Miljoenenraces lopen uit op een fiasco

ROTTERDAM, 2 JUNI. De twee geldraces in de atletiek zijn op regelrechte mislukkingen uitgedraaid. Van een spetterende tweekamp was in beide gevallen geen sprake. Michael Johnson raakte vannacht in Toronto halverwege de 150 meter tegen Donovan Bailey geblesseerd aan zijn linker bovenbeen en ook Noureddine Morceli liep zaterdag in Hengelo de twee mijl niet uit. De Algerijn bleek lang niet bij machte Haile Gebrselassie te volgen.

“Ik moet maar eens naar de dokter”, zei Morceli na afloop. “Zulke dingen gebeuren in de atletiek”, was het commentaar van Johnson.

Bailey had echter grote twijfels over de blessure van zijn opponent en noemde hem a chicken (lafaard). “Hij deed maar alsof. Hij wilde gewoon niet verliezen”, zei de Canadees over zijn concurrent. Bailey, die anderhalf miljoen dollar opstreek, lag duidelijk voor op Johnson toen de Amerikaan naar zijn been greep en zijn weg hinkend vervolgde. “Ik voelde al snel kramp, daarna ging het weg, maar kwam het weer heviger terug”, aldus Johnson.

Bailey had, zo verkondigde hij naderhand, zijn tactiek er op afgestemd om Johnson te dwingen zich te forceren. “Ik wilde hem verrassen met een supersnelle start. Dat lukte”, vertelde Bailey, die luid werd toegejuicht door het thuispubliek in Toronto. “Ik zal altijd en overal van hem winnen.”

In een tweekamp is de kans op een teleurstelling groot. Als één van de twee deelnemers, zoals de afgelopen twee dagen bleek, niet fit is of een blessure oploopt, draait het op een fiasco uit. Dat zag Jos Hermens, organisator van de wedstrijd in Hengelo, ook in. Hij wil in de toekomst wel meer van dergelijke races houden, maar zal dan wel meer kanshebbers - drie of vier - uitnodigen om zo het risico op een mislukking uit te sluiten.

Bailey zei na zijn overwinning in Toronto dat hij geen behoefte had aan een revanche tegen Johnson. “Ik wil zulke races wel lopen, maar dan tegen andere 100-meteratleten. Die doe ik tekort als ik tegen iemand als Johnson loop.” Bailey, olympisch kampioen en wereldrecordhouder op de 100 meter, had kort voor de start nog geprotesteerd tegen de kwaliteit van de baan die anders zou zijn geweest dan was afgesproken. Hij negeerde het advies van zijn trainer om zich terug te trekken. “Ik loop toch, voor mijn land en voor mijn familie”, zei de Canadese Jamaïcaan.

Bailey maakte een zelfverzekerde indruk. Johnson was duidelijk nerveuzer. Hij kwam ook minder snel uit het startblok dan zijn tegenstander. Bailey, die op een roodkleurige baan liep en Johnson op een blauwe, passeerde de Amerikaan al in de bocht. Als 100-meterspecialist is Bailey het niet gewend om in bochten te lopen. Zijn tijd over de eerste 50 meter was 5,74, van Johnson 5,83. Na 100 meter 10,24 tegen 10,63, maar toen had Johnson al naar zijn been gegrepen. Bailey kwam er pas vlak voor de finish achter dat zijn opponent hem niet meer op de hielen zat. Dat zag hij toen hij even omkeek. Zijn tijd, 14,99, viel tegen. “Ik kan veel harder”, zei hij. Hij kreeg na afloop een slap handje van Johnson.

De Sky Dome was in tegenstelling tot eerdere berichten bij lange na niet uitverkocht. Er zaten in Toronto ongeveer 25.000 toeschouwers. Die zagen in het voorprogramma van de grote race eerst nog vijf andere tweekampen. De sfeer in de immense hal was kil. Dat veranderde enigszins toen Bailey en Johnson op het toneel verschenen voor hun miljoenenrace.

Vorige week waren er nog de nodige problemen over de financiën. Uiteindelijk stelde een Canadese zakenman zich garant. Beide atleten ontvingen een startgeld van 500.000 dollar en Bailey kreeg als winnaar nog een miljoen extra.

De winnaar in Hengelo, Gebrselassie, kreeg geen winstpremie van een miljoen dollar. Om die te kunnen toucheren had hij onder de acht minuten moeten lopen en de kleine Ethiopiër bleef net boven die limiet, 8.01,08 minuut. Het betekende wel een wereldrecord op de twee mijl en daarom zei de atleet toch heel blij te zijn. “Haile geeft niet om geld”, zei zijn manager Hermens. Gebrselassie greep desondanks meteen na de finish naar zijn hoofd toen hij zijn tijd zag staan. Vrijwel direct keerde de lach op zijn gezicht terug. Op de schouders van landgenoten werd hij langs de tribunes gedragen.

Gebrselassie had de pech dat hij op het rechte eind een stevige bries tegen had. “Dat heeft me twee à drie seconden gekost”, rekende hij uit. Bovendien had de eerste haas, Morceli's landgenoot Benzai, het tempo te laag gehouden. Morceli raakte al na één ronde achterop. Gebrselassie begreep niet waar zijn opponent bleef. Dat zag hij pas na een blik op het grote scherm in het stadion. Bij het ingaan van de laatste ronde stapte de Algerijn uit de baan en staakte de strijd. Hij zei zich niet fit te voelen. Al tijdens zijn trainingskamp in het Amerikaanse Albuquerque had hij wat problemen gehad, maar bij aankomst in Nederland waren die weg.

Toch nam Hermens het Morceli kwalijk dat hij niets over zijn gesteldheid had gemeld. “Als ik het had geweten, had ik een extra haas ingezet”, aldus de organisator.