'We hebben Erbakan ontmaskerd'; Gesprek met Turkse staatsminister, lid van conservatieve coalitiepartij

Tansu Çiller van de conservatieve Turkse Partij van het Juiste Pad (DYP) wil het premierschap overnemen van coalitiepartner Necmettin Erbakan en over een klein jaar verkiezingen houden. Erbakan twijfelt, mede omdat een deel van zijn moslim-fundamentalistische Welvaartspartij aandringt op verkiezingen op korte termijn. Het constitutionele hof bekijkt immers of de Welvaartspartij moet worden ontbonden, zodat haast is geboden.

ANKARA, 29 MEI. “We hebben de moslim-fundamentalistische Welvaartspartij ontmaskerd door haar in de gelegenheid te stellem om te regeren”, meent de Turkse staatsminister Salim Ensarioglu van de conservatieve Partij van het Juiste Pad (DYP). “Het is nu duidelijk dat Erbakan zijn verkiezingsbeloften niet kan nakomen: zoals het afschaffen van rente op banktegoeden, de openstelling van het leger - de bewakers van het seculiere karakter van Turkije - voor fundamentalistisch georiënteerde militairen, ontbinding van de militaire overeenkomsten met Israel (...) Daarom is het schokkend om te zien welke kwalijke rol de populaire media, het leger en bij voorbeeld de rechterlijke macht nu spelen. Ze mengen zich actief in de politiek omdat ze tegen de Welvaartspartij zijn. Op die manier proberen ze de ontwikkelingen naar hun hand te zetten. Dat is ondenkbaar en onaanvaardbaar in een democratie.”

Ensarioglu (42) is afkomstig uit Diyarbakir in het Koerdische zuidoosten van Turkije. Namens partijleider Çiller heeft hij de Welvaartspartij in de afgelopen weken verscheidene keren gepolst over de wens van de DYP om het roulerend premierschap over te nemen en vervroegde verkiezingen uit te schrijven.

“Tien procent van de parlementariërs van de DYP was midden vorig jaar tegen de beslissing van partijleider Çiller om een coalitieregering te vormen met de fundamentalistische Welvaartspartij”, zegt Ensarioglu. “De resterende 90 procent was van mening dat het op de lange termijn voor Turkije beter zou zijn om de Welvaartspartij in het politieke systeem in te bedden. De politieke islam had met de leus adil duzen (gerechtigheid) immers 21,3 procent van de stemmen achter zich gekregen en was daardoor de grootste partij geworden. Binnen de DYP leefde de angstige indruk dat als we de politieke islam buiten de regering zouden houden, de Welvaartspartij bij de volgende verkiezingen nog hoger zou scoren.”

De stemming in Turkije is inmiddels volledig omgeslagen. Het leger en de seculiere krachten vrezen dat het land onder leiding van de politieke islam van het Westen wegdrijft. Ook binnen de DYP neemt de oppositie tegen het voortbestaan van de coalitie manifeste vormen aan. Alleen al in de afgelopen paar dagen verlieten vier afgevaardigden de partij. “De vraag binnen de DYP is niet langer of we de samenwerking met de Welvaartspartij moeten beëindigen, maar hoe dat moet gebeuren”, zegt Ensarioglu. “Wij eisen dat mevrouw Çiller het roulerend voorzitterschap van premier Erbakan overneemt en dat er in het voorjaar van 1998 vervroegde verkiezingen worden gehouden.”

Maar is de grootste zorg van de seculiere meerderheid in Turkije niet juist dat de Welvaartspartij nu in staat is om het staatsapparaat te infiltreren om vervolgens haar islamitische ideologie en levensvisie aan de totale samenleving te kunnen opdringen?

“Dat is een ontwikkeling die je bij elke regeringswisseling ziet. De partijen die aan de macht zijn vervangen een belangrijk deel van het bureaucratische apparaat met mensen van hun eigen partij. De Welvaartspartij is nu de belangrijkste coalitiepartner en Erbakan is premier. Het is onzin om bij wijze van spreken wel het huis aan hen over te dragen, maar hen tegelijkertijd de toegang tot de keuken te weigeren.”

Intussen verliest de DYP afgevaardigden. Waarom keert Çiller niet op haar schreden terug?

“De parlementariërs die de laatste tijd de DYP hebben verlaten en nu deel uitmaken van de rechts-liberale Moederlandpartij, hebben geen echte binding met de DYP. Het zijn mensen die voor de verkiezing in december 1995 op de kandidatenlijst zijn geplaatst omdat mevrouw Çiller af wilde van de irritante bemoeienis van zowel Demirel (oud-voorzitter van de DYP en momenteel president) als Cindoruk (inmiddels voorzitter van de Democratische Turkse Partij (DTP). De rest, die voor een belangrijk deel vanuit de afdelingen omhoog is gekomen, blijft in de partij, ook al hebben enkele van hen zware kritiek op de manier waarop mevrouw Çiller opereert. Maar een leider kun je niet zo maar afzetten. Dat schaadt het aanzien van de partij. Dat moet op partijcongressen gebeuren, aan de hand van verkiezingen. Bovendien blijkt uit het overleg dat Çiller dagelijks met de DYP-afgevaardigden voert, dat weliswaar de weerstand tegen het voortbestaan van de coalitieregering groeit, maar dat een ruime meerderheid, ik schat die zelfs op 90 procent, tevens van mening is dat we ons niet overhaast in nieuwe verkiezingen moeten storten of de coalitieregering moeten beëindigen.”

Waarom wil de DYP pas volgend jaar naar de stembus?

“We zijn weliswaar aan de regering, maar vóór alles zijn we een politieke partij. Er wordt ons nu door seculiere kringen verweten dat we de politieke islam aan de macht hebben gebracht, met alle gevolgen van dien. Dat is een slechte uitgangspositie voor de DYP bij verkiezingen. We denken dat we zowel de angst in het land met betrekking tot een sluipende islamisering kunnen tegengaan, als het imago van de DYP opvijzelen door het premierschap van Erbakan over te nemen. Ook om andere redenen is het onmogelijk om op korte termijn naar de stembus te gaan. Sinds 1990 heeft er geen volkstelling meer plaatsgehad, waardoor de kieslijsten volstrekt verouderd zijn. Dat is een nadeel voor alle politieke partijen, met uitzondering van de Welvaartspartij. In 1995 hebben we gezien hoe goed juist deze partij in staat was om haar achterban te mobiliseren om zich alsnog te registreren. Bovendien krijgen parlementariërs pas na twee jaar recht op pensioen, wat voor veel afgevaardigden een belangrijke afweging is als het tot een stemming in het parlement komt voor verkiezingen vóór 24 december, de datum waarop die termijn is volgemaakt.”