Vechten om een woning

In Holland staat een huis, Ned.1, 22.52-23.45u.

Op de Nederlandse huizenmarkt is de klant allang geen koning meer. De behoefte aan koophuizen is de laatste jaren zo gegroeid dat woningzoekenden zich in de vreemdste bochten wringen om zelfs maar een bod te mogen doen. Makelaars zetten om half negen 's ochtends de beschikbare woningen op de fax. Wie zoekt in een populaire buurt moet direct toehappen - soms zonder het huis zelfs maar gezien te hebben. Een bod doen dat onder de vraagprijs ligt, is een wel heel gewaagde strategie geworden. Tegenwoordig kiest de huizenverkoper voor de koper die het meest boven de vraagprijs heeft geboden.

De populariteit van de eigen woning is gemakkelijk te verklaren. De lage rentestanden van de laatste jaren hebben de financieringskosten van koopwoningen sterk omlaag gebracht, al maken de gestegen huizenprijzen dit voordeel weer grotendeels ongedaan. Banken en andere financieringsinstellingen zijn op het moment echter ongekend gul met hun hypotheekverstrekking zodat woningzoekenden steeds meer kunnen gaan bieden. Tot frustratie van bijvoorbeeld de Consumentenbond, die vindt dat banken hun cliënten beter moeten voorlichten over wat reële woonlasten zijn.

Terwijl de banken adverteren met hypotheekrentes van 3 of 4 procent worden bewoners van huurhuizen jaar in jaar uit geconfronteerd met forse huurverhogingen - zonder dat het woongenot van die huizen in hun ogen toeneemt. Het is vooral om die reden dat ook mensen met een minder dan modaal inkomen nu op zoek gaan naar een koopwoning. Zoals de Turkse automonteur Ozcan, in de vierdelige documentaire 'In Holland staat een huis', waarvan de NCRV vanavond het eerste deel uitzendt.

Ozcan wil een nieuwbouwhuis kopen in de Haagse Schildersbuurt, vooral omdat het huis waar hij nu met zijn familie woont geleidelijk in huur is gestegen van 660 naar 1100 gulden. “Als mijn vrienden en kennissen hier het zich zouden kunnen veroorloven, en de bank hen een hypotheek zou geven, zou 60 procent een huis willen kopen”, zegt Oczan in de tweede aflevering van 'In Holland staat een huis'.

Documentairemaker Jelle Peter de Ruiter portretteert in deze serie vier gezinnen die op zoek zijn naar een ander huis. Sommigen met weinig geld, zoals de Turkse automonteur die samen met zijn zoon een huis wil kopen, anderen met heel veel geld te besteden. Zoals de communicatiedeskundige die genoeg heeft van de files en de drukte in de Randstad, met zijn gezin naar Drenthe wil vluchten, maar vrouw en kinderen alleen omgekocht krijgt met de belofte van een eigen paardenstal en een zwembad in de tuin. Aflevering drie gaat over een wijnhandelaar die niet wil kopen, maar juist moet verkopen omdat zijn zaak ten gronde is gegaan.

Naast de portretten van de kopers en vragers op de huizenmarkt komen ook de bemiddelaars, de makelaars, in de documentaire ruimschoots aan bod. Zij vertellen - min of meer terloops - over allerlei aspecten van het koopcontract en de hypotheekverstrekking en over de ins en outs van de onderhandelingen tijdens koop en verkoop. Een makelaarskantoor op de Haagse Statenlaan is de spil in de documentaire: in de eerste aflevering laat De Ruiter zien hoe daar op iedere werkdag vanaf acht uur het gevecht om de woningen van start gaat. Een gevecht waarin, zo blijkt, heel veel is toegestaan.

De documentaire 'In Holland staat een huis' geeft geen al te vrolijk beeld van de spelers op de Nederlandse huizenmarkt. Misschien niet onlogisch, gezien het feit dat Jelle Peter De Ruiter tevens de maker is van de documentaire 'Eigen schuld' over stille armoede in Nederland. Deze driedelige documentaire, vorig jaar april door de NCRV uitgezonden, was de best bekeken documentaire van de publieke omroepen in 1996.