Champagne zorgt voor vrolijke sfeer in Carré

Voorstelling: Holland Festival. Een midzomernachtsdroom naar William Shakespeare op muziek van Felix Mendelssohn Bartholdy. Door Nederlands Kamerkoor, ad hoc-formatie acteurs in regie Ger Thijs, Orkest van de Achttiende Eeuw o.l.v. Frans Brüggen. Gezien: 31 mei, in Carré, Amsterdam.

Controverse hoort bij de opening van festivals, of het nu om de filmfestivals in Rotterdam of Cannes gaat of om het Holland Festival. Over de vraag of beproefde kwaliteit, spektakel of dwars experiment het spits moet afbijten valt eindeloos te redekavelen. Het antwoord doet er nauwelijks toe: minstens zozeer als de tevredenheid of ontgoocheling hoort de discussie bij de folklore. Geen betere opening dan het evenement dat rumoer veroorzaakt.

Deed Een midzomernachtsdroom, de openingsvoorstelling van nota bene de vijftigste, jubileumeditie van het Holland Festival dat? Helaas: nee. Al varieerde het oordeel van 'waardeloos' tot 'onwaardig', meewarigheid overheerste in de reacties op het feest met door sponsors betaalde hapjes en drank na afloop. En niet ten onrechte.

Als festivaldirecteur Jan van Vlijmen dirigent John Eliot Gardiner of regisseur Peter Brook had uitgenodigd om de als 'semi-concertante of semi-theatrale presentatie' omschreven voorstelling te realiseren, dan was er van het idee misschien iets terecht gekomen. De eerste heeft meer dan eens bewezen concertante uitvoeringen met groot succes minimaal te kunnen ensceneren, de tweede heeft het patent op de arte povere in het theater. Regisseur Ger Thijs, tevens artistiek leider van Het Nationale Toneel, heeft in het verleden weliswaar uitstekend theater gemaakt van Couperus en Henry James, maar het illustreren van muziek vereist toch een ander soort expertise.

Zijn bewerking van Shakespeares stuk tot acht cruciale scènes oogt op papier misschien adequaat genoeg (al is het de vraag of toeschouwers die het verhaal niet kenden het volgen konden) maar in de praktijk was de enscenering eerder een stoorzender dan een aanvulling van Mendelssohns muziek, uitgevoerd door het onvolprezen Orkest van de Achttiende Eeuw onder leiding van Frans Brüggen. Depaukenist die vóor ieder roffeltje met zijn oor tegen de vliezen zijn instrumenten stemde, bood een heel wat boeiender schouwspel dan de acteurs, onder wie coryfeeën als Hans Dagelet, Catherine ten Bruggencate, Gijs Scholten van Aschat en Han Kerckhoffs, hoe goed de laatste als de in een ezel veranderde Spoel ook balkte.

Houterig theater van tussen de schuifdeuren maakten ze ervan, een indruk die nog versterkt werd door de beslissing hen uit meegevoerde tekstboekjes te laten voorlezen.

Dat is een stijl die de illusie moet doorbreken en zonder twijfel verwijst naar het door de 'handwerkslieden' uitgevoerde toneelstukje in Shakespeares stuk, maar dan nog is het ongelukkig dat een onderdeel het geheel bepaalt, waardoor bovendien het specifieke karakter van dat onderdeel verloren gaat.

Ironisch genoeg was juist het tegendeel van het doorbreken van de illusie het hoogtepunt van deze opening. Toen op het toneel het huwelijksfeest aan het hof van Athene werd ingezet, werd door het uitreiken van een glas champagne aan het voltallige publiek in het tot de nok gevulde Carré iedere toeschouwer genodigde van hertog Theseus. Daarna werd het zowaar een vrolijke boel, het a-morfe geroezemoes in de zaal bleek een heel wat betere begeleiding van het rustig doorspelende orkest dan het knullige Jan Klaassen-spel in de piste. Waar sponsors niet goed voor zijn.