Vuurspuwen, niet slikken

Een negenjarige jongen beheerste het staande berijden van twee pony's al. Op een aanstaand feest wilde hij zijn ouders verrassen met een nieuwe circusact. Hij oefende daarom in zijn eentje het vuurspuwen. Daarbij ontstond een steekvlam waardoor de jongen brandwonden in gezicht en hals opliep. Na 17 dagen ziekenhuisopname en een kleine huidtransplantatie onder algehele verdoving kon de jongen weer naar huis waar hij voorspoedig herstelde.

De ziektegeschiedenis van de jongen die zijn ouders blij wilde maken staat in in 'Vuurspuwen, een adembenemende act?' in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (3 mei). Drie artsen van het Brandwondencentrum Noord-Nederland in Groningen beschrijven daarin nog drie andere patiënten die na vuurspuwen brandwonden in het gelaat opliepen.

Zij waren er niet zo erg aan toe als de jongen die zijn ouders blij wilde maken. Een man die in de nacht voor de TT-races in Assen op de camping vuur spuwde kreeg de brandende benzinedamp in zijn gezicht. Hetzelfde overkwam een een student met fakir-opleiding en vuurspuwervaring die op een feestje zijn kunsten wilde vertonen, maar al drank op had en alleen benzine tot zijn beschikking had. Of de wonden door de benzine- of door de alcoholdamp ontstonden, vermeldt het verhaal niet. En er was een 15-jarige jongen die brandwonden bij mond en keel opliep. Zij konden na een of twee dagen opname weer naar huis en hun brandwonden genazen goed.

Niet alle vuurspuwers komen er zo genadig van af. Het grote gevaar is dat de brandende damp ook nog eens wordt geïnhaleerd, wat ernstige longschade kan veroorzaken.

Gewonde vuurspuwers komen zelfs in de Nederlandse brandwondencentra niet dagelijks binnen, schrijven de artsen, maar ze vonden vier gewonde vuurspuwers binnen een half jaar zoveel dat ze onderzochten wat de slachtoffers fout hadden gedaan. Professionele vuurspuwers waarbij de artsen te rade gingen wezen de gebruikte brandstof als een van de oorzaken aan. Alle slachtoffers gebruikten benzine.

De brandwond-artsen geven de volgende veiligheidsadviezen: “Kennis van de eigenschappen van de vloeistof waarmee gespuwd wordt, is essentieel. Tijdens het spuwen tracht men de vloeistof tussen de tanden door te sproeien om een soort neveldamp te vormen. Benzine is erg vluchtig en blijft daardoor tijdens en na het spuwen als damp rond het gelaat hangen en het vuur dus ook. Liever gebruiken vuurspuwers dan ook lampolie of petroleum.” Het is ook aan te bevelen rekening te houden met de windrichting, niet lopend te spuwen, geen kleding van licht-ontvlambaar synthetisch materiaal te dragen en het haar eventueel in een staart te binden.

Het lijkt goed om verspreiding van het vuurspuw-advies niet tot de lezers van het artsentijdschrift te beperken, want weinig potentiële vuurspuwers zullen reeds voor hun eerste experimenten een arts raadplegen.