Nipo stelt vast: middelloonpensioen zeer onpopulair; Huidig pensioen lijkt heilig

ROTTERDAM, 2 JUNI. Doet de regering wat het volk wil, is het volk nog niet tevreden. Slechts twee beleidsopties om de kosten van de vergrijzing in de volgende eeuw (na 2010) te bestrijden mogen op instemming rekenen van het Nederlandse volk, zo bleek vorig jaar uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Maatregelen als verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar en verlaging van uitkeringen als 'de jeugd van tegenwoordig' over 40 jaar AOW krijgt, werden in de enqûete weggestemd.

Het kabinet nam de voorstellen met een maatschappelijk draagvlak: de oprichting van een fonds om de toekomstige betaling van het basispensioen AOW te garanderen en een wijziging van het pensioensysteem. Het materiaal is explosief. Politici die aan de AOW sleutelen, lopen grote risico's, zoals het CDA bij de laatste Kamerverkiezingen heeft ondervonden.

Het links-liberale kabinet doet het anders. Om de pensioenkosten beter te beheersen moet het aanvullend (bij de werkgever opgebouwd) pensioen niet langer gebaseerd zijn op het laatst verdiende salaris. Pensioen moet gekoppeld worden aan het gemiddeld tijdens een loopbaan verdiende loon.

Vorige week bleek uit een onderzoek van het NIPO in opdracht van verzekeraar Aegon een opmerkelijke ommekeer. De steun voor een pensioenuitkering die gebaseerd is op het laatst verdiende loon (eindloon) is overweldigend en de twijfel over de financiering van de AOW blijkt groot, ondanks de oprichting van een AOW-fonds om de toekomstige uitkeringen zeker te stellen.

In het Aegon-onderzoek zegt 76 procent van de mensen die nu aan hun pensioen werken dat zij een voorkeur hebben voor een pensioen dat is gebaseerd op het laatst verdiende loon. Zes maanden geleden peilde het SCP juist een voorkeur van 69 procent voor een middelloonpensioen. Het kabinet begon vorig jaar op prinsjesdag met een pleidooi voor middelloon pensioen als onderdeel van een versobering van het Nederlandse pensioenstyeem. Deze versobering zou het stelsel betaalbaar moeten houden.

Hoe is het grote verschil in uitkomsten te verklaren? Een woordvoerder van Aegon zegt desgevraad dat in de vraagstelling was ingebouwd dat een middelloon over het algemeen lagere financiële uitkomsten dan een eindloonpensioen oplevert. Het SCP had vorig jaar het publiek commentaar gevraagd op de stelling 'De hoogte van het pensioen moet afhangen van het loon dat tijdens het gehele arbeidsleven is verdiend en niet aan het laatst verdiende loon'.

De steun voor het eindloon pensioen strookt aardig met de verwachtingen die de onderzochte Nederlanders in het Aegon-onderzoek uitspreken: 86 procent wil na het pensioen de dingen blijven doen die zij nu doen. Zeven procent wil ook nog nieuwe dingen doen.

De roep om versobering door de regering wordt niet gedeeld door de mensen die op dit moment hun pensioen opbouwen: 48 procent vindt het pensioen in zijn algemeen gesproken aan de lage kant, 37 procent vindt de verwachte uitkering ongeveer goed. De pensioengerechtigen die het NIPO voor Aegon ook heeft gepeild zijn positiever: 46 procent vindt hun pensioen ongeveer goed, 35 procent zegt: aan de lage kant. Over hun eigen pensioen zijn de ondervraagden over het algemeeen wat positiever.

Het middelloon krijgt afwijzende reacties, het vertrouwen dat de overheid de AOW op peil zal houden is tanende en dat ondanks de oprichting van een AOW-fonds. Zes van de tien ondervraagden die nog voor hun pensioen werken verwachten dat de AOW lager zal zijn tegen de tijd dat zij met pensioen gaan. Dat percentage is hoger naarmate de mensen jonger zijn. In de groep van 18 tot 34 jarigen wantrouwt 75 procent de houdbaarheid van de AOW.

Een gouden markt voor pensioenfondsen en verzekeraars, zeker als zij doen wat het publiek wil: meer keuze op aspecten als de datum van pensionering (37 procent wil dat), de hoogte van het pensioen (29 procent) en de inruil van overwerk en vakantiedagen voor meer pensioen (16 procent).

De achterban van de pensioenfondsen, werkgevers en werknemers, lijkt te luisteren. Extra keuzes bieden is ook een element in het advies van de Sociaal Economische Raadaan de regering.