VIJFTIG JAAR HOLLAND FESTIVAl

A Dutch Miracle; Fifty Years Holland Festival (Globe, glo 6900)

Als je de samenstellers van de zes cd's (ruim 7,5 uur muziek) tellende doos met historische radio-opnamen van het Holland Festival moet geloven, was het 'Nederlandse wonder' na de jaren '70 wel ongeveer uitgewerkt.

Alleen de jaren '60 zijn met meer dan tien items vertegenwoordigd, de jaren '50 en '70 beide met acht, de jaren '80 en '90 samen met slechts zeven, en dat dan nog vooral dankzij vier opnamen uit het festival van vorig jaar, met werken van hedendaagse componisten (Pierre Boulez, Guo Wenjing, Richard Rijnvos en Ton de Leeuw).

Het lijkt vooringenomenheid: natuurlijk dachten ze dat het vroeger allemaal beter was, uitvoerders zijn nu eenmaal pas legendarisch als ze niet meer te horen zijn.

Gebeurtenissen uit een recenter verleden missen vaak dat aureool van historisch belang dat er later pas aan wordt gegeven.

Dat zal ongetwijfeld het geval zijn geweest met de uitvoering in de Amsterdamse Stadsschouwburg, waar de jonge tenor Luciano Pavarotti in 1966 meezong in I Capuleti e i Montecchi van Bellini.

Maar de reeks beroemde historische namen - Galina Visjnevskaja, Leopold Stokowski, Gré Brouwenstijn, Pierre Monteux, Maria Callas, Herman Krebbers, George Szell, om er maar een paar te noemen - en hun schitterende prestaties leiden tot één conclusie: dit waren stuk voor stuk uitvoeringen die in een cd-box over '50 jaar Holland Festival' niet mochten ontbreken.

Was het Holland Festival vroeger veel beter? Waarschijnlijk wel. Wat moet het heerlijk zijn geweest om het festival van 1962 te hebben meegemaakt.

Eerst in het Amsterdamse Concertgebouw een recital van Teresa Berganza, die twee dagen later in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag zong in Falstaff (met onder anderen Renato Capecchi, en met het Residentie Orkest onder leiding van Giulini), en ruim een week daarna in Amsterdam een recital van Elisabeth Schwarzkopf, begeleid door Felix de Nobel.

Schwarzkopf was het jaar daarvoor trouwens ook al in het Holland Festival opgetreden, in Le Nozze di Figaro van Mozart, ook met Carlo Maria Giulini als dirigent. En in 1952 was zij de soliste in de Vierde symfonie van Mahler, uitgevoerd in het Scheveningse Kurhaus, met Mahlers vroegere assistent Bruno Walter als dirigent van het Concertgebouworkest.

Deze opname is terecht integraal op de cd's gezet. Het bestaan ervan is overigens te danken aan een vergissing van een radiomedewerker. Gewoonlijk werden de banden - tenminste als er geen Nederlandse muziek op stond - na uitzending gewist. Mahlers Vierde symfonie bleef bewaard omdat de uitvoering volgde op een opname met een werk van Johan Wagenaar.

Een beetje vertekend is het beeld op deze cd's natuurlijk wel. Van het meer recente verleden is zoveel elders goed gedocumenteerd, dat het op deze box achterwege kon blijven. Terecht schrijven de samenstellers in de uitgebreide en mooi geïllustreerde toelichting dat bijvoorbeeld bij de opnamen van het Concertgebouworkest met opzet voorrang is verleend aan “de meer zeldzame opnamen met beroemde gastdirigenten die uit de archieven te voorschijn zijn gekomen.” Haitink en Chailly zijn immers al ruim genoeg in cd-catalogi vertegenwoordigd.

Deze cd-box is, ondanks de af en toe gebrekkige opnametechniek van vroeger (maar daar valt gemakkelijk doorheen te luisteren), een goede aanvulling op het boek van Jessica Voeten over vijftig jaar Holland Festival. Maar belangstelling voor de geschiedenis van het festival is niet noodzakelijk om van deze cd's te genieten. Houden van muziek in fraaie en soms verrassende uitvoeringen is genoeg.