Kippenvel van een Ferrari

Voor de meeste Italianen is er maar één auto die vlammend rood mag zijn. Zeg la rossa en iedereen weet waarover je praat. Ferrari. Het is een mythe, een droom, een passie voor het leven. “Kijk hoe ik kippenvel krijg als ik erover praat”, zegt een Romein die met vrouw en kinderen naar het feestje is gekomen waarmee Ferrari dit weekeinde zijn vijftigste verjaardag heeft gevierd.

“Voor mij betekent Ferrari alles. Na mijn gezin, maar meer dan Italië, meer dan alles wat u kunt bedenken. Ferrari is het mooiste van de wereld.”

Met hem hebben tienduizenden autoliefhebbers hun hart opgehaald. Zo'n 270 Ferrari's uit heel de wereld zijn met hun eigenaars naar Rome gekomen, gewone modellen en raceauto's, van de eerste 125 S uit 1947 tot de F-310B waarmee Michael Schumacher drie weken geleden de Grand Prix van Monaco won. Nog nooit zijn er zoveel oude en nieuwe Italiaanse raspaardjes bij elkaar geweest.

Zaterdag waren de glanzende bolides te zien in een atletiekstadion in Rome. Het publiek moest achter de hekken blijven, dus het was verlekkerd kijken naar al die tijdloze schoonheid zonder iets te kunnen aanraken. Naast elkaar stonden ze op het grasveld in het midden of op de sintelbaan. De goudkleurige 250 GT Coupé die van Ingrid Bergman is geweest. De rode 375 waarin de Argentijnse coureur Froilan Gonzales in 1951 de G.P. van Engeland heeft gewonnen, de eerste Formule I zege van het Italiaanse automerk. Een gele Dino 206 GT, een van de meest eigenzinnige modellen, ontworpen door Pininfarina. Een paar rode 365 GTB's, bijgenaamd Daytona, omdat in 1967 drie van deze auto's tegelijktijd over de streep kwamen in de 24 uur van Daytona. En maar liefst zes 250 GTO's, een versie waarvan er tussen 1962 en 1964 maar 33 zijn gemaakt en die te boek staat als de duurste oude Ferrari - een verzamelaar heeft meer dan dertien miljoen gulden betaald voor dit model.

“Ferrari is een internationale mythe”, zegt een man die zich op de tribune staat te vergapen. “Het is een van onze identificatiepunten, zoals het nationale elftal, zoals het Colosseum. Het behoort tot de belangrijkste waarden die Italië te bieden heeft.”

Daarom is die vijftigste verjaardag een soort nationaal feest geworden dat na de opening in Rome deze week nog een beetje doorgaat, langs de route van de historische rally Mille Miglia. Gistermorgen trok de stoet van 270 auto's in een overwegend rood lint langs de belangrijkste toeristische bezienswaardigheden van Rome. De leiding van Ferrari had ook de paus op het Sint Pietersplein naast een van hun auto's willen fotograferen, maar die wilde zijn bezoek aan Polen er niet voor afzeggen. Eindpunt was het Circus Maximus. In het antieke Rome draaiden de renpaarden met strijdwagens hier hun rondjes. Nu was het paardje aan de beurt, il cavallino, zoals Ferrari ook wel wordt genoemd naar zijn beeldmerk, een steigerend paard. Op het Circus Maximus en langs de Thermen van Caracalla werd in de regen de race herhaald waarmee Ferrari in 1947 zijn eerste overwinning binnenhaalde. Er was een nieuwe laag asfalt over de weg gelegd, om te voorkomen dat de kostbare raspaardjes zouden blijven steken in een van de traditionele kuilen. Toch reden de meeste trotse autobezitters uit voorzichtigheid in slow motion - in het dagelijkse verkeer wordt er harder gescheurd op dit stukje weg. Schumacher gaf wat demonstraties met slippen en optrekken, en er was een echte pitstop (6.23 seconden).

“Geen andere automaker in de wereld heeft zo'n prestigieuze naam”, zei Gianni Agnelli, wiens familie sinds 1969 behalve Fiat ook Ferrari controleert. “Ferrari heeft meer races gewonnen dan welke fabrikant ook.” Het bedrijf zelf vermeldt trots “vijfduizend overwinningen, op alle racebanen in de hele wereld en in alle specialiteiten”.

Duizenden mensen trotseerden de regen. Sommige raceauto's van vroeger werden bestuurd door de coureurs die er overwinningen mee hebben behaald. “Het is instinct, passie, mythe”, zei een toeschouwer. “Ik zal nooit een van deze auto's kunnen kopen, maar daar zit ook de aantrekkingskracht en de magie in: je kan er je hele leven van dromen.”