Indonesië stevent af op een twee-partijensysteem

Nu de PDI is gedecimeerd, na het gedwongen vertrek van Megawati Soekarnoputri, lijkt de politiek in Indonesië verdeeld in twee kampen. Die van regeringspartij Golkar en die van de PPP, die verandert in een volkspartij voor de gewone moslim.

JAKARTA, 31 MEI. De secretaris-generaal van de islamitisch georienteerde PPP, Tosari Wijaya, was helemaal niet blij. Gistermiddag belegde de PPP-partijtop een persconferentie om het hart te luchten over de uitkomsten van de algemene verkiezingen in Indonesië van afgelopen donderdag. In de loop van vrijdag was duidelijk geworden dat de aanvankelijk tegenvallende eerste uitslagen, aanmerkelijk aan het opklimmen waren.

Regeringspartij Golkar, de afgelopen dertig jaar onafgebroken aan de macht, was van een aanvankelijke schijnbare monsterzege van circa 83 procent zachtjesaan teruggezakt naar bijna 74 procent. Voor de regeringspartij betekent dit overigens nog steeds de grootste overwinning in haar geschiedenis. De winst van beide partijen wordt in ieder geval voor een deel toegeschreven aan de ondergang van de derde toegelaten partij van Indonesië, de christelijk-nationalistische PDI, die verkruimelde tot een schrale 2,5 procent. Oorzaak daarvan is het schisma in die partij na het afzetten van de populaire voorzitter Megawati Soekarnoputri, dochter van oud-president Soekarno, op een door de regering geregisseerd congres vorig jaar juni.

Ondanks de florissante uitkomst voor de PPP bleef Tosari Wijaya bij zijn standpunt. “Er zijn veel onregelmatigheden geconstateerd”, zei hij desgevraagd na afloop van de persconferentie. “Veel van onze PPP-vrienden in de regio hebben bijvoorbeeld niet eens een oproepkaart ontvangen. Daarbij komt dat de verkiezingen in een aantal gebieden niet in het openbaar hebben plaatsgehad en dat er aanwijzingen zijn van andere onregelmatigheden.”

Wijaya maakte duidelijk dat de PPP-leiding alleen onder een aantal voorwaarden akkoord zal gaan met de uiteindelijke uitslag van de verkiezingen. Normaal gesproken is dat misschien een formaliteit, waarvan de oppermachtige Golkarpartij zich overigens weinig hoeft aan te trekken, maar onder de gespannen situatie in Indonesië heeft de PPP-leiding een troef in handen. En dat is het malcontente PPP-electoraat. Dat gaf op donderdagavond op het eiland Madura, voor de kust van Oost-Java, lucht aan zijn woede over de op dat moment schijnbaar tegenvallende uitkomst voor de lijst nummer 1: de PPP. Een kleine honderd gebouwen, waaronder bestuurskantoren, het Golkarkantoor en een politiebureau werden aangevallen en voor een deel platgebrand. Deze uitbarsting volgde op de meest gewelddadige verkiezingscampagne van de afgelopen dertig jaar. De verwachting is dat de regering verdere onrust wil voorkomen. Tosari Wijaya, en met hem de partijtop van de PPP, wil op 5 juni onderhandelen met de regering over zijn grieven. Er moet volgens Wijaya op een aantal plaatsen opnieuw gestemd worden.

Het blijft natuurlijk de vraag of de regering op die eis kan of wil ingaan: daarmee zou ze toegeven dat er onregelmatigheden hebben plaatsgehad. Bovendien blijft in dat geval de explosieve atmosfeer van de campagneweken, die het leven heeft gekost aan ten minste 280 mensen, nog langer hangen.

De uitkomst van de Indonesische verkiezingen, voor zover de resultaten nu bekend zijn, is in meerder opzichten interessant: Golkar heeft een historische zege behaald en heeft al laten weten dat de partij “een machtige positie zal krijgen in het besluitvormingsproces”. Politieke analisten tekenen ondertussen aan dat de overweldigende steun voor Golkar niet automatisch kan worden uitgelegd als een mandaat voor president Soeharto. Maar de herverkiezing van de president, in maart volgend jaar, zal zoals de zaken er nu voorstaan geen problemen opleveren.

Een ander opvallend feit is het wegvallen van de christelijk-nationalistische PDI. Het is de vraag of degenen in het staatsapparaat die verantwoordelijk zijn voor het verwijderen van Megawati Soekarnoputri de huidige ontwikkelingen voorzagen. Zoals de spontane coalitie van PPP-aanhangers en Megawati-loyalisten de afgelopen weken aangaf, is Megawati uitgegroeid tot de informele schutspatroon van iedereen die het op een of andere manier oneens is met de regering. De komende periode zal de Indonesische regering mogelijk rekening moeten houden met een niet te onderschatten buiten-parlementaire oppositiebeweging.

Het decimeren van de derde partij van Indonesië betekent in de praktijk verder dat in de landspolitiek twee blokken tegenover elkaar komen te staan. De regeringspartij Golkar, geassocieerd met het establishment, versus de pseudo-islamitische, grootgegroeide PPP, die de afgelopen periode steeds meer het imago van een volkspartij voor de gewone moslim heeft aangenomen. De PPP, die bovendien claimt in werkelijkheid op veel meer sympathie onder het electoraat te kunnen bogen dan wordt weerspiegeld in de verkiezingsuitslag. In andere politieke culturen zou een dergelijk twee partijen-systeem aanleiding geven tot aanscherping van de verhoudingen. Hoe dit experiment in Indonesië zal uitwerken, met zijn specifieke musyawarah-cultuur die gericht is op het innemen van gezamenlijke standpunten, blijft de vraag. Wat dat betreft kunnen de onderhandelingen volgende week tussen de regering en de PPP over de uitkomsten van de verkiezingen een lakmoesproef opleveren voor de komende jaren.