PvdA raadpleegt BVD over volksvertegenwoordigers

DEN HAAG, 2 JUNI. De PvdA wint bij de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) inlichtingen in van zijn volksvertegenwoordigers als er ernstige verdenkingen aan de orde zijn. Dit heeft de directeur van het partijbureau, V. Verhoeven, vandaag bevestigd.

Verhoeven wil desgevraagd niet zeggen hoe vaak de PvdA de BVD heeft ingeschakeld, maar onderstreept wel dat het weinig voorkomt. “Je praat dan over zeer bijzondere, op zichzelf staande gevallen.” De informaties worden 'via informele kanalen' ingewonnen.

Verhoeven komt met zijn mededelingen naar aanleiding van een kwestie in Beverwijk, waar een gemeenteraadslid van de PvdA, F. Yerlibucak, beschuldigd werd van het onderhouden van contacten met de Grijze Wolven, de extremistische nationaal-Turkse organisatie. Navraag van de PvdA bij de BVD leerde vervolgens dat de beschuldigingen ongegrond waren. Volgens de PvdA-directeur is Yerlibucak achteraf geïnformeerd dat hij bij de BVD onderzoek naar zijn verleden was verricht.

Verhoeven weerspreekt dat de PvdA het verleden van vertegenwoordigers in gemeenteraden, provinciale staten en Tweede Kamer vooraf wil onderzoeken. “We gaan er voor honderd procent vanuit dat mensen te goeder trouw zijn en dat willen we zo houden”. In 1993 meldde de Amsterdamse hoofdcommissaris van politie E. Nordholt dat een criminele organisatie pogingen had gedaan om door te dringen in de plaatselijke gemeentepolitiek. Later bracht de hoofdstedelijke PvdA naar buiten dat een 'niet-prominent lid' verdacht werd van deelname aan een Turks-Nederlands heroïne-syndicaat. De betrokkene stond in het voorjaar van '93 korte tijd op de kandidatenlijst van de Amsterdamse raadsfractie.

Andere politieke partijen ontkennen desgevraagd dat zij het verleden van hun vertegenwoordigers zo nodig laten nagaan door de BVD. VVD-woordvoerder P. Ginjaar: “Het behoort bij ons niet tot de procedure en voor zover we kunnen nagaan is het ook nooit gebeurd.” D66-woordvoerder I. van Dam: “Het is bij ons volstrekt ondenkbaar”. En CDA-woordvoerder G. Groenendijk: “Wij doen dit niet, maar we voeren intern wel discussie hoe we kunnen voorkomen dat kandidaten met een verkeerde achtergrond doordringen tot functies.”