'Iedere vrouw wil jasmijn, roos, anjer zijn'; Liefdespost voor Julia

Julia is al eeuwenlang dood, maar nog steeds krijgt ze post. Iedere dag brengt de postbode een stapeltje brieven naar een achterafstraatje in Verona. Daar heeft een gepensioneerde ondernemer een kantoortje ingericht, waar hij met de hulp van de voorlichtster van een bank, een Chinese tafeltennister, toevallige passerende Russinnen, een Japans sprekende gids en een Turkse NAVO-generaal antwoord geeft op liefdesproblemen uit heel de wereld. “Met haar liefde voor Romeo is Julia het symbool voor zuivere, compromisloze liefde,” zegt Giulio Tamassia. “Daarom schrijven mensen ons. Ze vertellen over wanhopige liefdes, vragen om raad, smeken of wij aan het voorwerp van hun liefde willen schrijven.” Hij is 64 jaar, kort geknipt, en loopt rond in een bollend T-shirt met een tekening van Julia. Af en toe aait hij de hond die om zijn bureau loopt. Met de andere vrijwilligers heeft hij de Club van Giulietta opgericht, zoals Julia in het Italiaans heet. Die probeert de traditie levend te houden die Romeo en Julia koppelt aan Verona, de Noorditaliaanse stad waar Shakespeare zijn drama heeft gesitueerd. “Dat Julia misschien niet echt heeft bestaan, is niet zo belangrijk. Net als Odysseus zijn Romeo en Julia deel gaan uitmaken van de menselijke geschiedenis. Daarmee zijn ze realiteit geworden.”

Tegen de vijfduizend brieven komen er jaarlijks binnen bij de club. Soms staat er niet meer op dan Juliet, Italy, of Giulietta, Verona. Er zit van alles tussen. Een meisje van vijftien uit Chicago wil weten hoe het is om te wonen met zoveel personeel. Hooman uit 'het land van de rozen' (Iran) weet dat hij van haar houdt en hoopt op een brief met foto. Filomena uit Benevento vraagt de bemiddeling van Julia voor twee verliefde vrienden en wil in haar PS ook het adres van een goede gynaecoloog weten. Japanners verzoeken om een antwoord met een mooie postzegel. Een echte Romeo uit Australië schrijft dat hij nooit een waardige Julia heeft ontmoet en stelt een ontmoeting voor: “Ik weet discreet te zijn, ik ben een gentleman.”

Sommigen reageren op het klassieke liefdesverhaal. Tamassia vertelt dat Amerikanen vaak schrijven dat ze niet moet treuren. “Ze zeggen dan: de zee zit vol met vis. Arabieren schrijven vaak, laat die Romeo toch en kom hier bij ons, we geven je een zwembad, een mooie auto, lekkere geurtjes.”

Maar de meeste brieven gaan over onbeantwoorde, uitzichtloze, verloren liefdes. Rosella uit Rome komt uithuilen na de breuk met haar beminde: “Als er iedere keer dat ik aan hem denk een ster zou uitgaan, zou de hemel donkerder zijn dan een graftombe.” Olimpia uit Katowice, Polen, is nog op zoek: “Iedere vrouw heeft behoefte aan liefde om te bloeien, om jasmijn, roos, anjer te zijn.”

Als de brieven met behulp van tafeltennister of NAVO-generaal zijn vertaald, krijgt in principe iedereen antwoord, vertelt Tamassia. Soms is dat antwoord ondertekend met Julia. Andere keren staat er 'de secretaris van Julia' onder. Vijf vrijwilligers komen hier in hun vrije uren om die brieven te beantwoorden, met de hand. Tamassia: “Een brief uit de printer is onpersoonlijk. Nu laat je zien dat er echt iemand is die heeft geluisterd, die heeft nagedacht over de brief.” Slechts één van de vijf vrijwilligers schrijft haar antwoorden op de computer, omdat haar handschrift onleesbaar is.

Tamassia weet niet precies hoelang de club van Giulietta hiermee bezig is. Een jaar of tien, vijftien. De brieven voor Julia komen al veel langer naar Verona. In de jaren dertig is het begonnen, na het succes van de film met Leslie Howard en Norman Shearer. De brieven gingen naar de bewaker van de tombe die te boek staat als het graf van Julia, net buiten de oude stadsmuren, en die vond dat de schrijvers antwoord moesten krijgen. Na zijn dood is het werk overgenomen door een hoogleraar letteren, daarna door een gemeente-ambtenaar, en nu nemen Tamassia en zijn vrijwilligers de post door. Sinds kort is er ook een speciale internetsite, met gelegenheid voor e-mail. Tamassia verwacht overigens niet dat de nieuwe film over Romeo en Julia veel brieven oplevert. “Die is te gewelddadig.”

Julia is, na de opera-opvoeringen in de Arena, de belangrijkste toeristische trekker voor Verona. Veel Veronezen leven van de liefde. De kale tombe, zonder opschrift, in een schimmelige kelder, wordt weinig bezocht. Het huis van Romeo's familie, de Montecchi, vroeger een belangrijk geslacht in Verona, is vervallen. Maar het huis dat heeft toebehoord aan de familie Capelletti, waar Julia zou hebben gewoond, trekt tienduizenden mensen. In een drukke straat van het oude centrum moet je een poortje door waarvan de muren zijn volgekladderd met hartjes en andere liefdesverklaringen. Op het pleintje binnen klinkt She loves you van de Beatles uit de luidsprekers van het souvenirswinkeltje. Tegen de achterwand, half onder de weelderig groeiende klimop, staat een bronzen beeld van Julia. “Als je haar achterste aanraakt, brengt dat geluk,” zegt een Italiaanse vrouw. Haar man kiest, net als de meeste bezoekers, voor de rechterborst. Die glimt van al het contact.

Het huis zelf is pas gerestaureerd. De zalen op de vier verdiepingen zijn sober ingericht. Wat stoelen, oude tegels, resten van fresco's, hier en daar een grote plant. Het tufstenen balkon trekt de meeste mensen, omdat daar zich de meest romantische scènes zouden hebben afgespeeld - dat het pas in 1930 aan het huis is gemetseld, om het huis meer in overeenstemming te brengen met Shakespeares drama, ontgaat de meeste bezoekers.

“Het is een prachtig romantisch verhaal,” vertelt een Australisch meisje als ze met haar vriendin van het balkon af komt. Heeft zij haar Romeo gevonden? “Neen, we hebben naar hem gezocht vanaf het balkon. Maar we konden hem niet vinden.”