Albright leest leiders Kroatië en Servië de les

ZAGREB/BELGRADO, 2 JUNI. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright heeft dit weekeinde de machthebbers in Zagreb en Belgrado ongenadig de les gelezen - maar zo goed als geen concessies losgekregen.

Albright deigde zaterdag in Zagreb in een gesprek met de Kroatische president Franjo Tudjman met economische en diplomatieke sancties tegen Kroatië als Tudjman zich blijft verzetten tegen de terugkeer van gevluchte Kroatische Serviërs en de uitlevering van van oorlogsmisdaden verdachte Kroaten. Tudjman verdedigde zich met het argument dat berichten over de vernieling van huizen van Kroatische Serviërs “overdreven” zijn en dat het “krankzinnig” zou zijn te verwachten dat alle 180.000 uit Kroatië gevluchte Serviërs zouden kunnen terugkeren.

De enige concessie die Tudjman Albright deed was de belofte een brug tussen Brcko - in de Servische Republiek in Bosnië - en Kroatië te heropenen. Die belofte werd gisteren ingelost toen Albright zelf de nieuwe verbinding opende.

Later zaterdag herhaalde Albright haar kritiek op de Kroaten tijdens een bezoek aan het dorp Prevršac, 75 kilometer ten zuidoosten van Zagreb. Ze bezocht er twee Servische gezinnen die na hun terugkeer zijn geterroriseerd, bedreigd en mishandeld door hun Kroatische buren. Uiteindelijk werden hun huis en hun bezittingen door de Kroaten in brand gestoken. Staande voor een platgebrand huis las Albright de Kroatische minister van Wederopbouw Jure Radic, die haar vergezelde, als een schooljongen de les. Ze noemde de behandeling van de Serviërs “smakeloos”, schokkend” en “schandalig”. “De regering vindt dat dit soort dingen normaal zijn. Het is niet normaal. U moest zich schamen”, zei ze. Ze eiste compensatie voor de Serviërs en beschuldigde de plaatselijke politie van laksheid bij de bescherming van de Serviërs.

Later zaterdag reisde Albright door naar Belgrado, waar ze president Miloševic van Servië ontmoette. Haar woordvoerder Nicholas Burns omschreef het gesprek later als “het hardste” sinds het begin van haar ministerschap. Ze verweet Miloševic nalatigheid bij de uitlevering van oorlogsmisdadigers en de terugkeer van vluchtelingen en het gebrek aan democratie in Servië. Ze verzekerde hem dat van een normalisering van de relaties of een terugkeer van Servië in de internationale gemeenschap geen sprake kan zijn zolang hij niet aan de voorwaarden voldoet. Ze eiste de uitlevering van vijf met name genoemde oorlogsmisdadigers: Radovan Karadzic, de leider van de Bosnische Serviërs, drie Joegoslavische generaals die in 1991 de Kroatische stad Vukovar hebben platgegooid en Zeljko Raznjatovic, alias Arkan, een beruchte paramilitaire leider.

Miloševic gaf echter geen krimp en weigerde elke concessie, zo moest Albright na afloop toegeven. Volgens Nicholas Burns gaf de Servische president “geen enkel teken” en uitte hij “geen enkel woord” dat als aanmoediging zou kunnen worden gezien.

Gisteren bezocht Albright Bosnië. Ze opende de brug in Brcko en reisde door naar Banja Luka voor een gesprek met Biljana Plavšic, de president van de Servische Republiek in Bosnië. Dat gesprek werd gezien als een signaal dat de Amerikanen Plavšic serieus nemen, dit in tegenstelling tot de leiders van de Bosnische Serviërs in Pale, die sterk onder invloed van Karadzic staan en die Plavšic volledig hebben geïsoleerd. “We respecteren Plavšic. We geloven dat zij een verantwoordelijke leider is”, aldus Nicholas Burns. Later gisteren sprak Albright in Sarajevo met de drie co-presidenten van Bosnië, de moslim Izetbegovic, de Kroaat Zubak en de Serviër Krajišnik. (Reuter, AFP, AP)