GESCHIEDENIS

De rol van Nederland in het Europese machtsspel van de afgelopen drieëneenhalve eeuw:

1648-1702 Bij de vrede van Münster wordt de Republiek officieel erkend en opgenomen in de diplomatieke rangorde. De expansiedrift van Lodewijk XIV domineert de halve eeuw die volgt. De Engelsen benijden de Republiek om haar economische macht. Steeds wisselende allianties zijn het gevolg, totdat in 1689 het Groot Verbond van Wenen tot stand komt, waarbij vrijwel heel Europa zich tegen Frankrijk keert onder leiding van koning-stadhouder Willem III.

1702-1756 In 1702 komt met de dood van Willem III een einde aan de 'personele unie' tussen Engeland en de Republiek. De verzwakte Republiek probeert na afloop van de Spaanse successieoorlog, in 1713, neutraal te blijven. Toch blijven de raadspensionarissen in dit stadhouderloze tijdperk de samenwerking van de zeemogendheden als hoeksteen van het buitenlandse beleid beschouwen.

1756-1813 Een renversement des alliances in Europa. Voortaan gaan Engeland en Pruisen samen tegen Frankrijk en Oostenrijk. De Republiek probeert de neutraliteit te handhaven, maar drijft steeds verder in de richting van Frankrijk. De afnemende invloed van de Orangisten op het buitenlandse beleid is daarbij de bepalende factor. Uiteindelijk worden de Nederlanden in 1810 deel van het Franse Rijk.

1813-1840 Op het congres van Wenen wordt onderscheid gemaakt tussen eerste- en tweederangs mogendheden. Nederland behoort tot de tweede categorie en moet Engelse patronage aanvaarden. Koning Willem I ziet Nederland weliswaar als 'sentinelle de la Grande Bretagne sur le continent', maar probeert steeds meer de rol van onafhankelijke mogendheid te spelen. Vooral de zwakke Duitse buurlanden worden het slachtoffer doordat Nederland de Rijnvaart niet vrijgeeft, zoals afgesproken op het congres. Dat leidt in 1826 tot een diplomatieke rel rondom de Oostenrijkse gezant Mier die Nederland te verstaan geeft dat het zich als creatie van de Europese diplomatie ook strikt aan de Europese afspraken moet houden.

1840-1914 Na het aftreden van Willem I gaat Nederland een steeds bewustere neutraliteitspolitiek voeren. De eerste test, de Frans-Duitse oorlog, wordt met glans doorstaan. De betrekkingen met Pruisen worden intussen steeds beter. Vooral Abraham Kuyper is voorstander van innige betrekkingen met het Duitse Rijk. Het neutrale Nederland ziet een rol voor zich weggelegd als vredesstichter. In 1899 en 1907 worden vredesconferenties in Den Haag georganiseerd.

1914-1940 Nederland blijft in de Eerste Wereldoorlog opnieuw neutraal, maar treedt in 1920 wel toe tot de Volkenbond. Daarmee sanctioneert Nederland de vredesregeling van Versailles, wat een relatieve aantasting van de neutraliteit betekent. Daarom wordt voortaan liever van zelfstandigheidspolitiek gesproken. In 1940 maakt de Duitse inval een einde aan de Nederlandse neutraliteit.