Wit-Rusland draait de klok terug; Geef ons een dictatuur!

Tegen Aad Kosto zei hij: 'Heb je soms tanks in de straten van Minsk gezien?' Waar maakt de wereld zich eigenlijk druk om, vraagt president Loekasjenko van Wit-Rusland zich af. Om de afschaffing van de democratie, bijvoorbeeld. Een EU-commissie, onder leiding van Kosto, zocht naar het laatste restje respect voor de grondwet. En vond niets. 'Ik blijf twintig jaar president en zal regeren als een tsaar.'

Sasja Stupnikov stond te wachten op de gammele liftkooi, toen hij plotseling de lange arm van de president op zijn schouder voelde. “Je gaat nu naar buiten. Steek de straat over. Daar staat een zwarte Lada”, zei een stem die niet met zich liet spotten.

In de auto zaten twee mannen. “Dit is een waarschuwing”, zei een van hen terwijl hij het raampje opendraaide. “Als je hier morgen weer komt en het lef hebt om de lift naar je kantoortje te nemen, dan krijg je twee kogels in je rug.” De Lada trok op en verdween.

Sasja, die in Wit-Rusland voor een Russische tv-zender werkt, bleef met trillende knieën op straat achter. “Ik wist dat het menens was”, vertelt de correspondent van het Russische NTV in de lift op weg naar zijn kantoortje. “Ik heb mijn vrouw gebeld en gezegd dat ze de kinderen van school moest halen. Dat ze de koffers alvast moest pakken. Toen zette ik de tv aan. De nieuwslezer zei: de journalist Stupnikov van NTV heeft 24 uur de tijd gekregen om het land te verlaten.”

Nu, na een ballingschap van tien dagen in Moskou, is hij illegaal in de auto van een vriend teruggekeerd naar zijn standplaats Minsk. “Ik moet wat dingen regelen. Over een paar dagen zit ik in Israel. Ik ga emigreren.” Hij wil alles vertellen over de drukkende sfeer in de Witrussische hoofdstad, de paranoïde president, de politieknuppel, het liefst de hele avond. Op één voorwaarde: dat zijn uitspraken pas in de krant komen als hij het land uit is. “Geef me een week.”

Dan gaat de bel. “Wie is daar”, vraagt hij over de intercom. “Ben jij het Jevgeni? Hoe weet je dat ik terug ben?” Sasja's vriend Jevgeni zet een fles Armeense cognac op tafel en zwaait met het laatste weekbulletin van de lokale Liga van de rechten van de mens. “Jij staat er ook in, Sasja.”

Het rapport leest als een somber weerbericht: in het door Tsjernobyl besmette deel van Wit-Rusland zijn gevangenen te werk gesteld, in Minsk is de eerste secretaris van de Amerikaanse ambassade uitgewezen, terwijl de vroegere voorzitter van de Opperste Sovjet door acht agenten-in-burger in een busje is geduwd en afgevoerd. Hij is aangeklaagd wegens 'opruiing' omdat hij op weg was naar een demonstratie tegen Wit-Ruslands sterke man: Aleksandr Loekasjenko.

Betogingen en betoginkjes tegen het autoritaire regime horen de laatste anderhalf jaar bij Wit-Rusland als lage-drukgebieden bij de Azoren. Steeds vaker en steeds meedogenlozer worden ze uiteengejaagd. Ook Sasja's tv-ploeg had een aframmeling gekregen. En toen Loekasjenko vorig jaar voor de camera van NTV hoog opgaf over Hitler en diens economische politiek in de jaren dertig (“waar Wit-Rusland een voorbeeld aan kan nemen”), kreeg Sasja de schuld van de negatieve publiciteit die dat teweegbracht. “En dan te bedenken dat ik op hem heb gestemd”, zegt de televisieverslaggever met gevoel voor zelfspot.

Sasja was de enige niet: met tachtig procent van de stemmen had de 'kansloze outsider' Loekasjenko op 39-jarige leeftijd de presidentsverkiezingen van 1994 gewonnen. Het was vooral een keuze tégen de zittende garde, met hun vuile handen van het politieke bedrijf, en tegelijk een keuze vóór de man die beloofd had dat alles opener, eerlijker, zakelijker, kortom anders zou worden. Maar hij was nog niet geïnstalleerd of Loekasjenko begon een groots en sluipend project om zijn land terug te voeren naar de Sovjet-tijd, waarin alles centraal was geregeld en niets aan het toeval werd overgelaten. Zijn campagneleider zegt nu: “Ik voel me net dr. Frankenstein. Ik heb een monster geschapen.”

In retrospectief lijkt het of Loekasjenko van gedaante verwisselde op het moment dat hij de presidentiële sjerp omhing. Voor zijn beëdiging was hij een gedreven, wat opvliegende man, zonder extreme denkbeelden. Een apparatsjik die almaar hogerop wilde, dat wel, maar van wie niemand had vermoed dat zijn machtshonger onstilbaar zou zijn.

De president zegt dat het volk hem smeekt: “Geef ons een dictatuur, geef ons de Stalin-tijd terug.” Net als Stalin, die in de jaren dertig meer dan honderdduizend Witrussen heeft uitgeroeid, ziet Loekasjenko elke uiting van Witrussische folklore als een bedreiging voor de eenheid van de Slavische volken. De taal van zijn land, het Witrussisch, noemt hij een “boers dialect”. De nationale vlag heeft hij in de ban gedaan. Wit-Rusland hoort bij Rusland, vindt de president, en heeft als apart land nauwelijks bestaansrecht.

Graag zou hij de geschiedenis ingaan als de heroprichter van het teloorgegane Sovjet-rijk. Daartoe speelt Loekasjenko een geopolitiek spel, een soort Risk, waarbij zijn opdracht - het herstel van de USSR - overduidelijk is af te leiden uit zijn manoeuvres. Onder zijn leiding is Wit-Rusland de enige ex-Sovjet-republiek waar de klokken worden teruggedraaid. Op de scholen is het eerste post-communistische geschiedenisboek 'Waar wij vandaan komen' weer vervangen door het oude lesmateriaal. De reden? De president acht het niet opportuun om de Russisch-Witrussische oorlog uit de zestiende eeuw in herinnering te brengen - zoals de nieuwe versie doet. Scholieren kun je beter opvoeden met verbroedering en de vriendschap der volkeren, zeker nu Wit-Rusland en Rusland zich weer verenigen.

President Jeltsin heeft Loekasjenko vorige week letterlijk omarmd, in de eerste plaats om een tegenwicht te bieden aan de NAVO, die zich naar het oosten toe uitbreidt. Minsk en Moskou vormen nu weer een Groot-Rusland, sterk genoeg om de Amerikanen en Europeanen op afstand te houden. Maar Loekasjenko ziet de eenwording tegelijk ook als een stap naar het herstel van de oude orde. En omdat niets of niemand het project van de president mag verstoren, krijgt elke Witrus die tegen die integratie protesteert, met de politieknuppel te maken. Het meest gehoorde Witrussische woord voor 'wapenstok' is de laatste maanden: 'integrator'.

Monomaan

Aleksandr Grigorevitjs Loekasjenko was op 30 augustus 1954 geboren op een kolchoz, als bastaardzoon en enig kind van Jekaterina Trofimovna. “De jonge Loekasjenko hield van het werken op het land. Het ploegen was zwaar, maar de jongen werd aangemoedigd door zijn trotse moeder, die blijk gaf van haar genegenheid”, schrijft Vladimir Jakoetev in zijn nog niet gepubliceerde hagiografie 'Onze eerste president'. “Toen het uitgeputte paard niet meer voort wilde, bond moeder het dier een sjaal voor de ogen. Het beest sprong in paniek vooruit, toen opzij en belandde met ploeg en al in de moestuin van de buurman. Die kwam vloekend naar buiten en hief een vuist, waarop Aleksandr in tranen op zijn moeder afrende. De jongen raapte een steen op en stond op het punt om die naar de buurman gooien...”

Vervolgens citeert de biograaf zijn held: “Ik groeide op als een beschermer van de armen, die nooit iets voor anderen verborgen hield. Ik stortte me op mijn studie omdat we geld nodig hadden. Omdat ik zonder vader ben opgegroeid ben ik bikkelhard en tegelijk mild. En nog iets: ik ben als de dood dat mensen me verafschuwen. Het schokt me diep wanneer iemand iets slechts over me zegt of schrijft.”

Anatoli Lebedski, de campagneleider met spijt van zijn succes, herinnert zich dat Loekasjenko elke ochtend alle kranten doornam. “Als er iets negatiefs over hem in stond, was hij de rest van de dag razend. Dan was het onze schuld. Dan zocht hij de confrontatie op.”

Volgens Lebedski is de president geobsedeerd door informatie, of beter gezegd het controleren en manipuleren van informatiestromen. In de Sovjet-tijd was dat zijn vak. Nadat Loekasjenko de pedagogische academie had doorlopen werd hij 'politiek instructeur' bij de grenstroepen in Brest. Later onderwees hij de cipiers van de gevangenis van Orsja in het marxisme-leninisme. In Minsk bracht hij een gemotoriseerde infanteriebrigade de juiste leer bij, en op de kolchoz Horodets (Klein Dorp) riep hij als politiek voorman de landarbeiders op tot produktie. Daar, in de jaren tachtig, leerde hij Galina kennen, ook een pedagoge. Ze trouwden en kregen twee zonen. Gedreven als altijd begon Loekasjenko aan een studie landbouwkunde, die hem in 1987 hielp opklimmen tot voorzitter van de kolchoz. Een politicus van de Agrarische Partij, die hem eens in Horodets had opgezocht, was vooral getroffen door de kilheid op het erf. “In de tuin bij zijn huis groeide helemaal niets. Geen heestertje, geen bloempje. Niets.”

Loekasjenko gunde zich geen tijd voor tuinieren. De kolchozbaas was monomaan bezig met andere, gewichtiger zaken. Hogere politiek bijvoorbeeld. Als kandidaat van de partij Communisten voor Democratie veroverde hij eind jaren tachtig een zetel in de Opperste Sovjet van Wit-Rusland. Over die tijd zegt hij nu met trots: “Ik was de enige die in 1991 tegen de opheffing van de Sovjet-Unie heeft gestemd.” Maar dat is volgens zijn vroegere campagneleider Lebedski een verzinsel in dienst van zijn grote historische taak. “Helaas moet ik constateren dat onze president een pathologisch leugenaar is”, zegt hij. “Demagogie is zijn tweede natuur.”

Om met een minimaal budget een maximum aan publiciteit te genereren zou Loekasjenko in de verkiezingsstrijd een aanslag op zijn leven in scène hebben gezet: hij vertelde de pers dat hij bijna was verongelukt omdat zijn auto door sabotage onklaar was gemaakt. Lebedski had meteen zijn twijfels, maar hield zijn mond omdat de aandacht van de media niet ongelegen kwam.

Met zijn volkse, soms grove taalgebruik maakte de jonge kandidaat zich zeer geliefd. Loekasjenko sprak in pakkende termen. “Zodra ik de macht heb stuur ik alle corrupte politici naar de Himalaya”, zei hij. Of (tegen een vrouw die snikkend in zijn armen viel): “Niet huilen, alles komt goed.” “Hij was een verademing in vergelijking met zijn tegenstanders”, zegt Sasja Stupnikov, de uitgewezen correspondent van de Russische televisie.

Een van zijn verkiezingsbeloftes was dat alle staatsbedrijven op 1 januari 1995 uit de rode cijfers zouden zijn. In Wit-Rusland, waar de creatie van de homo-sovieticus het best geslaagd was, vielen woorden als buitenlands kapitaal, privatisering, vrije markt en shock-therapie niet in goed aarde. De bastaardzoon Loekasjenko vermeed ze, hij stal de harten van de meerderheid en liet zich aanspreken met Vader.

Reuzenpoedel

Joeri Gasjevatski, filmregisseur van beroep, heeft een studie gemaakt van de mimiek en retoriek van de president. Honderden uren band heeft hij bekeken, teruggespoeld en opnieuw bekeken. “Soms heel langzaam, beeld voor beeld. Tot ik er bang van werd”, vertelt hij in zijn flat tegenover het station van Minsk. Door die fragmenten tot een sequentie te monteren heeft Gasjevatski zijn eigen verhaal gecomponeerd. Het resultaat is een video waarvan alleen al het bezit verboden is. Dat neemt niet weg dat de cassette in Minsk van hand tot hand gaat, als een soort samizdat-publicatie van de jaren negentig.

'Gewoon een president' heet de film. De titel verwijst naar een bioscoopproduktie die dertig jaar geleden een sensatie teweegbracht in de Sovjet-Unie. In zijn film 'Gewoon fascisme' had de Russische regisseur Michael Romme historisch beeldmateriaal van Hitler zo gemonteerd dat hij op Stalin ging lijken. Ook Gasjevatski, een leerling van Romme, wil de Witrussen een spiegel voorhouden, omdat de man die zij Vader noemen in zijn ogen een dictator is.

Als de regisseur de band start en Loekasjenko in beeld verschijnt, begint zijn reuzenpoedel spontaan te blaffen. Het dier hapt naar het hoofd, waarvan het haarloze midden met een lok vanaf de zijkant wordt bedekt, als een toupetje. De president is lang en beweegt zich hoekig. Daar staat hij, midden in het parlement. Klaar om iets te zeggen. Er klinkt rumoer op van de oppositiebanken. Schande! Weg met hem! Het staatshoofd wrijft onder zijn neus. Zijn ogen schieten van links naar rechts. Hij zwijgt, kromt zijn rug, snuift. “Kijk”, zegt de filmmaker. “Is hij niet net een matador in de arena?”

De beelden zijn van de nazomer van 1996, toen Loekasjenko zo vaak en zo diep blijk had gegeven van zijn minachting voor de democratie, dat de volksvertegenwoordiging een afzettingsprocedure overwoog. Het Constitutionele Hof zou zich buigen over de aanklacht tegen de president; machtsmisbruik en schending van de grondwet.

Meteen na zijn aantreden had Loekasjenko de vrije pers gemuilkorfd. Kritische krantenstukken liet hij onderscheppen, wat tot gevolg had dat er witte plekken op de voorpagina's verschenen. Vier dagbladen verloren hun contract met de staatsdrukker en werden verbannen naar Litouwen en uiteindelijk moest ook Sasja Stupnikov, ook al werkte hij voor een Russische en dus buitenlandse zender, het land uit.

Demonstraties hielpen niet. Hoofdredacteur Igor Germantsjoek van het oppositiekrantje Svaboda (Vrijheid): “Laatst was er weer een betoging in de stad. Ik stuurde er een verslaggever op af, maar die kwam niet terug. Ik stuurde er nog een. Die belde dat de eerste was opgepakt en liet daarna niets meer van zich horen. Dus stuurde ik een derde. 's Avonds had ik nog steeds geen kopij omdat ze allemaal in een politiecel zaten.”

De hoofdredacteur is gedagvaard omdat hij had geschreven dat Loekasjenko bezig is “met de generale repetitie voor de invoering van een politiestaat”. Hij laat een stapeltje foto's zien van agenten-in-uniform die met de 'integrator' inslaan op bebloede, op de grond liggende betogers. Volgens Germantsjoek bouwt de president aan een volstrekt loyale politiemacht, die al meer dan 100.000 man telt en groter is dan het leger.

De ergsten zijn de leden van de zogeheten OMON, de goedgetrainde oproerpolitie. Zij verdienen vier keer meer dan een leraar. Maar ook de gewone militieman, die het dubbele lerarensalaris verdient, kan rake klappen uitdelen - getuige de foto's. Hun arrestanten, enkele honderden per maand, krijgen snelrecht: in processen van een minuut of drie, waarbij de rechter de verdachten soms uitlacht, worden ze veroordeeld voor misdrijven als “het tonen van staatsondermijnende symbolen”. De vlag van de Europese Unie en het logo van de NAVO vallen daar onder. Maar ook: een paraplu in de kleuren (rood-wit) van de verboden Witrussische vlag.

Vertrouwend op zijn populariteit onder de grote schare Sovjet-nostalgisten in zijn land had Loekasjenko in de zomer van 1995 een referendum uitgeschreven over het afschaffen van het nieuwe wapen en de nieuwe vlag van de prille staat. Tot woede van het parlement, maar met steun van de kiezers, tooide hij de gevel van het presidentiële paleis weer met een hamer-en-sikkel. De oude vlag werd gestreken en aan reepjes geknipt, waarna ieder reepje voor honderd dollar te koop werd aangeboden onder het motto: “Vanaf nu gaat de economie groeien”. Maar de economie groeide niet. Loekasjenko houdt niet van de vrije markt, en al helemaal niet van straathandel. “Hij bestuurt het land alsof het een kolchoz is”, zegt Sasja Stupnikov. Tegen een zaal vol buitenlandse zakenlieden zei Loekasjenko: “Jullie willen investeren. Goed. Maar ik bepaal waarin. En pas op. Ik houd jullie bij de pols. Als ik ten onder ga, dan sleep ik jullie mee.”

Met zijn hoge, scherpe stem schoffeert en shockeert hij iedereen die zich ook maar een beetje democraat voelt. “Ik blijf twintig jaar president en zal regeren als een tsaar”, zegt hij bij herhaling.

In de illegale film 'Gewoon een president' vertelt Loekasjenko's ex-inlichtingenchef dat hij elke week een A4tje met 'vijanden van de staat' moest maken. Op een dag vroeg de president hem of hij alles zou doen wat hem werd opgedragen. “Niet alles”, had hij gezegd. “Als u me bijvoorbeeld zou vragen om mensen te fusilleren, dan zou ik dat weigeren.” Loekasjenko zou hebben geantwoord: “Goed, dan ben je dus waardeloos” - waarop de minister zijn ontslag had aangeboden en gekregen.

Voor het parlement was de maat vol toen Loekasjenko vorig jaar aankondigde de grondwet te willen herschrijven, en wel zo dat de president bijna onbeperkte bevoegdheden zou krijgen. De voorzitter van het parlement, Semion Sjaretski, begon de afzettingsprocedure en plaatste een dramatische oproep in een oppositiekrant: “Landgenoten. Wit-Rusland balanceert op het randje van een fascistische dictatuur.” De voorgestelde grondwetswijziging opende volgens hem de weg naar een totalitaire staat. “Alleen iemand met maniakale drang naar macht kan zoiets bedenken”, schreef Sjaretski.

Maar de poging om de president af te zetten draaide uit op een verkapte staatsgreep van het staatshoofd zelf. “Ik zal bepaalde lieden hun macht ontnemen voordat ze mij m'n macht ontnemen”, zei Loekasjenko, en hij ontbond het parlement, verving 's lands hoogste rechters en organiseerde een referendum om met een mandaat van het slecht geïnformeerde, nog altijd enthousiaste kiezersvolk de grondwet te wijzigen. In de regeringsgezinde kranten verscheen tegelijkertijd een stroom ingezonden brieven tegen Sjaretski en andere kopstukken van de oppositie. “Die brieven zijn allemaal fake”, zegt een overgelopen ex-medewerker van Loekasjenko. “Hij gaf persoonlijk opdracht om ze te schrijven en af te drukken.”

Een bezorgde missie van de Europese Unie, onder leiding van Aad Kosto, vroeg hem eind januari of hij zich niet onevenredig veel macht heeft toegeëigend. Het volk hem nu eenmaal die macht had gegeven, luidde het antwoord, hij zou die in dienst van het volk aanwenden. Bovendien, vroeg Loekasjenko zich af, waar maken jullie je eigenlijk druk om? “Hebben jullie soms tanks in de straten van Minsk gezien?”

In het rapport van de commissie wordt zijn regime veroordeeld als onwettig en ondemocratisch. Zelfs de decreten die hij uitvaardigt “hebben geen wettelijke basis”, en zijn macht “wordt door geen enkele wezenlijke tegenkracht in toom gehouden”. Toch toonde Loekasjenko zich tegenover Kosto wel bereid zijn macht te delen. Hoe dan, vroeg Kosto. “You tell me”, zei de president.

Rode banieren

Oppositieleider Sjaretski wil wel praten, maar niet over de telefoon. Hij spreekt een tijd af maar geen plaats - die zal hij een half uur voor de geplande ontmoeting doorbellen. Het wordt Hotel Minsk, het restaurant op de zesde. Met uitzicht op de betonnen regeringsgebouwen aan het centrale plein zegt de afgezette parlementsvoorzitter dat hij voortdurend wordt gevolgd door twee mannen in een Lada. “'s Avonds parkeren ze hun auto voor de flat waar ik woon”, zegt hij. “Voor mij belichamen zij het fascisme dat tegenwoordig door de straten van Minsk gaat.”

Sjaretski vreest dat zijn land terug zal glijden in de duisternis van het verleden. Steeds meer dingen in Wit-Rusland lijken op vroeger. Sinds 1 juli vorig jaar moeten de Witrussen weer toestemming vragen voor hun buitenlandse reizen. Wie buitenlandse valuta op zak heeft, moet kunnen aantonen hoe hij daaraan is gekomen. En in de herfst gold er een demonstratieverbod “in verband met de geboden stabiliteit in het oogstseizoen”.

Nu Loekasjenko in eigen land het parlement en ander democratische franje van zich heeft afgeschud is hij op de toppen van zijn macht. Zijn geretoucheerde foto staat op de postzegel van 2.500 roebel. Zijn gestalte, voorzien van een aureool, is vereeuwigd in een glas-in-lood raam van een cultureel centrum. Zijn eerste boek is inmiddels uitgegeven door aanhangers in Duitsland: Wege in die Zukunft. Het is een bundeling speeches, waaronder eentje tot 's lands kolendistributeurs, waarin hij tot in details de planning voor de winter voorschrijft.

Hij geniet steun en aanzien onder ouderen, dorpelingen, laag opgeleiden. Anders dan in de buurlanden zijn zij niet massaal ontslagen, wordt hun loon of pensioen niet maanden te laat uitbetaald en is de huur van hun flatje niet met sprongen omhoog gegaan. De pijnlijke kant van de markthervormingen is ze bespaard gebleven. Ook de tientallen miljoenen communisten en nationalisten in Rusland, die zelf geen zichtbare leider hebben, dragen Loekasjenko op handen en zien hem als een mogelijke Verlosser.

In maart was hij de gastheer van het eerste, met Stalin-portretten en rode banieren overspoelde Congres van de Volkeren van de Sovjet-Unie. “De wil van de Slavische volken is voor mij wet”, sprak hij. Als geen ander speelt Loekasjenko in op gevoelens van angst en gekrenkte trots. “Wit-Rusland wordt weer net als in 1941 bedreigd door vijanden”, en daarom moet er een nieuw Oostblok komen.

Omdat het Moskou met het oog op de NAVO-uitbreiding goed uitkomt, is Loekasjenko een graag geziene gast in het Kremlin. Staande naast Jeltsin mag hij het glas heffen op fase één van zijn project: het samengaan van Rusland en Wit-Rusland in een unie.

Maar zoals het lot van een echte dictator het wil, wordt hij eenzamer en eenzamer naarmate hij meer macht vergaart. Het kringetje mensen om hem heen dunt in hoog tempo uit. Al enige tijd leeft hij in onmin met zijn vrouw Galina, die op de kolchoz in Horodets woont. Genieten van zijn macht kan hij niet, want hij is voortdurend op zijn hoede. De president drinkt niet, rookt niet, gaat zelden uit, en eet vooral kefir en bruin brood om in conditie te blijven. In februari ontbood hij zijn ministersploeg met ski's en al op het werk. Onder zijn leiding moest er die dag gelanglauft worden.

Echte vrienden heeft hij niet. Op een nacht nog niet lang geleden was de dienstauto van Loekasjenko om vier uur 's nachts bij het ijsstadion van Minsk verschenen. De nachtportier vertelde later dat hij niet wist wat hem overkwam: de president trok zijn schaatsen aan en ging ijshockeyen. In zijn eentje.