Thank you America

Mijn man, een Nederlander, maakte mij attent op het artikel in NRC Handelsblad (22 mei) waarin stond dat “Alle nu in Nederland wonende Amerikanen zijn uitgenodigd voor het feest 'Thank you America' op de Kop van Zuid in Rotterdam”, ter ere van de Marshallhulp. Hetzelfde werd op het Journaal herhaald. Alle Amerikanen. Ik was blij.

Toen ik de gemeente Rotterdam belde om mij en mijn kinderen aan te melden, hoorde ik dat het feest al maanden geleden “uitverkocht”, was! En nu komt het. In plaats van 'Mevrouw, wat erg! Het spijt ons! We zullen kijken wat wij eraan kunnen doen', werd de 'schuld' afgeschoven naar mij (“Wij hebben maanden geleden advertenties gezet”) en naar andere gemeenten (“Wij hebben veel gemeenten gevraagd om de Amerikanen te benaderen”). Daar heb ik niks aan. Mijn gemeente, Hilversum, zegt van niks te weten.

Nederlanders zullen misschien niet begrijpen waarom ik heb zitten huilen. Voor ons Amerikanen is nationaliteit iets heel persoonlijks. Ik ben trots om Amerikaans te zijn, en ik probeer een goede ambassadeur voor mijn land te zijn door me al 23 jaar aan de Nederlandse normen en waarden te passen en een positieve bijdrage te leveren aan de Nederlandse maatschappij waar ik het goed heb. En ik kan het Wilhelmus zingen.

Maar al 23 jaar hoor ik slechte omstandigheden als 'Amerikaanse toestanden' omschreven. Mensen die nooit naar de VS zijn geweest schromen niet om mij uitvoerig te vertellen waarom zij nooit in Amerika zouden willen wonen. Vraag mijn mede-landgenoten hier hoe vaak (aangeschoten) mensen bij een borrel vertellen dat er “geen cultuur in Amerika is”.

Ik was zo blij, dat er een keer een officieel blijk van waardering kwam. Het hoofd van de Rotterdamse feestcommissie zei op het Journaal “Alle Amerikanen”. Rotterdam, je wilde ons bedanken, maar je hebt mij beledigd.