Borst bestrijdt mannen niet, ze lacht soms om ze

Margaret Thatcher, de eerste vrouwelijke premier van Groot-Brittannië, laat zich in haar memoires soms laatdunkend uit over mannen. Zo schrijft Thatcher in het hoofdstuk 'Deze dame verandert niet van koers': “Mijn ervaring is dat een aantal mannen met wie ik in de politiek te maken had, precies die karaktertrekken vertonen die ze aan vrouwen toeschrijven: ijdelheid en een onvermogen moeilijke beslissingen te nemen.”

Vrouwen komen er vrijwel consequent beter af bij Thatcher. De toenmalige Indiase premier Indira Gandhi bijvoorbeeld, beschrijft ze lovend als “praktisch ingesteld, en misschien is het niet geheel onjuist dit te beschouwen als een typisch vrouwelijke karaktertrek”. Vrouwen van vooraanstaande Arabieren noemt Thatcher “beschaafd, zeer ontwikkeld en welingelicht”. Zelfs Raisa Gorbatsjova, hoewel volgens Thatcher een rabiate marxiste, krijgt een pluim. “Ze was gekleed in een mooi Westers kostuum, een goed passend grijs pakje met een witte streep, precies het soort kleding dat ik had kunnen dragen, dacht ik.”

Aan dit soort klassenstrijd zal mevrouw Borst - de voornaam Else ligt nog steeds niet voorin de mond - niet snel meedoen, althans niet in het publiek. De eergisteren door Van Mierlo naar voren geschoven D66-lijsttrekker is geen ijzeren dame in de categorie van Margaret Thatcher, Neelie Kroes, of Hanja Maij-Weggen, maar ook geen feministe in het genre-Hedy d'Ancona. Dat ze gisteren voor de televisie het sekse-element in Van Mierlo's keuze voor haar enigszins bagatelliseerde, past in het imago dat ze van zichzelf wil creëren van een zakelijke, wijze minister.

Medewerkers ten departemente kennen haar echter van een heel andere kant, feministischer en vrouwelijker dan tot nog toe naar buiten komt. Ze noemen haar every inch a lady - die zorgvuldig op haar uiterlijk let. Bij het vrouwenfitness-clubje van het kabinet, dat zich elke vrijdagmorgen lichamelijk voorbereidt op de ministerraad, laat Borst zelden verstek gaan. “Ik ben een groot voorstander van geestelijk en lichamelijk actief zijn tot op hoge leeftijd”, zei ze in 1995 tegen Opzij. De aanwezigheid van mannelijk schoon tijdens een vergadering weet ze zeer te waarderen. “Wat een charmante man was dat”, laat ze zich dan naderhand ontvallen.

Op het feministisch vlak bedrijft Borst stille vrouwendiplomatie door op tal van posten binnen het departement seksegenoten te benoemen. Niet alleen haar hoogste ambtenaar is vrouw, haar departement beleefde enige tijd geleden ook een primeur door als eerste een vrouwelijk hoofd financiële en economische zaken te kunnen presenteren. Ook bij de samenstelling van adviesraden heeft de verdeling over beide geslachten haar volle aandacht.

Bij gelegenheid kan ze zich vrolijk maken over mannen, zoals die keer toen ze het boek Stervend sperma uitgereikt kreeg. Het werk vormde de neerslag van een internationaal onderzoek naar de kwaliteitsvermindering van het mannelijk zaad. “Geen probleem”, lachte de voormalig medisch onderzoekster tegen een paar van haar medewerksters. “Muizenproeven hebben aangetoond dat eicellen zich onder bepaalde condities vermenigvuldigen. Straks hebben we die mannen helemaal niet meer nodig.”