Een citroen als aalmoes

“Dat moet je niet doen. Het zijn net duiven, als je ze voedert komen er steeds meer”, zegt een klant in de avondwinkel als ik voor mijn buurt-zwerfster een citroen koop. Ze had me dat gevraagd en ik was toch juist op weg voor de aanschaf van een stukje Emmenthaler.

De bewoners van mijn buurt - een stukje Amsterdamse grachtengordel waar een beetje flat tegenwoordig toch al gauw een half miljoen kost - vallen uiteen in twee categorieën: zij die de zwerfster met enige regelmaat een gulden geven en zij die alleen maar hopen dat ze na meer dan drie jaar nu eindelijk eens oprot.

Mijn criticus in de avondwinkel behoort tot de laatste categorie. “Ze houdt me met haar geschreeuw 's nachts uit mijn slaap”, zegt hij. Ik kan me dat wel voorstellen: ze wordt de laatste tijd steeds agressiever en loopt soms tierend over straat. Maar ja, hier wonen heeft wel meer luidruchtige aspecten. Al die yuppen die op mooie avonden met hun bootjes door de gracht varen bijvoorbeeld, of het nachtelijk geblèr van bezoekers van het religieuze partycentrum naast mijn huis. Tenslotte zijn er altijd nog van die handige oordopjes.

Ik weet weinig of niets van de zwerfster en voel ook geen nieuwsgierigheid. Bij geruchte heb ik vernomen dat andere buurtbewoners hebben geprobeerd haar daadwerkelijk bij te staan, toen ze bij ons in de buurt opdook - overigens alleen om te bedelen. Ik heb haar nog nooit op straat heroïne zien spuiten en ik heb ook geen idee waar ze slaapt. Het lijkt alsof ze instinctief inziet, dat je de buurt waar je bedelt niet tegen je in het harnas moet jagen met andere vormen van overlast. Ze blijft ook niet te lang staan voor de terrasjes van eetcafés en broodjeswinkels, zodat de klanten de eetlust niet blijvend wordt ontnomen.

De pogingen haar ordentelijk te kleden en te voeden, of haar de weg naar psychiatrische begeleiding te wijzen, zijn niet met succes bekroond. Het aftakelingsproces vordert met rasse schreden - zoals blijkt uit haar vervuiling.

Hoe gek ze in vele opzichten misschien ook is - haar bedelwerkzaamheden handelt ze af met een zekere efficiëntie. Als ze mij in het oog krijgt bij het verlaten van mijn woning, beent ze mijn kant uit en vraagt om een gulden. Die geef ik dan, als een soort belasting waar je niet onderuit kunt. Als ik geen kleingeld bij me heb, zeg ik dat en compenseer het de volgende keer.

Als ze me vraagt om iets voor haar te kopen - meestal een biertje - biedt ze altijd aan mij de daarvoor benodigde som ter hand te stellen. Maar daar voel ik niet voor, niet zozeer uit filantropie maar omdat ik vies van haar ben. Ik probeer ook altijd de gulden in haar hand te laten vallen inplaats van hem erin te leggen. Als dat niet lukt ga ik bij thuiskomst meteen mijn handen wassen.

Soms doet ze een poging tot verdergaande conversatie - dat ze een rotdag heeft omdat ze vanochtend zat te spuiten met iemand die zo onhandig manoeuvreerde dat er bloed in de spuit kwam. Of ze laat ongevraagd haar onderarmen zien, waarvan de aderen met bruine korsten zijn overdekt. Dit begin van communicatie wordt door mij lafhartig gesmoord in een stug 'look after yourself'. Ze is Engelstalig en komt naar verluidt uit Canada.

Het bovenstaande maakt hopelijk duidelijk dat ik mij geenszins zie als een beter mens dan die jongen die haar met een duif vergelijkt. Maar rijke mensen die - 'uit principe', zeggen ze meestal - niet aan bedelaars geven hebben mijn sympathie niet.

Een van de redenen waarom ik Servië een prettiger land vindt dan Kroatië, is dat de bewoners van de Kroatische hoofdstad Zagreb zigeuners wegjagen terwijl ze er in Belgrado bijhoren. Menige voorbijganger maakt een praatje met de bedelende kindertjes en zigeunervrouwen - niet zozeer uit mededogen, maar eerder uit fascinatie jegens de medemens, die in dezelfde straat in een geheel andere wereld lijkt te leven.

Niet iedereen heeft het materieel of psychisch zo getroffen als ik, en niet iedereen leeft zoals ik. Uit dat gegeven vloeit naar mijn gevoel geen verantwoordelijkheid voort - die gulden van mij gaat naar de dealer en draagt bij tot de ondergang van onze buurtzwerfster. Maar wel een zekere verplichting.