Gevangenen in spel van liefde en bedrog

Voorstelling: Ballingen van James Joyce door Noord Nederlands Toneel. Vertaling: Gerardine Franken, Leo Knuth; regie en decor: Evert de Jager; spelers: Dennis Költgen, Caroline Rochlitz, Chisto van Klaveren en Fabiënne Meershoek. Gezien 25/5 De Machinefabriek NNT, Bloemstraat, Groningen. Te zien t/m 31/5 aldaar. Herhaling in sept/okt. Inl.: 050-3113399.

Moeten we jaloezie uit ons leven bannen of moeten we juist de jaloezie het vuur laten zijn van al ons handelen, al is dat gevoel nog zo verstikkend en vernietigend? De afgelopen week gingen er twee voorstellingen in première die heel verschillende antwoorden geven. In Schuldeisers van de drastische, geëmotioneerde August Strindberg is jaloezie reden tot zelfmoord. Een man kan niet verdragen dat zijn vrouw en minnares een liaison onderhoudt met zijn rivaal.

James Joyce is veel minder extreem, daarom ook is hij een minder goed toneelschrijver. In zijn eerste en enige toneelstuk Ballingen (Exiles, 1915) beproeft hij deze vraag in een kwartet van vier mensen; twee vrouwen en twee mannen. Strindberg kiest voor het getal van de onenigheid: drie personages. Joyce voert een schrijver, Richard, en zijn geliefde Bertha ten tonele die na negen jaar in vrijwillige ballingschap geleefd te hebben, terugkeren naar het land dat ze eens verlieten. Daar woont nog altijd hun vriend en heimelijke aanbidder van Bertha, Robert. In nachtenlange gesprekken probeert Robert zijn vriend Richard, die steeds meer zijn vijand wordt, ervan te overtuigen dat het enige geluk in de liefde die van de onvoorwaardelijke, wederzijdse vrijheid is.

Ook in Schuldeisers staat de vriendschap onder spanning door een vrouw, die tussen de mannen in staat. Bij Joyce speelt een tweede vrouw een rol, Beatrice, die Richard beschouwt als zijn muze. Bertha en Robert krijgen een overspelige verhouding, waarvan Bertha uitvoerig verslag doet en waarnaar Richard met een verbijsterende mengeling van koelheid en zakelijke nieuwsgierigheid informeert: “Op je mond? Lange kussen? Met zijn lippen of de andere manier?” Tot in details krijgt Richard de antwoorden te horen vantussen de zoete lippen van zijn geliefde. Zij voert hem tot het uiterste, want zij, gepassioneerd, wil hem jaloers maken om in hun verhouding opnieuw het vuur aan te wakkeren. Richard blijft ongrijpbaar, of is hij genereus? Gunt hij Bertha haar flirts? Of gaat het nog verder: geeft hij Bertha haar vrijheid opdat hij zichzelf kan wijden aan Beatrice? Waar ligt de grens tussen egoïsme en vrijgevigheid? Tussen jaloezie en berekening?

Echtgenoten, huwelijken, verhoudingen: het komt nooit meer goed, bij Strindberg niet, bij Joyce evenmin. Het zijn dan ook onzekere, twijfelende personages die zij scheppen. Joyce spiegelde zich aan Nora, of: Het poppenhuis van Ibsen, maar Nora is radicaal: geef haar maar een pistool, dan vermoordt ze haar echtgenoot. Joyce en Strindberg zijn anders; zij peilen de vrouwelijke ziel en tegelijk doet dat onderzoek hen pijn. Als een vrouw haar onafhankelijkheid wil, weten zij dat ze die haar moeten geven - maar hun hart weigert dat.

Richard uit Ballingen heeft nog een dramatische perversiteit achter de rug. Hij wìl het bedrog: “Heel diep in dat smerige innerlijk van mij verlang ik ernaar bedrogen te worden.” Dat lijkt een raadselachtige bekentenis, 's nachts gedaan tegenover Robert. Maar het is wel de crux van de voorstelling: wanneer zijn vrouw het bed deelt met Richards vriend, dan staat Richard dichter bij Robert. Zijn generositeit spruit voort uit het behoud van vriendschap, en misschien nog meer: in Richard woelt een duistere drift zich tot de ongrijpbare, nerveuze en intrigerende Robert aangetrokken te voelen.

Geen van de personages kent zijn eigen motieven, hoe openhartig en onstuitbaar hun bekentenissen ook zijn. Zij zijn gevangenen in een verwarrend spel; niemand kan de gevoelens van een ander kennen. Regisseur Evert de Jager gooit met deze regie hoge ogen. Hij heeft zijn spelers in een puur naturalistisch decor geplaatst, met volmaakte beheersing van de vierde wand. De drie wanden - door de vierde immers kijken wij - omsluiten de acteurs en actrices alsof ze in een destilleerkolf zijn opgesloten, waar zij onderworpen worden aan een emotioneel onderzoek. Wat is vrijheid? luidt de vraag; en er is nauwelijks een sluitend antwoord te bedenken. In steeds kleinere cirkels draaien ze om elkaar heen, gevangen in het prachtige, schilderkunstige licht van ontwerper Marc Heinz.

Joyce brengt enorm veel te berde; dat heeft een soort overdaad tot gevolg die spanning wekt. Tegelijk weet hij niet alle personages tot een volwaardig uitgeschreven optreden te brengen. Fabiënne Meershoek als Beatrice heeft geen makkelijke rol, toch geeft ze voldoende contouren om de vrouw overtuigend te maken als stille minnares van Richard.

Dennis Költgen in de rol van Richard speelt heel nauwkeurig op die grens tussen egocentrisme en generositeit; hij zou van Bertha onafhankelijk willen zijn, zoals zijn verstand hem dicteert, maar daartoe is hij uiteindelijk niet bij machte. Robert is sterk, overheersend, grillig. Richard bewondert hem.

De als enige geheel in het wit geklede Bertha, Caroline Rochlitz, bindt op prachtige wijze, breekbaar en tegelijk krachtig, de personages bij elkaar. Zij is de spil van de voorstelling, niet alleen omdat zij in amoureuze verhouding staat tot beide mannen, maar omdat zij zichzelf als het ware in tweeën splitst: een geïdealiseerde vrouw voor Richard en een toegeeflijke vrouw voor Robert.

Maar uiteindelijk schiet Robert voor haar tekort; ze wil Richard. Haar flirt met de ene man heeft de liefde van de andere tot doel. Dat ze hiermee een levensgevaarlijk spel speelt, beseft ze niet. Met haar blanke onschuldigheid vertegenwoordigt ze de tragiek van Ballingen: ieder is opgesloten in zijn eigen hart. Het is het trieste besluit van een intens geacteerde en op het scherp van de snede geregisseerde voorstelling.