Pure Luck

Pure Luck (Nadia Tass, 1991, VS). BBC1, 1.25-2.50u.

Het begint al goed: een onnozele Amerikaanse toeriste valt plat op haar bek op een Mexicaans zebrapad. De score van componist Danny Elfman hobbelt vrolijk verder en zet de toon voor een kluchtige film met veel gooi- en smijtwerk. Als die dame enkele minuten later al telefonerend over de rand van het balkon van haar hotelkamer kukelt, lijkt er geen twijfel meer mogelijk: de Australische regisseuse Nadia Tass (o.a. Malcolm, 1985 en The Big Steal, 1990) laat in haar Hollywood-debuut geen slapstick-effect onbenut.

Pure Luck (1991) is de Amerikaanse remake van La chèvre (1981) een komedie van de Franse regisseur Francis Véber. Véber werd door produktiemaatschappij Universal zelfs ingehuurd als uitvoerend producent, maar het mocht niet baten. Het verhaaltje over een norse detective (Danny Glover) en een notoire pechvogel (Martin Short) die de klunzige dochter van een grootindustrieel moeten opsporen, bleef redelijk intact. Het is echter onbegrijpelijk hoe de Amerikaanse scenaristen Herschel Weingrod en Timothy Harris (eerder verantwoordelijk voor Twins en My Stepmother is an Alien) na een veelbelovend begin elke grap in sloomheid hebben weten te smoren. Of zou het aan de casting van Short en Glover liggen? In het origineel werden hun rollen gespeeld door Pierre Richard en Gerard Depardieu, die op de meest ongerijmde situaties met onderkoelde normaliteit reageerden, wat danig op de lachlust werkte. Het naturelle spel van Short en Glover daarentegen levert alleen maar onbenullige bekkentrekkerij op.

En dat terwijl het uitgangspunt om de traditonele taakverdeling van een komisch duo eens om te draaien, zo aardig was. Niet de sul ontvangt de klappen, maar zijn bedachtzame partner. “Ik geloof in logica, hard werken en gezond verstand”, fulmineert Glover terwijl zijn maatje-tegen-wil-en-dank wegzakt in drijfzand. Het drijfzand van Glovers redeneringen wellicht. “Help”, probeert Short nog. “Er is geen drijfzand in Mexico”, is het barse antwoord. Een mooiere metafoor voor de strijd tussen logica en intuïtie was niet denkbaar, nu is het alleen maar een grap die, inderdaad, als los zand tussen je vingers wegloopt. En waarom blijf je toch de hele film hopen dat Short en Glover als door een wonder veranderen in Gene Wilder en Richard Pryor? Het is maar te hopen dat de Silver Streak Expresse snel weer wordt herhaald.