Financiële tijdbom onder Holland Media Groep

ROTTERDAM, 30 MEI. Een 'financiële tijdbom' onder de Holland Media Groep (RTL4, RTL5 en Veronica) heeft dit mediaconcern toenadering doen zoeken tot het concurrerende TV10. Dit station gaat een grote hoeveelheid ongebruikte programma's van HMG uitzenden, die nu nog loodzwaar op de HMG-balans drukken.

Naar verluidt heeft HMG een voorraad incourante programma's van minstens 100 miljoen gulden in de boeken staan. Beide partijen zijn afgelopen weken overeengekomen dat TV10 de komende jaren programma's op de buis brengt die uit de schappen van HMG komen. Volgens directeur Hans Bloem van TV10 gaat het om zowel herhalingen van programma's die eerder op RTL of Veronica te zien waren, als om programma's die “om de een of andere reden nog niet zijn uitgezonden”. De directeur acht het mogelijk dat een herhaling van de populaire dagelijkse soap Goede Tijden Slechte Tijden die nu op RTL4 draait over enkele jaren op TV10 te zien zal zijn. Bloem zegt dat het gaat om “een soort volumecontract”, maar wil de omvang niet noemen. Als tegenprestatie betaalt TV10 mogelijk in aandelen, waardoor HMG een belang krijgt in TV10. “Dat hoeft niet. We zijn nog in gesprek over de details. Het definitieve ei is nog niet gelegd. Er zijn ook andere vormen van economische samenwerking mogelijk”, aldus Bloem.

De Holland Media Groep beschikt over een grote voorraad programma's die nog moeten worden herhaald. Die vormt in toenemende mate een financieel probleem omdat er bij uitzending niet voldoende reclame-inkomsten tegenover zullen staan. Bloem erkent dat HMG te maken heeft met “een zeker voorraadprobleem”, maar haast zich eraan toe te voegen dat het “aan HMG zelf is om te bepalen of het een probleem is”.

Ingewijden spreken zelfs van een financiële tijdbom onder het concern, die het gevolg is van de boekhoudmethode die het hanteert. Het zou gaan om zo'n honderd miljoen gulden, welk bedrag zonder tegenmaatregelen eigenlijk onmiddellijk van de winst zou moeten worden afgetrokken. Andere kenners houden het zelfs op het dubbele. Gezien het feit HMG slechts marginaal winst maakt, zou het bedrijf daarmee diep in de rode cijfers terecht komen. HMG zelf wil hier niet op ingaan “omdat het gaat om bedrijfscijfers, en daar doen we nooit mededelingen over”. De woordvoerder wil alleen zeggen dat het bedrijf “een buitengewoon gezonde afschrijvingspolitiek voert”.

HMG koopt jaarlijks voor enkele honderden miljoenen guldens films, shows, spelletjes, drama of soaps van producenten in Nederland en in het buitenland. Bij de meeste televisiestations wordt het aankoopbedrag van dergelijke programma's veelal in datzelfde jaar van de inkomsten afgetrokken, tenzij vrijwel zeker is dat een succesvolle herhaling kan volgen. Volgens diverse ingewijden is het bij HMG echter staande praktijk voor een groot deel van de duurdere aangekochte programma's slechts tweederde van de kosten in het jaar van uitzending in de winst- en verliesrekening mee te nemen. De rest van de kosten worden doorgeschoven naar de toekomst en pas 'genomen' op het moment dat het programma wordt herhaald. Voor een aflevering van Goede Tijden Slechte Tijden die ongeveer een ton kost, hoeft zo dus slechts voor 66.000 gulden aan reclamespotjes rond de eerste uitzending te worden verkocht om 'quitte' te draaien. Alles wat daarboven wordt binnengehaald is 'winst'. Het is dan wel noodzakelijk dat bij de latere herhaling nog eens 33.000 gulden aan reclamegeld binnenkomt. Zolang dat niet is gebeurd, wordt wel met die inkomsten rekening gehouden: de aflevering van de soap verschijnt met een waarde van 33.000 gulden in de balans onder het kopje 'voorraad'. Dat alles is geen probleem bij populair drama. Een serie als Flodder haalt ook bij tweede uitzending hoge kijkcijfers en levert dus opnieuw veel reclamegeld op. Soms leidt zo'n reprise overigens tot hilarische situaties, zoals vorige week, toen Veronica afleveringen herhaalde van de comedy-series Murphy Brown en Ellen die beide in de kersttijd speelden.

Pag.14: Waarde van programma's discutabel

Herhalen wordt echter moeilijk bij soaps die al jaren draaien of dure shows als All You Need is Love of de Suprise Show, die al snel gedateerd zijn. In de boeken is met herhaling wel rekening gehouden. Zo blijven er naar verluidt voortdurend programma's bedoeld voor een rerun op de plank liggen. Dat is erger geworden nu RTL5 op last van de Europese Commissie niet langer gebruikt mag worden om herhalingen te vertonen.

Met de programma's die niet meer worden herhaald hoopt ook het doorgeschoven bedrag zich op. Op de balans staan die programma's en de bijbehorende bedragen weliswaar als 'voorraad' aangemerkt, maar het is de vraag of de genoemde waarde van die voorraad realistisch is. Een deel van de programma's zal nooit meer op de buis verschijnen omdat kijkers en dus adverteerders een herhaling van het gedateerde programma op prime-time niet pikken.

Frank van den Ende, mediaspecialist van accountants- en adviesbureau Moret Ernst & Young zegt dat “als je een dergelijk beleid hebt gevoerd, je eigenlijk iets op de balans hebt staan dat geen waarde heeft”. Hij vindt dat het bedrag ten laste moet worden gebracht van het resultaat. Gezien de omvang van de programmapakketten die HMG koopt zou Van den Ende “niet gek opkijken” als het ging om een bedrag van honderd miljoen gulden. Van den Ende weet dat andere televisiestations over het algemeen veel voorzichtiger zijn bij de waardering van hun programmavoorraad.

Naar nu blijkt heeft de voorraad 'waardeloze' programma's en het daaraan gekoppelde grote financiële risico voor de Tros een belangrijke rol gespeeld bij het mislukken van de beoogde fusie met RTL4 en RTL5 eind 1994. Financieel directeur Ruud Huisman van de Tros: “In het complex van factoren was hun afschrijvingsbeleid een van de redenen om het niet door te laten gaan. Hun balanspositie was niet florissant. Er moesten nogal wat geactiveerde programma's worden weggespeeld. En wij zagen de bui al hangen. Dat zou niet bij RTL4 gebeuren.”

Huisman zegt dat de waardering van programma's onder financiële managers van de omroepen een hot item is: “In het parlement wordt een enquête gehouden naar de technolease-affaire. Hier vindt een zelfde discussie in het klein plaats. Het gaat om de bepaling van de waarde van programma's. Dat is net zoiets als de waarde van ideeën en kennis. Je ziet dan dat aandeelhouders eisen dat er winst wordt gemaakt. Dan wordt er verder gegaan dan wanneer je een normaal, voorzichtig beleid zou voeren.”

De voorraadproblematiek voor HMG is volgens Huisman het afgelopen jaar ernstiger geworden: “Het zou allemaal nog wel meevallen als de reclamemarkt niet zo onder druk zou staan. Maar om een marktaandeel te halen waar nog adverteerders op afkomen moet je steeds kritischer zijn in wat je uitzendt. Men zal meer geneigd zijn programma's op de balans te houden.” De Tros-directeur erkent dat de problematiek ook voor publieke omroepen geldt: “Ook bij ons is voorgeschreven dat een herhaling van een dramaserie op een derde van de kosten wordt gewaardeerd als je die weer op prime-time gaat uitzenden.” Het verschil is dat bij HMG bijna elke grotere produktie zo wordt behandeld, terwijl lang niet alles geschikt is voor herhaling: “Hun beleid is veel meer rigide.” Huisman denkt zelfs dat het feit dat RTL4 al vlak na oprichting winst kon maken “in belangrijke mate is veroorzaakt door dit afschrijvingsbeleid”.

Een jaarrekening van een bedrijf moet weliswaar goedgekeurd worden door een onafhankelijke externe accountant (in het geval van HMG is dat Arthur Andersen), maar volgens Huisman is geen accountant in staat die goed te controleren: “Als vaklui, succesvolle programmamakers, een overtuigend verhaal houden dat die voorraad wel even wordt weggespeeld, dan is het voor een accountant buitengewoon moeilijk daar doorheen te prikken.”

Het 'volumecontract' met TV10 lost een deel van het voorraadprobleem van HMG op. Voor programma's die anders volledig zouden moeten worden afgeschreven, omdat ze toch niet meer op RTL4, RTL5 of Veronica vertoond worden, krijgt HMG nu toch nog geld terug. Volgens Van den Ende van Moret kan dat echter slechts gaan om een beperkt deel van het bedrag, en zal er altijd nog een behoorlijk bedrag moeten worden afgeschreven. Huisman van de Tros is het daarmee eens, al vindt hij het wel een goede zet: “TV10 bij uitstek is opgericht om dit soort dingen te doen. Op zo'n moment verbaas ik me weer hoe goed het marktmechanisme in onze sector werkt en vraag en aanbod elkaar weer vinden.” De woordvoerder van HMG zelf heeft “geen idee” of het vooraadprobleem een rol heeft gespeeld bij de vrijages met TV10.

Overigens is nog een aantal complicaties te verwachten bij de deal tussen HMG en TV10. Zo blijkt uit navraag bij Endemol dat in contracten tussen een televisieproducent en een tv-station behalve een herhalingsrecht doorgaans expliciet wordt vermeld welk station die herhaling moet uitzenden. In veel gevallen zal de producent dus toestemming moeten geven voor een herhaling op TV10. Bloem van TV10 bevestigt dat, ondanks de onderlinge afspraken, per programma moet worden bekeken of een herhaling mogelijk is. Mogelijk is Endemol helemaal niet blij met een 'devaluatie' van zijn sterren op TV10, zoals een media-deskundige uitdrukt.

De nauwe verbintenis tussen TV10 (in handen van uitgever Wegener Arcade en het Amerikaanse Saban) en HMG (met als aandeelhouders CLT, uitgever VNU en de vereniging achter Veronica) heeft ook de aandacht van mededingingsautoriteiten in Den Haag en Brussel. Zij moeten beoordelen of in de mediasector sprake is van te grote machtsconcentratie. Zonder op details te willen ingaan bevestigt een woordvoerder van het ministerie van Economische Zaken dat de HMG-directie al langs is geweest om over de kwestie TV10 te spreken. De zaak ligt uitermate gevoelig omdat Europees Commissaris Van Miert twee jaar geleden de oprichting van HMG frustreerde door het samengaan te verbieden van drie grote tv-stations met producent Endemol. RTL5 werd vervolgens gedwongen zich om te vormen tot een nieuwszender, terwijl Endemol helemaal uit de constructie stapte. Mogelijk wordt participatie van HMG in TV10 niet gezien als een bedreiging voor de concurrentie omdat de zender slechts een beperkt marktaandeel bezit.