Na die zege heb ik te veel kroegen gezien

Als mensen mijn naam horen, denken ze altijd aan de Ronde van Vlaanderen. Die won ik in 1974. Toch was dat voor mij niet de mooiste overwinning. Die boekte ik in de Catalaanse Week, in de week voorafgaand aan die bewuste Ronde. Ik had de eerste etappe gewonnen. Daarna reed ik in de leiderstrui, maar die verloor ik in de laatste etappe aan Joop Zoetemelk - een ploegmaat van me!

Dat zette kwaad bloed. Tijdens de Ronde van Vlaanderen zat ik me daarover nog steeds op te vreten. De agressie die dat teweegbracht, heeft ongetwijfeld geholpen bij het winnen van de Ronde. Als je dan als eerste over de streep gaat, weet je niet wat je overkomt. Iedereen komt op je af, je bent op slag een beroemdheid.

Ik was nog erg jong, 22. Achteraf denk ik dat het goed was geweest als mensen om me heen me toen uit de wind hadden gehouden. Helaas is dat niet gebeurd. Voor jonge rijders is begeleiding erg belangrijk. Ik reed weliswaar in de ploeg van een ervaren renner als Zoetemelk, maar hij was er de man niet naar om je te begeleiden. Als hij in een jaar tijd tien woorden tegen je zei, was het veel.

Na die zege ben ik te veel van het leven gaan genieten. Een kroegje op z'n tijd, dat soort dingen. In 1979 ben ik uiteindelijk vrij rigoureus gestopt. Ik had alles meegemaakt en was het wereldje behoorlijk zat.

Ik heb toen ook alle aandenkens - de truien, de trofeeën - in de vuilnisbak gedaan. Achteraf vind ik dat wel jammer. Niet eens voor mezelf, meer voor die mensen die me nog weleens vragen of ik niet een shirtje voor ze heb. Want ik word nog steeds herkend. Dat is toch wel mooi, na al die jaren nog steeds die erkenning.