen van een groep personen die in de samenleving louter op grond van overerving een bepaalde status heeft die door sommigen als ongelijk wordt ervaren”. Is de verantwoordelijke minister hier wellicht bezig een soort bevolkingspolitiek te voeren jegens een ongewenste adellijke minderheid? Men kan zich afvragen waarop het verzet van Binnenlandse Zaken tegen de kennelijk zo ongelijke status van de adel in feite is gebaseerd, nu sedert de Grondwetsherziening van 1848 geen privileges aan adeldom zijn verbonden.

De stelling van de minister dat van oudsher in Nederland de regel heeft gegolden dat adeldom alleen langs mannelijke lijn vererft is onwaar. In de Middeleeuwen gold ook het erfrecht van de vrouwelijke stand. Daarnaast is in onze eeuw de adellijke naam-titelcombinatie Prins(es) van Oranje-Nassau driemaal achtereen door naamswijziging via de moeder overgegaan. Niettemin blijft de minister als een kapotte grammofoonplaat herhalen dat hier sprake is van een ingrijpende modernisering, die het historisch instituut wezenlijk aantast. Daarbij verzuimt hij te vermelden dat de wetgever in 1994 het adelsrecht radicaal heeft gemoderniseerd door adelsvererving op onwettige en adoptief kinderen mogelijk te maken. Het Kamerbesluit om nu met een initiatiefwet te komen kunnen we alleen maar toejuichen.