Uitslag verkiezingen Ierland onzekerder dan ooit tevoren

Het gaat goed met Ierland: iedere week komen er zo'n duizend banen bij. Toch is er, met nog een week te gaan, geen reden voor regeringscoalitie om rustig de verkiezingen af te wachten. Een omkoopschandaal bracht premier Bruton in diskrediet.

ROTTERDAM, 31 MEI. Met nog een week te gaan is Noord-Ierland toch nog de Ierse verkiezingsstrijd binnengedrongen. Geen van de politici brandt zich graag aan het onderwerp, een van de gevoeligste in de Ierse politiek. Maar Bertie Ahern, leider van oppositionele Fianna Fáil, kon het deze week niet laten om verschil van mening over Noord-Ierland te signaleren tussen premier John Bruton en minister van Buitenlandse Zaken Dick Spring. “De leiding van het vredesproces is in verkeerde handen als de taal en de analyse van de partijleiders die samen de regering vormen zo van elkaar verschilt”, aldus Ahern.

Spring noemde maandag het succes van Sinn Fein bij lokale verkiezingen in Noord-Ierland een teken van “de wil tot vrede”. Maar had Bruton kort voor de Britse verkiezingen niet gezegd dat een stem voor Sinn Fein een stem was “voor de geweldscampagne van de IRA”? Spring en Bruton doen er intussen alles aan om de indruk te wekken op één lijn te zitten. Ahern was zichtbaar tevreden dat hij er weer eens op kon wijzen hoezeer de huidige regering aan de hand loopt van de Britten. Fijntjes herinnerde hij de kiezers eraan dat de IRA tijdens de laatste Fianna Fáil-regering een bestand had afgekondigd en dat daaraan tijdens de huidige regering een einde was gekomen.

Daarmee was het stormpje geluwd. De politici kissebissen intussen alweer over onderwerpen waarover ze het in grote lijnen eens zijn. Alle partijen vinden dat de werkgelegenheid nog meer moet profiteren van de economische groei, dat het belastingstelsel dringend toe is aan herziening, dat criminaliteit en drugsgebruik hardhandig moeten worden bestreden en dat de vredesonderhandelingen over Noord-Ierland snel een nieuwe impuls nodig hebben. Dus proberen politici elkaar voornamelijk vliegen af te vangen over de vraag hoeveel meer, hoe dringend, hoe hardhandig en hoe snel.

In de provincie wordt nu al gesteggeld over de zalmvangst. Het seizoen begint en hengelaars maken zich grote zorgen over dreigende maatregelen om de visstand op peil te houden, maatregelen die de vissers geld gaan kosten. De verantwoordelijke minister, Eamon Gilmore van Democratisch Links, moet uiterst behoedzaam opereren om de 25.000 Ierse hengelaars niet tegen zich in het harnas te jagen. Want 25.000 stemmen zouden wel eens het verschil kunnen betekenen tussen regeren en oppositievoeren.

De Ierse verkiezingsuitslag is onzekerder dan ooit. Nooit eerder bestond er zo nadrukkelijk een keuze tussen twee coalities: de regerende regenboog coalitie, bestaande uit Fine Gael (46 zetels), Labour (32) en Democratic Left (2) aan de ene kant, en Fianna Fáil (68) en Progressiv Democrats (8) aan de andere. Labourleider Dick Spring, Tánaiste (vice-premier) en minister van Buitenlandse Zaken, heeft zijn lot verbonden aan Fine Gael en samenwerking met Fianna Fáil uitgesloten. En aangezien geen van de partijen in staat is een meerderheid te behalen, liggen de twee mogelijke coalities vrijwel vast - tenzij Fianna Fáil en Labour elkaar alsnog vinden, maar dat kan alleen als Spring opstapt.

De regering-Bruton leek volgens opiniepeilingen tot voor kort vrijwel zeker van een overwinning. Hoe kan het ook anders? Wekelijks komen er in Ierland zo'n duizend nieuwe banen bij - nog steeds amper genoeg om aan de vraag van de jonge Ierse bevolking en het groeiende aantal terugkerende emigranten te voldoen. En in zijn laatste begroting heeft de regering allerlei aardige belastingverlagingen in het vooruitzicht gesteld.

Maar net toen Bruton, op zijn Brits, had besloten om met de economische wind in de rug vervroegde verkiezingen uit te schrijven, werd zijn partij opgeschrikt door fraudeschandalen. Gek genoeg werd oud-premier Charles Haughey, lid van Fianna Fáil, het hardst getroffen door beschuldigingen dat hij geld zou hebben aangenomen van de grote Ierse winkelketen Dunne. Maar de huidige partijleider, Ahern, wist zichzelf sluw van Haughey te distantiëren. Bruton daarentegen bracht zichzelf in steeds grotere problemen door bij verschillende gelegenheden verschillende uitspraken te doen over het spekken van Fine Gaels partijkas door Dunne. In het parlement probeerde hij later uit te leggen dat hij beide keren de waarheid had gesproken, maar er was niemand meer die hem geloofde.

Het tij is daardoor voor de regering gekeerd. Het ziet er niet naar uit dat de regenboogcoalitie de eerste Ierse regering sinds 1969 zal zijn die aan een tweede termijn mag beginnen. Fianna Fáil en Progressiv Democrats - een relatief nieuwe partij die zich, anders dan de naam doet vermoeden, rechts van het midden bevindt - staan op een royale voorsprong, maar ook weer niet zo royaal dat ze zeker kunnen zijn van de 83 zetels die nodig zijn om een meerderheid in de 166 zetels tellende Dáil te vormen. In het Ierse districtenstelsel is de uitslag door merkwaardig gegoochel met voorkeurstemmen sowieso nogal onvoorspelbaar. Bovendien heeft meer dan 16 procent van de kiezers nog geen keuze gemaakt - voor Ierse begrippen opvallend veel.

De Ierse kiezers zijn cynischer geworden. Verlaging van de inkomstenbelasting, een paar duizend nieuwe gevangeniscellen en meer agenten - het is allemaal wel belangrijk, maar de politici omzeilen daarmee de werkelijke problemen. De industriële ontwikkeling mag goed zijn voor de werkgelegenheid, het milieu komt erdoor onder druk te staan - het debat over de visstand heeft hiermee te maken. Bovendien stijgen de prijzen, vooral van het wonen in steden, met een ongekende snelheid. De inkomensverschillen worden alleen maar groter en het aantal mensen dat het tempo van de groei niet kan bijbenen neemt, vooral in Dublin, snel toe. Ierland dreigt zo hard te hollen, dat het zichzelf voorbijloopt.