DYSLEXIE (5)

Ter aanvulling op de psychologische en orthopedagogische invalshoeken van het artikel 'Klanklezen' (W&O, 3/5) over dyslexie (helaas tweemaal gespeld als 'dyslectie'!) wil ik graag een aantal opmerkingen plaatsen vanuit de invalshoek van de taalwetenschap.

In het artikel wordt gesteld dat kennis over de spelling van de woorden 'doos' en 'padden' mensen ertoe brengt om de 'd' in beide woorden als een gelijke klank te beoordelen. Dat ondanks de verschillen in uitspraak, de 'd' in deze woorden toch als gelijk wordt beschouwd heeft echter niets te maken met leren spellen, maar met het vermogen dat kinderen al vanaf circa 9 maanden hebben om klanken die in een taal dezelfde functie hebben als gelijk te categoriseren. Dit fonologisch categorisatievermogen zorgt ervoor dat in de perceptie de aandacht niet gericht is op uitspraakvariaties van klanken, maar op de functie van klanken om woorden van elkaar te onderscheiden. Alle uitspraakvariaties van 'd' hebben de functie om woorden als 'doos' en boos', 'duit' en 'buit', 'doek' en 'boek', etc. van elkaar te onderscheiden.

Ook de volgende observatie in het artikel: 'Vrijwel iedereen leert het onderscheid van de verschillende klanken tegelijkertijd met lezen en schrijven.' lijkt voorbij te gaan aan de kennis vanuit taalwetenschappelijk, m.n. psycholinguïstisch, onderzoek, dat kinderen al voor de leeftijd van 2,5 jaar, als onderdeel van hun taalontwikkeling het onderscheiden van klanken leren. Hoewel het niet duidelijk is, wordt in het artikel waarschijnlijk bedoeld het bewust kunnen manipuleren van klanken in tegenstelling tot het min of meer onbewuste leerproces in de vroege taalontwikkeling.

De effectstudie van de fonologische behandelmethode van het IWAL, beschreven in het kader bij het artikel, geeft eveneens aanleiding tot meer aandacht voor de invalshoek van de taalwetenschap in de discussie rond een taalprobleem als dyslexie. Uiteindelijk hebben behandelmethodes zoals die van het IWAL, maar ook andere taalkundige behandelmethodes zoals bijvoorbeeld van de Stichting Taalhulp in Hilversum baat bij kennis over de specifieke problemen van dyslectici bij het leren van de fonologische regels van het Nederlands.

In de discussie rond een taalprobleem als dyslexie wordt m.i. nog te weinig de invalshoek van de taalwetenschap, m.n. de fonologie, gekozen. Dit geldt voor het in 1995 verschenen advies van de Gezondheidsraad omtrent afbakening en behandeling van het begrip dyslexie, als ook voor het onlangs gestarte NWO-project Dyslexie.