Vreemde donkere vlekken duiken op in aardse magnetosfeer

Iedere dag stormen er duizenden komeetachtige sneeuwballen op de aarde af. Deze opmerkelijke theorie werd afgelopen woensdag gepresenteerd door Louis Frank, een astrofysicus van de universiteit van Iowa, tijdens een bijeenkomst van de American Geophysical Union in Baltimore.

Het zou gaan om objecten met een diameter van zo'n 10 tot 15 meter en een gewicht van enkele tientallen tonnen, die met snelheden van meer dan tien kilometer per seconde de aarde naderen. Ze leveren echter geen enkel gevaar op voor de mens, omdat ze al op hoogten van duizenden kilometers uit elkaar vallen en uiteindelijk in de vorm van een soort ijsregen in de atmosfeer belanden. Deze sneeuwballen leveren voldoende water af om onze planeet iedere zes eeuwen met een laagje water van ongeveer een millimeter dikte te bedekken.

Frank leidt het eeuwigdurende bombardement van sneeuwballen af uit de opnamen van de Amerikaanse Polar-satelliet. Deze satelliet heeft instrumenten aan boord voor het bestuderen van verschijnselen in de magnetosfeer boven de polen van de aarde. Op de UV-opnamen van Polar verschijnen continu donkere 'gaten': kleine gebieden waar de intensiteit van de UV-straling veel geringer is dan elders.

Zulke donkere punten, die slechts kort bestaan, waren al ontdekt op soortgelijke opnamen die de Amerikaanse Dynamics Explorer 1 in het begin van de jaren tachtig van de aarde had gemaakt. Frank en zijn collega's presenteerden in 1986 de theorie dat deze 'lege' gebiedjes ontstaan doordat op grote hoogte boven de aarde een soort minikomeetjes uit het zonnestelsel verdampen. De meeste astronomen namen deze verklaring niet erg serieus, vooral omdat er geen enkele andere aanwijzing was die op zo'n aanhoudend bombardement wees. De meesten dachten dat de donkere stippen op de opnamen een instrumenteel effect waren: een soort electronische storingen of ruis.

De waarnemingen van de Polar-satelliet lijken de balans weer wat ten gunste van Frank te doen doorslaan. De camera's van Polar - aan het ontwerp waarvan ook Frank heeft meegewerkt - zijn veel gevoeliger dan die van de Dynamics Explorer, zodat aan de realiteit van de waargenomen details nu bijna niet meer kan worden getwijfeld. Maar het is nog lang niet zeker dat het om reuzensneeuwballen uit de ruimte gaat. Misschien moet men eerder denken aan een nog onbekend elektrodynamisch verschijnsel in de magnetosfeer van de aarde.

Als de aarde per dag duizenden reuzensneeuwballen ontmoet, zou er ook veel geïoniseerde waterstof en zuurstof in de ruimte moeten komen en daarvan is nog nooit iets ontdekt. En als de aarde zoveel objecten zou ontmoeten, moet onze maan er per dag minstens honderd tegenkomen. Deze sneeuwballen - van enkele tientallen tonnen zwaar - zouden door geen enkel spoortje atmosfeer worden gehinderd, dus met snelheden van meer dan tien kilometer per seconde neerploffen. Explosiewolken die hierop wijzen zijn nog nooit met zekerheid waargenomen en ook de seismometers op de maan hebben voor zover bekend nog nooit trillingen geregistreerd die aan zulke inslagen kunnen worden toegeschreven.