Het orakel van Avenhorn

Met Louis van Gaal als technisch directeur won Ajax sinds september 1991 alle grote prijzen in de voetbalsport. Gisteren nam de 45-jarige Amsterdammer afscheid van de club. 'Ik heb geen verhaal te verkopen.'

Goeroe, bovenmeester, orakel van Avenhorn, schrik van de media, demagoog, meesterstrateeg, kampioenenmaker. Benamingen die de afgelopen zes jaar als synoniemen van toepassing waren op Aloyisius Paulus Maria, roepnaam Louis, van Gaal. Een bloemlezing van zijn uitspraken.

“Ik ben zeer consequent, eerlijk en direct. Ik kan weleens hard overkomen. Het is een benadering die ik al een aantal jaren toepas en steeds weer evalueer. Het blijkt dat ik weinig in mijn aanpak hoef te wijzigen.” (...) “We willen allemaal een swingend Ajax. Dan moeten er meer positiewisselingen komen. Dat kan alleen met een grotere opofferingsgezindheid. Dat kun je bereiken door veel met elkaar te praten, teambuilding. Ik wil de pers gaan weren uit het spelershome, want die ruimte begon een kroeg te worden.” (eerste persconferentie, 30 september 1991)

“Op die eerste persconferentie voor de wedstrijd tegen Örebro is elk woordje van mij anders geïnterpreteerd dan ik wilde. De media zijn in mijn ogen echt niet ongenuanceerd. Maar ik kom waarschijnlijk niet goed over. M'n hele leven word ik al achtervolgd door mensen die zeggen: 'Wat is dat voor een arrogante klootzak. Wat is die man eigenwijs!' Nee, ik heb een eigen visie. Daar komt het door!” (persconferentie, 9 oktober 1991)

“Ik ben over het algemeen niet zo nerveus. Ik heb natuurlijk altijd een brok gezonde spanning. Nervositeit is een symptoom van angst. Ik ben op dit moment niet bang omdat ik weet dat we bij Ajax goed bezig zijn.” (...) “Toen ik bij Sparta voetbalde, speelde in elk trainingspotje de tegenpartij vooral tegen Louis van Gaal. Met name omdat ik een grote mond had.” (NRC Handelsblad, 13 februari 1993)

“We moeten altijd op de helft van de tegenstander spelen. In de kleine ruimte waar positiewisselingen belangrijk zijn. Daarvoor is snelheid noodzakelijk, maar ook overzicht, inzicht, denken voor een ander, dus intelligentie. En verder moet een Ajacied over persoonlijkheid beschikken om de druk van het presteren aan te kunnen.” (NRC Handelsblad, 5 februari 1994)

“De Champions League is een commercieel gedrocht. Je mag nooit de binding met je achterban verliezen. Wedstrijden tegen AC Milan kunnen op een gegeven moment ook minder aantrekkelijk zijn. We hebben een morele verplichting. Telkens als Ajax in Nederland een uitwedstrijd speelt, is het stadion uitverkocht.” (persconferentie, 5 december 1994)

“Een overwinning biedt alles, maar er is zoveel meer op deze aarde.” (persconferentie voor Champions League-finale tegen AC Milan, 22 mei 1995)

“Ik heb spelers geadviseerd bij een psycholoog langs te gaan om zichzelf te leren kennen. Een psycholoog kan je leren met spanning om te gaan.” (...) “Van Hanegem was langzamer dan ik, maar hij was in het veld altijd op tijd. Daaruit leer je: tactisch vermogen is heel belangrijk.” (...) “Rekken, strekken en het omduwen van hekken heb ik atijd onzin gevonden.” (Voetbal International, 31 mei 1995)

“Van Basten beschouw ik als een van de beste spelers die er ooit ter wereld hebben gevoetbald, zo niet de allerbeste. Bergkamp is een goede voetballer, maar ik vind dat hij qua persoonlijkheid - zeker op dit moment - achterblijft bij met name iemand als Van Basten.” (...) “Eigenlijk waren er in mijn loopbaan maar twee trainers die ik echt goed vond: Theo Vonk en Bert Jacobs. Allebei weten ze hoe het voetbal moet worden gespeeld. En ze kunnen dat op een goede manier overbrengen. Bert Jacobs weet exact hoe de poppetjes geplaatst moeten worden. Theo Vonk hield toen al de individuele en collectieve nabespreking, wat ik zeer goed vond.” (Panorama, 10 oktober 1995)

“Ajax is de beste club van de wereld en wij zullen met de nieuwe begroting in de Arena de salarissen optrekken. Daardoor ben ik ook niet bang dat we door de afschaffing van het transfersysteem achterraken op de zogenaamde rijke clubs van Europa.” (...) “Het is de kunst om het onoverwinnelijke gevoel dat wij hebben in De Meer over te brengen op de Arena.” (NRC Handelsblad, 6 april 1996)

“Media-deskundigen hebben me aangeraden de pers anders te benaderen. Misschien hebben ze gelijk. Maar als ik het afzet tegen mijn karakter, zeg ik: nee. Ik reageer zoals ik reageer. Met het hart op mijn tong. Ik ben bereid me te verbeteren, maar ik weiger mezelf te verloochenen. Mijn strijdbaarheid neemt niemand me af; ik ben een vechter.” (Het Parool, 20 april 1996)

“Davids en Bogarde hebben meer nog dan de andere Ajacieden een winnaarsmentaliteit, maar Bogarde heeft een speciaal karakter. Die moet begeleid worden. Dan komt de kunde van de coach naar boven. En als hem dat niet lukt, roep je externe deskundigen in.” (...) “Mijn grootste zorg in de Arena is niet de atmosfeer maar de grasmat.” (Voetbal International, 15 mei 1996)

“Op de dag na de Champions League-finale bezwoer Finidi mij nog dat zijn hart bij Ajax lag en 's avonds meldde hij op televisie dat hij vrijwel rond was met Real Madrid. Op dat moment was ik klaar met hem. Omdat ik niet kan omgaan met mensen die mij belazeren en dat heeft Finidi gedaan. Uitgerekend een jongen die ik niet alleen sportief, maar ook privé veel heb proberen te geven.” (De Telegraaf, 14 augustus 1996)

“Zo'n BV Eredivisie is voor veel clubs alleen aardig op korte termijn. Zo'n competitie heeft bevoorrading nodig met talenten. Er moet niet alleen geld zijn voor de eredivisie, ook voor de rest, zoals de amateurs niet te vergeten.” (Congres Coaches Betaald Voetbal, 26 februari 1997)

“Politici zullen wel weer van alles hebben gezegd, maar er moet gewoon veel harder worden opgetreden. De overheid is dat verplicht. Het gaat hier kennelijk om criminelen die zich met elkaar willen vermaken. Ik zal wel een roepende in de woestijn zijn.” (Reactie na veldslag bij Beverwijk, 23 maart 1997)

“Ik heb gelezen en gehoord dat die voorzitter van Barcelona mij wil hebben. Ik voel me bijzonder gestreeld dat hij me in staat acht zijn club te leiden. Dan hebben zijn opmerkingen in de publiciteit toch nog een functie gehad. Maar ik ben de afgelopen zes maanden wel vaker bij een club genoemd. Er komt meer voor kijken dan alleen geld. Ik ga ergens werken waar de organisatie en de structuur mij bevallen.” (persconferentie 21 april 1997)

“Tja, wat is een blunder? Ik denk dat ik op het Museumplein niet had moeten roepen dat we de beste waren van Amsterdam, Rotterdam, Eindhoven, Nederland en de wereld. Terwijl dat wél zo was. Maar de impact van die opmerking was groot. Men nam het niet goed op en veel mensen gingen zich tegen mij keren. Ook de tirades die ik weleens heb gegeven tegen journalisten, waren niet altijd even tactisch. Hoewel ik daar nog steeds achter sta. Alleen de manier waarop had ik misschien anders moeten doen.” (Pro Sparta, mei 1997)

“Ajax moet sterk zijn in de scouting in landen waar zich nog veel jonge talenten van niveau bevinden. Waarna we zelf moeten opleiden, vormen en ontwikkelen. Daarbij moet Ajax een mindere periode maar voor lief nemen. Want we kunnen nou wel gaan roepen dat we ons kunnen meten met de andere landen van Europa, maar ik heb al een hele tijd geleden gezegd dat Nederland het Denemarken van Europa wordt.” (Voetbal Totaal, mei 1997)

“Ik heb straks niets uit te leggen aan wie dan ook. Wie nu al durft te concluderen dat ik als ex-voorzitter van de Coaches Betaald Voetbal ethisch verkeerd heb gehandeld, die vergist zich. Ik heb niemand benadeeld, ik heb geen verhaal te verkopen. Ik ga gewoon naar een nieuwe club. Een hele mooie club.” (Algemeen Dagblad, 29 mei 1997)