Buurlanden kijken met argusogen naar Talibaan

De Talibaan lijken de beslissende slag om Afhanistan te hebben gewonnen. Vooral de noordelijke buuurlanden kijken argwanend toe.

NEW DELHI, 26 MEI. Het was opnieuw een glorieus weekeinde voor de Talibaan. Na hun inname van Kabul vorige herfst trokken ze zaterdag zegevierend de noordelijke stad Mazar-i-Sharif binnen in hun pick-up trucks met de onafscheidelijke witte vlaggen en onder het slaken van hun meest geliefde kreet: Allahu Akbar (God is groot). Door de val van dit bolwerk van het verzet van hun gezag en de omliggende provincies beheersen de Talibaan nu 90 procent van Afghanistan.

De leiders van de Talibaan, die met hun uiterst orthodoxe uitleg van de islam veel gematigden in binnen- en buitenland van zich hebben vervreemd, eisten prompt hun beloning voor het jongste succes op: internationale erkenning van hun bewind. Alleen de Pakistanen, op wier grondgebied de beweging van de Talibaan in 1994 ontstond, hebben gevolg gegeven aan deze oproep.

Hoewel de vlag van de Talibaan nu inderdaad stevig in het overgrote deel van het ruige Centraal-Aziatische land staat geplant, blijft ongewis in hoeverre hun leiders de diepe etnische en religieuze tegenstellingen in het land kunnen overbruggen en hoe ze het door tientallen jaren van oorlog en chaos verscheurde land weer op poten denken te krijgen.

Tot dusverre hebben Mullah Mohammed Omar en andere leiders van de Talibaan zich op de vlakte gehouden. Het heette dat de Talibaan er alleen waren om het land te reinigen van geweld en corruptie, niet om te besturen. Dat zou moeten gebeuren door een nog te benoemen nationale regering.

In de praktijk mengden de Talibaan zich echter wel degelijk in het bestuur in de gebieden onder hun controle. Zo voerden ze de shari'a in, het islamitische recht, inclusief de daarbij behorende lijfstraffen, en sloten ze vrijwel alle scholen voor meisjes en vrouwen. Ook moesten mannen verplicht een baard laten staan en moesten de vrouwen zich in het openbaar van top tot teen bedekken met de spookachtige burqa.

Het nu in elkaar gezakte Noordafghaanse rijkje van generaal Abdul Rasheed Dostam zal een belangrijke graadmeter zijn van wat Afghanistan te wachten staat. Een kernvraag daarbij is: zullen de leiders van de Talibaan in Kabul en hun zuidelijke bolwerk Kandahar er in slagen de lokale Oezbeekse militaire aanvoerders en hun manschappen tot gehoorzaamheid te dwingen en misschien zelfs te ontwapenen?

Het waren immers niet de 'echte' Talibaan, die uit strijders uit het Pathaanse zuiden van Afghanistan bestaan, maar lokale Oezbeken die de door corruptie in diskrediet geraakte Dostam ten val brachten. Vooral het overlopen van een invloedrijke commandant, generaal Abdul Malik Pahlawan, die na de moord op zijn broer in onmin leefde met Dostam, was beslissend.

Het belang van lokale aanvoerders werd het afgelopen weekeinde nog eens onderstreept door het overlopen van de man die de strategische Salang-pas, ten noorden van Kabul, geblokkeerd hield.

Tot dusverre zijn de Talibaan er goed in geslaagd de gebieden die ze veroverden te ontwapenen, waardoor daar vaak voor het eerst in jaren enige orde en rust terugkeerden. Maar het betrof hier hoofdzakelijk streken, waar de etnische groep van de Pathanen in de meerderheid was. Het is de vraag of mannen als Abdul Malik Pahlawam en andere lokale aanvoerders uit het vooral Oezbeekse noorden voldoende vertrouwen hebben in de Pathaanse leiders van de Talibaan om zich te laten ontwapenen.

Met argus-ogen zullen ook de buurstaten de verrichtingen van de Talibaan volgen. Het vuur waarmee die laatsten tot nu toe hun radicale interpretatie van de islam hebben gepropageerd, doet vooral de Centraalaziatische republieken - en op de achtergrond Rusland - vrezen dat de bebaarde mullahs uit Afghanistan nieuwe successen over de grens zullen zoeken.

Tadzjikistan, dat zelf nog worstelt met de naweeën van een omvangrijke islamitsche opstand, vreest dat de rebellen een nieuwe impuls zullen krijgen door de successen van de Talibaan. Het is geen toeval dat de leiders van de meer gematigde Tadzjiekse minderheid in het noordoosten van Afghanistan, Burhanuddin Rabbani en Ahmed Shah Massoud, hulp hebben gezocht bij de seculiere regering in de Tadzjiekse hoofdstad Doesjanbe.

Ook Oezbekistan en Turkmenistan maken zich zorgen over de opmars van de Talibaan. Hun sinds kort onafhankelijke republieken zijn nog weinig stabiel en radicale moslims zouden er zonder veel moeite onrust kunnen zaaien. De Russen, die Centraal-Azië al sinds de negentiende eeuw als hun achtertuin beschouwen, laten er intussen geen misverstand over bestaan dat ze de Talibaan scherp in de gaten zouden houden. Moskou mag zich in de jaren tachtig de vingers hebben gebrand aan de Afghaanse kwestie, het zal “zeer hard” terugslaan wanneer de Talibaan zich over de grens van een van de andere Centraalaziatische buurstaten zouden wagen, kondigde minister van Buitenlandse Zaken Jevgeni Primakov gisteren alvast strijdlustig aan. De Russische troepen die nog altijd aan de grens met Afghanistan verblijven, zijn in verhoogde staat van paraatheid gebracht.