Joyeuze Messiaen van pianist Harvey

Concert: Michael Kieran Harvey, piano. Vingt Regards sur l'Enfant-Jésus van Olivier Messiaen. Gehoord: 30/5, Concertgebouw Amsterdam.

Hij oogt vriendelijk en een tikkeltje nonchalant, als hij in een fel gekleurde blouse en met zijn hand in de zak de lange trap afloopt naar het podium in de Grote Zaal van het Concertgebouw. De Australische pianist Michael Kieran Harvey herinnert je al bij opkomst dat ook het selecte gezelschap van meesterpianisten eigenlijk een circuit vormt van Grijze Muizen.

Presentatie en repertoire van de grote meesters zijn tot op zekere hoogte uitwisselbaar, en die keren dat twintigste-eeuwse muziek een substantieel onderdeel vormt van een prestigieus recital zijn te tellen op de vingers van één hand.

Neem dan de 36-jarige Michael Kieran Harvey. Vrijdag zorgde hij voor een memorabele afsluiting van het jubileumseizoen van Riaskoffs serie Meesterpianisten met een briljante en historiserende visie op de Vingt Regards sur l'Enfant-Jésus van Olivier Messiaen, een pianocyclus van liefst twee uur lengte, twintig delen, tweeduizend maten en een kloeke 177 pagina's barstensvol noten. Het is bovendien een compositie met een moeilijkheidsgraad die zonder weerga is in de pianoliteratuur.

De betrekkelijk onalledaagsheid van deze compositie inspireerde Harvey tot het houden van een tweetal korte introducties - wie uit principe hedendaagse muziek speelt, mag de didactische kant niet verwaarlozen, zo is de opvatting van de gedreven pianist, die in 1986 de derde prijs won op het Franz Liszt Concours in Utrecht. “In religiositeit en virtuositeit heeft Messiaen veel gemeen met Liszt”, benadrukte hij.

En dàt was te horen. Nooit eerder beluisterde ik zo'n in de romantiek verankerde, klavierleeuwachtige vertolking van dit kolossale werk. Niet bij Messiaens echtgenote, Yvonne Loriod, niet bij de Mélisande Chauveau, en zeker niet bij de in Nederland wonende Noorse pianist Hß8akon Austb⊘.

In vergelijking met de strenge, uiterst nauwkeurige interpretatie die Austb⊘ twee weken geleden nog in Groningen liet horen, is de benadering van Kieran Harvey ronduit joyeus en in ritmisch opzicht soms zelfs libertijns te noemen.

Al in het openingsdeel, Regard du Père, toonde hij een visitekaartje met rubati en graduele versnellingen. In de werkelijk virtuoze delen was Liszt nooit ver weg. Zoals trouwens Beethoven over de schouder van Messiaen leek mee te kijken in bijvoorbeeld deel zes Par Lui tout a été fait, en Debussy in nummer 13, Noël.

Michael Kieran Harvey geeft Messiaens werk extra reliëf door het nadrukkelijk te bezien vanuit de traditie.

Daar komt bij dat hij een subliem gevoel heeft voor de architectuur van deze compositie, waarin vanuit verschillende invalshoeken als het ware gemediteerd wordt over de thematiek van het Christus-kind.

Harveys gevoel voor architectuur heeft minder te maken met het feit dat hij nieuwe delen regelmatig begint vanuit een in pedaal verstorven akkoord of met het extra uitlichten van de verschillende cyclische thema's, waarmee Messiaen een eenheid realiseerde in het werk. Natuurlijk doet hij dat. Maar zijn organisch opgebouwde betoog is zó spontaan, verhalend en logisch, dat twee uur muziek in de tijd vervliegt als waren het luttele minuten.