Naakten met verdwenen erotiek

Tentoonstelling: Het naakt; prenten, tekeningen en foto's. Rijksmuseum Amsterdam, prentenkabinet. T/m 3/8. Publicatie: Peter Schatborn en Victoria van Rooijen, 56 pag. ƒ 18,50.

Nu de temperaturen gaan stijgen en er vast weer veel geschamperd gaat worden over onappetijtelijk schaars geklede landgenoten en toeristen, wijdt het prentenkabinet van het Rijksmuseum een tentoonstelling aan het naakt in de beeldende kunst. Het museum zelf prijst het thema van de tentoonstelling aan als een 'zomers onderwerp'. Maar als er uit de expositie iets duidelijk wordt, dan is het wel dat het naakt in de kunst doorgaans iets heel anders inhoudt dan het bloot van de straat of het strand.

Er bestaat een vrij recente foto van een poseersessie van het naaktmodel op de Groningse kunstacademie Minerva, die dit verschil illustreert. Op de schildersezels van de studenten staan doeken waarop een naakte jonge vrouw is afgebeeld. Het model staat zelf ook op de foto, maar niet in de onbekommerde houding waarin we haar op de schilderijen zien. Ze zit op een podium op de achtergrond, met haar benen kuis over elkaar geslagen en de armen gekruist over haar borst. Het onverbloemde naakt dat in de schilderijen zo serieus wordt genomen, krijgt in een snapshot-foto plotseling een wat ongemakkelijk overkomend, bijna betrapt karakter.

Het is opvallend dat van deze terughoudendheid geen sprake is als een kunstenaar de modelstudie van een collega vastlegt. Dat blijkt tenminste uit een ets van Jan Toorop (uit 1901) die is te zien op de tentoonstelling. In deze prent zit een schilderes aan haar ezel te werken aan een studie van een naakte vrouw. Pontificaal en onbeschaamd is het model op de voorgrond weergegeven. Maar ook foto's met meer artistieke pretenties zijn wat dit betreft van een geheel andere orde dan het plaatje van het Groningse academielokaal. Op de expositie zijn bijvoorbeeld enkele opnames te zien van poserende naakten uit de jaren twintig en dertig. Een meer erotische, bijna voyeuristische inslag kenmerkt een foto met een idyllisch plaatje van twee naakte jongens in de vrije natuur, omstreeks 1900 op Sicilië gemaakt door de Duitse baron Wilhelm von Gloeden.

Deze foto's tonen het naakt als onafhankelijk onderwerp in de beeldende kunst van de negentiende en twintigste eeuw. Maar de prent van Toorop is typischer voor de expositie, waarin veel meer aandacht wordt besteed aan de diversiteit in aard en toepassing van het naakte lichaam in de prent- en tekenkunst vanaf de vijftiende eeuw. Veel van de geëxposeerde werken, allemaal afkomstig uit de eigen collectie van het Rijksprentenkabinet, laten zien hoe kunstenaars in de loop van de tijd studie hebben gemaakt van het naaktmodel, of van de naakten in de sculptuur uit de oudheid.

Zo zijn er voorstellingen met figuren die duidelijk op antieke beeldhouwkunst zijn gebaseerd, zoals Andrea Mantegna's gravure met saters die de dronken Silenus ronddragen (1470) en de tekening van Hercules die Eurythion doodt van Jan Gossaert (1523). Mooie studies naar het naaktmodel worden gepresenteerd van Perino del Vaga (1543), Simon Vouet (1641/42) en François Boucher (1730/40). Dergelijke tekeningen kunnen vaak in verband worden gebracht met motieven in hun latere schilderijen. Maar hoe academisch ze ook zijn, zulke figuurstudies lijken ook eens een erotische lading te hebben gehad. Die is voor ons moeilijk meer te herkennen, maar wordt bijvoorbeeld duidelijk uit een studie van een naakte man van de achttiende-eeuwse schilder Jean Grandjean. Daarop staat het Italiaanse opschrift 'soleticare' - prikkelen.

De tentoonstelling illustreert verder de vele verschijningsvormen van het naakt in verschillende contexten: mythologie en allegorie, bijbelverhalen en heiligenlevens. Zo kan het de schoonheid van de onschuld tonen, in voorstellingen van Adam en Eva in het paradijs of van de pasgeboren Christus. Een minder gunstige bekoorlijkheid heeft het naakt bijvoorbeeld in voorstellingen van de dochters van Lot, die met hun lichaam hun dronken vader pogen te verleiden. En de menselijkheid van de gekruisigde Christus wordt expliciet gemaakt door zijn naaktheid te benadrukken.

Als helden, goden en heiligen als naakten worden afgebeeld, zijn ze vaak van een goed geproportioneerde schoonheid. Minder verheven lieden worden niet zelden als oud voorgesteld. In een fascinerende prent van de zeventiende-eeuwse graveur Pietro Testa komt bijvoorbeeld een personificatie voor van de afgunst, weergegeven als een naakte oude vrouw met slappe, hangende borsten. In een ets van de beschonken Silenus uit 1628 heeft Jusepe de Ribera de hoofdpersoon, dik en pafferig, liggend op de grond afgebeeld, terwijl de saters om hem heen staan en zijn drinkbeker vullen. Maar deze interpretaties zijn zeker geen regel en het is jammer dat er geen catalogus bij de expositie is verschenen die wat dieper ingaat op deze aspecten van het naakt in de kunst.