Pinguïns in de Arena

Vanuit vak 419 rij 11 stoel 26 kun je de knoop in de veters van Babangida zien. Ik bedoel: er is in principe helemaal niks mis met het nieuwe stadion in Amsterdam-Zuidoost. Je zit hoog en droog met een loepzuivere kijk op het gewoel daar beneden. En bovendien schijnt de ondergaande zon heel mooi door het dak (tegen NAC) en ruist de regen aangenaam (tegen AZ). Zoveel kan ik daags na het einde van dit seizoen wel zeggen.

Toegegeven: de Arena lijkt meer op een sporthal of eigenlijk theaterzaal dan op een voetbalstadion. Maar dat was toch de utopie van de voorzitter van Ajax: voetbal voor het hele gezin, met vette bek en applauswissel toe. En zo is het ook gegaan. Voetballen kijken in de Arena is een uitje tussen rustige, deskundige toeschouwers. Geen onvertogen woord gehoord, laat staan een werpster of een ijzeren staaf zien langskomen. Het stenen tijdperk heerst nu op afgelegen veldjes langs de snelweg.

Dat de spelers nooit meer nat kunnen worden heeft iets steriels, dat de meeste bezoekers ook overvalt. De enigen die door de wedstrijd heenpraten zijn de bezoekende supporters; die hebben nog niet het juiste Arena-gevoel. Het zijn onvervalste bekkensnijders, die aan mijn rechterhand opgesloten zitten in een aquarium van onverwoestbaar glas. Later in het seizoen is er ook nog een soort visnet overheen gelegd om uitgaande en inkomende voorwerpen tegen te houden. Maar daaronder hoor je nog wel gesmoord “O, wat zijn die joden stil”, om één van rustiger leuzen aan te halen. Het handjevol bezoekende fans overstemt met gemak de tienduizenden kunstminnaars uit Amsterdam en wijde omgeving.

De genieters willen op hun wenken bediend worden, want het zijn uitslagen van 4-0 of 5-1 die men op bestelling verwacht. Daarom is het zo aardig dat het even niet wil met Ajax. Niet alles is te koop en zeker vorm niet. Je kunt de begroting verviervoudigen, maar de stijfheid in de spieren verjaag je er niet mee.

Het gros van de museumbezoekers wil daar niets van weten: je hebt een seizoenkaart gekocht en nu moet alles lukken. Dieptepunt was het fluitconcert waarmee Kluivert werd overladen, toen hij half geblesseerd de bal miste.

Nee, van grote liefde is geen sprake, want die bewijst zich in tijden van tegenspoed. Amsterdam is, anders dan Rotterdam, geen voetbalstad. Er is geen echte noodzaak. Maar één ding is zeker: na de 4-1 nederlaag op 22 november 1978 tegen Honvéd Budapest wist ik dat het weer goed zou komen. Terwijl ik ook wist dat alle gepraat over de onoverwinnelijkheid van Ajax nergens op sloeg. Succes is even vluchtig als een opiniepeiling. De club uit Eindhoven zou dit seizoen zijn eigen dieptepunten meemaken.

Ajax is niet het slachtoffer van wanbeheer in de Arena, zoals Van Gaal suggereert. De club heeft zelf onomwonden gekozen voor de vermenging van sport en entertainment, voor een verstrengeling van voetbal en zakenleven. En nu is men ineens geen baas in eigen huis meer. Straks zullen we zien dat het kerstconcert van BZN belangrijker is dan een wedstrijd van Ajax, eenvoudig omdat het eerste meer opbrengt. Of de grasmat na zo'n megaconcert helemaal verpieterd is, lijkt alleen een probleem voor de opzichtig falende Heidemij.

De uitkomst kan niemand echt verbazen. Directeur Gaasterland heeft zijn benoeming in het multifunctionele stadion te danken aan zijn hardhandige inzet bij de promotie van de overigens veel te dure compactdisc in Nederland. En Gaasterland doet waar hij goed in is: 'family-entertainment' en reclame. Alleen al de oorverdovende herrie in de rust van een wedstrijd, wanneer van grote schermen reclameboodschappen door het stadion schallen, terwijl je intens verlangt naar rust. Een wedstrijdanalyse met je buurman is onmogelijk.

Het fijne weet je er natuurlijk niet van, maar volgens mij ligt het niet aan Van Gaal. Luister hoe hij in het Algemeen Dagblad zijn lichaamstaal beschouwt: “Ik heb een belachelijke loop. Moet je kijken. Die buik vooruit, de rest van mijn lijf rechtop. En ik kijk altijd iedereen recht in het gezicht aan.” Dat is de gang van de bozige bovenmeester, niet de wendbaarheid van de belastingvrije wereld van Schiphol waar de voorzitter zijn wortels heeft liggen. Soms twijfel je wanneer hij niet over de gekte rond Ronaldo maar over zijn 'commerciële potentie' spreekt. Toch waren zijn jaren mooi, vooral die avond in Wenen.

Het is nu tijd om het succes uit te baten. De bestuurders van Ajax doen het met overtuiging. De club heeft bij de verhuizing naar de Arena werkelijk niets onbenut gelaten om het stadion in de Watergraafsmeer te gelde te maken. Stukjes van het doelnet, sprietjes van de grasmat in plastic gegoten, zilveren herdenkingsmunten, alles is verkocht voor belachelijke bedragen. De toegangsprijzen in een nieuwe stadion zijn daar een voortzetting van. Daarover wordt heel erg geklaagd om mij heen.

U leest Ajax Life niet, het blaadje van de supportersvereniging. Ik wel. Een paar snippers aandacht voor waar het om gaat: voetbal. Verder is het een aaneenschakeling van advertenties: horloges met het Ajax-logo voor 1.600 gulden, een avondje uit in het Holland Casino, haarimplantatie met een laser door Gerard Joling. Daartussendoor verslagen van de Miss-Ajax verkiezing.

In de Arena was het ondertussen koud, heel koud. Vaak heb ik rillend op mijn klapstoeltje gezeten, na een klimtocht door het kille trappenhuis van de Arena. Op de valreep nog even de resultaten: 1-0; 3-0; 2-2; 1-1; 1-1; 2-1; 1-0; 5-0; 0-2; 2-0; 3-1; 2-0; 1-0; 1-1; 3-0; 3-2 en tot slot gisteren 4-0 tegen Vitesse. Een huiveringwekkende reeks: slechts één keer werd verloren en dat in een seizoen waarin het toch niet wilde lukken. We hebben veel geleden, ook mijn vaste buurvrouw die de ene lolly na de andere opvrat. Memoires van een seizoenkaarthouder.

In het nieuwe seizoen zijn de prijzen tien procent hoger, terwijl de prestaties met een veelvoud naar beneden zijn gegaan. Zoiets heet 'marktwerking', helemaal begrijpen doe je het niet. Van Maarten Oldenhof, algemeen directeur van A.F.C. Ajax kregen we een brief met de ontwijkende zinnen: “Om te komen tot een zo evenwichtig mogelijk prijsbeleid heeft Ajax besloten de prijsverschillen tussen de verschillende vakken aan te passen.” Ik durf te wedden dat niemand minder is gaan betalen. Morrend heb ik het bedrag - zestig gulden meer - overgemaakt. Wel kankeren, toch komen, zoiets.

Ondanks alle scheve gezichten bij Ajax over de deal van de KNVB met Sport 7, lijdt de club steeds meer onder belangenvermenging. De treurige show bij de opening van de Arena mag voor zichzelf spreken. Maar daar hebben Gaasterland, Van Praag en Zadelhoff - die om voor mij onverklaarbare redenen bij de opening naast de onkreukbare prins Claus zat - allemaal niks mee te maken.

Vergeten lijken de belangrijke woorden die Johan Cruijff enkele jaren geleden sprak bij de opening van de Ajax-tentoonstelling in de Beurs van Berlage: “Ajax dat is een culturele manier van doen.” In de zucht naar groot, groter, grootst lijkt Ajax alles te zijn vergeten wat de club zo aardig maakt. Wat is dat nou: afscheid nemen op een dubbeldekker in een betonnen gracht?

Zo zijn we opgescheept met een zakensport die wel over de kop moet slaan. Voor iemand die na de oorlog en zelfs na de watersnood is geboren liggen grote daden van verzet en wederopbouw niet in het verschiet. We moeten ons behelpen met kleine, stille triomfen van ongehoorzaamheid. Maar ik heb wel besloten om nooit in het stadion te betalen met de plastic rekeneenheid van de Arena, die met een verdwijntruc van je daalder een gulden maakt. En verder zal ik geen decoder aanschaffen en nooit naar een Sport 7 kijken. Het zijn kleine daden, maar ze zullen o zo belangrijk blijken.

Ajax heeft zich lang onttrokken aan de overmacht van het geld, maar raakt nu buiten adem. Voorlopig hoogtepunt is het driedelige pak uit de PC Hooftstraat waarmee de coaches zich hebben uitgerust. Ik denk nog steeds dat voetbaltrainers een regenjack horen te dragen waar het colbertje handbreed onderuit kreukelt. Maar als ik nu vanuit vak 419 rij 11 stoel 26 naar de dugout aan de overkant tuur dan zie ik drie pinguïns. Dat zijn trouwens mijn lievelingsbeesten, omdat ze zo ontroeren door hun onhandige houding.