Rechtbank laat walvisactivist niet vrij

HAARLEM, 27 MEI. De rechtbank in Haarlem heeft gisteren twee van de vier gronden verworpen waarop Noorwegen vraagt om milieu-activist P. Watson uit te leveren. Een verzoek van de advocaat van Watson, V. Koppe, om de detentie van zijn cliënt op te heffen of te schorsen achtte het college van rechters echter te vérstrekkend.

Watson is president van Sea Shepard Conservation Society, een radicale afsplitsing van de milieu-organisatie Greenpeace. Sea Shepard deinst er in tegenstelling tot Greenpeace niet voor terug om geweld te gebruiken. In hun strijd tegen met name de walvisvangst achten Watson en de zijnen het geoorloofd om schepen te beschadigen of te laten zinken.

“Ik zie mijzelf als een wetshandhaver”, sprak Watson gisteren voor de rechtbank, onder instemming van een groot aantal sympathisanten op de publieke tribune. “Wij zijn geen protestorganisatie, maar we zien erop toe dat landen internationale conventies nakomen die het leven in de zee beschermen. Niet wij zijn de criminelen, maar de landen die de verdragen schenden, zijn dat.”

Deze houding heeft Sea Shepard meerdere malen in conflict gebracht met Japan en Noorwegen, de landen die het meest actief zijn in de walvisvangst. Op 6 juli 1994 veroordeelde een Noorse rechtbank Watson bij verstek tot een gevangenisstraf van drie maanden wegens betrokkenheid bij het laten zinken van een walvisvaarder in 1992. Ook wil Noorwegen de Canadees berechten in verband met een incident in 1994, waarbij het schip van Sea Shepard Whales Forever een Noors kustwachtschip zou hebben geramd.

Vanwege zijn veroordeling in 1994 staat Watson op een internationale lijst van gezochte personen. De Nederlandse marechaussee arresteerde Watson dan ook begin april toen hij Schiphol aandeed. Direct na de aanhouding vroeg Noorwegen om de activist uit te leveren, opdat deze zijn detentie kan uitzitten en zich kan verantwoorden voor het incident met het kustwachtschip.

Gisteren boog de Haarlemse rechtbank zich over de vraag of uitlevering toelaatbaar is. Voor de deur van de arrondissementsrechtbank riepen leden van Sea Shepard om Watsons vrijlating. Bandopnamen van krijsende walvissen en tweeduizend liter tomatensap op de stoep waren hun verbeelding van de walvisslacht.

Raadsman Koppe toonde de rechtbank beelden die een Duitse televisieploeg had genomen van de aanvaring met de Noorse kustwacht. Op de band was duidelijk te zien, dat het marinefregat de Whales Forever ramde en niet omgekeerd. Bovendien bestookte de marine het schip van Sea Shepard op de televisiebeelden met dieptebommen. Watson zond daarop noodsignalen uit. Volgens de Noren was dit niet noodzakelijk waardoor Watson een strafbaar feit zou hebben begaan.

Wie nu wie heeft geramd, bleek voor de Haarlemse rechtbank inmiddels niet meer zo belangrijk. In navolging van officier van justitie E. van Keken oordeelde het college dat de aanvaring als strafbaar feit inmiddels is verjaard. Een andere uitleveringsgrond die door Noorwegen was aangevoerd, het betreden van de territoriale wateren, is in Nederland niet strafbaar en kan derhalve wegens het beginsel van 'dubbele strafbaarheid' geen reden tot uitlevering zijn: Nederland levert alleen personen uit die worden vervolgd voor of zijn veroordeeld wegens delicten die ook hier strafbaar zijn.

Wat rest zijn de veroordeling bij verstek voor het laten zinken van de walvisvaarder en het zonder noodzaak uitzenden van noodsignalen. Advocaat Koppe achtte deze uitleveringsgronden zo mager dat hij de rechtbank verzocht de detentie van Watson onmiddelijk op te heffen of te schorsen. Na kort beraad achtte het college dit verzoek echter te ver gaan. Op 9 juni geeft de rechtbank advies aan minister Sorgdrager (Justitie) over het uitleveringsverzoek. Watson zal in elk geval tot dan gedetineerd blijven.