Turkse coalitie wil nieuw mandaat van volk

ANKARA, 2 JUNI. De moslim-fundamentalistische Turkse premier, Necmettin Erbakan, draagt later deze maand het premierschap over aan zijn coalitiepartner, Tansu Çiller, van de conservatieve Partij van het Juiste Pad (DYP). Nog voor het eind van dit jaar worden in Turkije vervroegde verkiezingen gehouden.

Dat maakten Erbakan en Çiller gisteren bekend op een gezamenlijke persconferentie in Ankara, die vrijwel door alle televisiekanalen rechtstreeks werd uitgezonden. Of dit plan doorgaat hangt in belangrijke mate af van de opstelling van president Demirel.

Volgens de grondwet is het uitgesloten dat coalitiepartners het premierschap onderling regelen als daarover in het regeringsprotocol geen duidelijke afspraken zijn gemaakt. In de oorspronkelijke overeenkomst tussen Çiller en Erbakan wordt van een roulerend premierschap gesproken: de eerste twee jaar Erbakan en vervolgens Çiller. Dat deze afspraak wordt versneld, vloeit volgens de coalitiepartners voort uit de noodzaak om vervroegde verkiezingen uit te schrijven. Maar het principe van gelijkwaardigheid van de partners blijft immers gehandhaafd.

Demirel heeft de leider van de DYP gisteravond tijdens een ontmoeting op het presidentiële paleis duidelijk gemaakt dat hij zich aan de letter van de wet zal houden. Daardoor is het volgens sommige kranten vanmorgen dan ook nog onduidelijk of Çiller en Erbakan hun zin krijgen. De mogelijkheid bestaat dat Demirel de op een na grootste partij in het parlement, de rechts-liberale Moederlandpartij, eerst in de gelegenheid stelt om een regering te vormen als Erbakan het premierschap uit handen geeft. De DYP is de derde partij.

Erbakan, die sinds enkele maanden onder curatele staat van het leger, dat de uitwassen van de politieke islam wil tegengaan, maakte gisteren een uiterst zelfverzekerde indruk. Erbakan onderstreepte dat de verkiezingen het karakter van een referendum zullen hebben. “Het Turkse volk zal duidelijk maken wie het steunt. Ofwel deze regering, ofwel de linkse ideologie die de oppositie vertegenwoordigt.” Volgens de premier beoogt de oppositie, die zich achter het leger verschuilt, een één-partijsysteem, zoals tot aan het eind van de jaren veertig in Turkije. De huidige coalitie van zijn fundamentalistische Welvaartspartij en de DYP zou juist modernisering en verdere democratisering voorstaan.

De leider van de Welvaartspartij zette hiermee indirect ook zijn gevecht voort met het leger, dat zichzelf ziet als de beschermer van het wereldlijke karakter van Turkije. De legerstaf heeft zich van het begin af aan tegen het aan de macht komen van de politieke islam gekeerd. In de vorm van een 18 punten tellend dictaat werd Erbakan eind februari de wacht aangezegd. Een van de belangrijkste punten is de hervorming van het Turkse onderwijs. De militairen eisen onder meer dat de regering nog voor het nieuwe schooljaar in september begint het verplichte basisonderwijs van vijf naar acht jaar verlengt. Deze dwingende boodschap werd zaterdag tijdens een vergadering van de Nationale veiligheidsraad nog eens herhaald. Hiermee wil men voorkomen dat jongeren al op 11-jarige leeftijd naar het religieuze vervolgonderwijs doorstromen, zoals circa 20 procent van hen nu doet. De angst is dat hierdoor een nieuwe generatie Turken opgroeit met een sterke oriëntatie op de islam. Erbakan vindt dat het in een democratie niet aan het leger is om de politieke ontwikkelingen te dicteren, maar dat dat de taak is van parlement en regering.

De Welvaartspartij staat een liberale invulling van de seculiere gedachte in Turkije voor, terwijl het leger en de seculiere meerderheid in het land de staatscontrole op de islam willen handhaven. Dat is de reden waarom Erbakan de vervroegde parlementsverkiezingen als een referendum omschreef. Als de huidige coalitieregering erin slaagt om een nieuw mandaat van het volk te krijgen, is dat een belangrijke steun in de rug voor de Welvaartspartij. Erbakan sloot dan ook niet uit dat zijn partij en de DYP een lijstverbinding zullen aangaan. De islamitische pers berichtte al eerder dat de Welvaartspartij en de DYP ernaar streven om ook de rechtse splinterpartijen onder die papaplu te verzamelen.

In tegenstelling tot Erbakan maakte Çiller gisteren een matte indruk. De algemene indruk is dat zowel de DYP als Çiller slechts op grond van de noodzaak om politiek te overleven de associatie met de Welvaartspartij voortzet.