De kerken zullen nog kleiner worden

“Dat Nederland geen protestantse natie meer is, dat de kerk in de ordening van de samenleving geen centrale rol meer speelt, dat stemt me natuurlijk best verdrietig. Maar ik ben er niet wanhopig over. Het kan immers best zijn dat we als kerk door dit dal heen moeten om onszelf te kunnen hervinden. Misschien is dat wel de weg die God met zijn kerk gaat.”

Dat zegt Karel Blei (65) die op 1 juni zijn functie van secretaris-generaal van de Nederlandse Hervormde Kerk heeft neergelegd. Hij is uitgediend, gaat met emeritaat en wordt opgevolgd door de Haagse predikant Bastiaan Plaisier, een vijftigjarige dominee uit de rechtervleugel van de Hervormde Kerk.

Dominee Blei, een kleine onrustige man met een wilde haardos, is tien jaar topbestuurder geweest van zijn kerk, de grootste protestantse geloofsgemeenschap die Nederland kent. Eerder was hij predikant in het Utrechtse Austerlitz (1960-1965), in Vlaardingen (1965-1970) en in Haarlem (1970-1987). In de zevenentwintig jaar dat hij gemeentepredikant was heeft hij zich niet alleen herder, maar ook en vooral leraar gevoeld. Dat kwam, zo zegt hij, “doordat ik graag studeer. Niet dat ik zo vreselijk diepzinnig ben, maar ik wil wel graag weten en goed begrijpen wat ik geloof. Zodat ik dat dan goed kon uitleggen, 's zondags en in allerlei cursussen.

“Gelukkig heb ik altijd van vroeg opstaan gehouden. Elke dag om zes uur mijn bed uit. Dat geeft me twee uur winst. Dan kon ik van zes tot acht uur zitten lezen en studeren, ook al heb ik al die jaren van mijn predikantschap nooit een dag studieverlof gehad.” Het studeren zat hem in het bloed. “Uitleggen, verhelderen dat heb ik altijd als een hoofdopgave gezien. Ik gaf ook graag cursussen. Dus ben ik echt een leraarstype.”

Theologiebeoefening is volgens de gaande secretaris-generaal zoiets als “God liefhebben met je verstand. Want iedereen die het geloof serieus neemt, zoekt verklaring en opheldering. Dat ben ik altijd blijven doen.” Het gevolg van Bleis studie- enthousiasme was dat hij in 1972 in Leiden promoveerde met een dissertatie over de rooms-katholieke kerkleer en over het Vaticaanse dogma van 1870 over onfeilbare uitspraken van de kerk. Ook heeft hij kans gezien twee zeer leesbare boekjes te schrijven: Kerkzijn over grenzen heen (Zoetermeer, 1992) en Veertig jaar denken over God (Kampen, 1993) over de naoorlogse theologiebeoefening.

En toch was de secretaris-generaal niet alleen maar een studiehoofd. Hij was en is ook een hartstochtelijk vergaderaar en kerkbestuurder. “Er kwam van alles op mijn weg. Ook allerlei contacten met bijvoorbeeld ambassadeurs die wel eens wat over het geestelijk leven in Nederland wilden weten of met ministers en Kamerleden. Bij alles wat ik deed was ik me heel sterk bewust van mijn hoge en verantwoordelijke functie.” Blei vond het ook heerlijk, zo zegt hij met een glimlachje “om brieven te redigeren, om ambtelijke nota's te schrijven en om ontwerpbesluiten op te stellen die mensen niet uiteendreven, maar bij elkaar hielden. In conflictsituaties een samenbindende rol te spelen, dat vond ik altijd een bijzondere uitdaging.”

Gedurende de tien jaar dat hij een centrale rol binnen de Hervormde Kerk speelde, heeft Blei zich vooral beziggehouden met het probleem van de drie Samen-op-wegkerken die tot een fusie proberen te komen en met het verschijnsel van de secularisatie, de ontkerkelijking van Nederland. “De kerk is een randverschijnsel geworden. En ze zal nog veel kleiner worden dan ze nu is. Ik zeg niet dat het een zegen is, maar het is ook niet alleen maar een vloek. Het is heel goed voor de kerk om te leren hoe zij als creatieve minderheid zonder al te veel pretenties kan functioneren. Dan zal ze dat 'christendommelijke' moeten loslaten en niet de vinger tegen de boze wereld moeten blijven opheffen, maar juist in haar evangelieverkondiging meer aansluiting bij de cultuur moeten zoeken, bij het zogeheten hedonistische waarvan mensen genieten.”