Stennis.nl

Opschudding in Internetland! XS4ALL, de Amsterdamse provider met pretenties, zette een in Nederland nog niet vertoonde stap: men besloot 'in overleg met de politie en de advocaat' sommige van de nieuwsgroepen die deze provider doorgeeft voorlopig drie maanden lang uit te kleden. Dat wil zeggen: alle plaatjes en filmfragmenten worden er uitgezeefd voordat de abonnee ze kan bekijken. De reden was, dat er in die nieuwsgroepen 'een aanzienlijke hoeveelheid kinderporno' voorkwam.

Voor de niet-ingewijden: de nieuwsgroepen, die tezamen het Usenet vormen, zijn meest openbare prikborden voor e-mail. Je stuurt een mailtje, al dan niet met een plaatje, film- of geluidsfragment als aanhangsel, naar zo'n prikbord, en daar blijft het dan een tijdje voor iedereen ter inzage hangen. Nieuwsgroepen bevinden zich niet op één centrale plaats, maar worden door elke nieuwsleverancier die ze ter beschikking stelt aan zijn abonnees op eigen computer bewaard en bijgehouden. Zo'n leverancier haalt dus steeds de nieuwe 'posts' op die bij andere leveranciers van dezelfde nieuwsgroep worden opgeprikt, en geeft wat bij hem nieuw binnenkomt meteen aan de rest door. De consument bekijkt nieuwsgroepen dus op de computer van zijn nieuwsleverancier, meestal de eigen provider. Of een provider aan zijn abonnees nieuwsgroepen ter beschikking stelt, en zo ja, welke, mag hij zelf uitmaken. Een bedrijf met een eigen internetverbinding bijvoorbeeld, zal er meestal weinig brood zien om aan de medewerkers duizenden groepen te bieden, uiteenlopend van 'sci.bio.paleontology', via 'comp.games.atari', 'alt.parents.teens' en leuter-prikborden als 'nl.media.tv' en 'nl.fiets' tot bizarre gevallen als 'alt.wesley.crusher.die.die.die', 'alt.sex.fetish.plushies' en 'alt.white-power'. Voor een algemene provider als XS4ALL ligt dat zowel commercieel gezien als uit oogpunt van een open informatievoorziening, heel anders.

Die punten zijn beide van groot belang. Een provider kan slechts overleven als hij zoveel Usenet biedt dat hij kan concurreren met andere aanbieders. Zuiver commercieel gezien maakt het niet uit hoe zinvol of verantwoord het gebodene is, of waarom klanten een bepaalde dienst op prijs stellen. Als de klant iets wil, dan moet dat geleverd worden, op straffe van faillissement. Een verstandige provider levert dan ook zoveel nieuwsgroepen als zijn harde schijven en prijsstelling maar kunnen dragen. Voor elk wat wils, en onze lieve heer heeft nu eenmaal rare kostgangers.

Commercieel is het natuurlijk ook van belang om de wet niet te overtreden. Hoe populair je ook bent bij de consument, als je bedrijf gesloten wordt door de sterke arm schiet je daar niets mee op. Er zijn dus goede zakelijke redenen om - afgezien van PR-trucs - aanvaringen met justitie te voorkomen. Vaak is dat niet zo moeilijk. Veel in het maatschappelijk verkeer is in wetten en jurisprudentie zo nauwkeurig geregeld, dat de grenzen redelijk herkenbaar zijn. Maar internetproviders hebben een probleem. Internet is nog zo jong, dat er nog heel veel helemaal niet duidelijk is. Hoe verhoudt zich een harde schijf tot een opslagloods, bijvoorbeeld? En, omdat het Internet een communicatiemiddel is, dat bestaat uit persoonlijke en publieke uitwisseling van berichten: hoe verhoudt een internetprovider zich tot iets als een uitgever, de PTT, of een verhuurder van winkelruimte? Gelukkig is daarover allemaal nog geen wetgeving, want op dit moment weet nog niemand echt in hoeverre en op welke aspecten van het Internet de bestaande wetgeving ook van toepassing kan zijn. Er is een vacuüm tussen de technische mogelijkheden en de kennis van het gebruik daarvan.

Wat er aan kennis van de techniek en de manier waarop die gebruikt wordt wel aanwezig is, is ook nog eens ongelijk verdeeld. De providers en sommige consumenten hebben er veel van, de wetgever en zijn maten moeten het vooral doen met verhalen uit de tweede hand. Dat is een gevaarlijke basis, omdat het realiteitsgehalte van die verhalen door datzelfde gebrek aan kennis door de wetgever niet goed te controleren is. Dat dit geen loze theorie is blijkt wel uit het feit dat Amerikaanse parlement nog maar kort geleden de Common Decency Act aannam, een inmiddels onhoudbaar gebleken knevelwet betreffende het Internet en andere communicatietechnologie, mede op basis van de gruwelfilippica's van senator Exon over het vermeende Sodom en Gomorrha achter de telefoonaansluiting, terwijl Exon nog nooit ook maar één internetpagina gezien bleek te hebben.

Tegelijk hebben wetgevers sinds Hammoerabi steeds hetzelfde op nieuwe verschijnselen gereageerd. Instanties wiens primaire taak het is om in ieders belang het maatschappelijk leven te reguleren, willen liefst zo snel mogelijk zo veel mogelijk greep op de zaken hebben. Dat geldt bij uitstek voor communicatiemiddelen, waarbij elke betrokken partij zo zijn eigen morele, zedelijke, religieuze, politieke of zakelijke redenen heeft, om bepaalde typen informatie te willen weren of onderdrukken. Ook dat is geen loos getheoretiseer. Hoe ver de drang tot beheersing van de informatie voorziening van burgers gaat, laat de mislukte poging tot afscherming van de biggenspuitactie van deze week zien. Maar ook de voortvarendheid waarmee gedacht wordt over het bemoeilijken of verbieden van encryptie.

Voor providers vormt die neiging een regelrechte bedreiging. Immers, overheden weten heel goed hoe je maximale greep tegen minimale inspanning realiseert: door de verantwoordelijkheid op de stoep van diegenen te leggen die sleutelposities op het te reguleren terrein bezetten, in casu de providers. Dat is regelrecht tegen het belang van de klanten van de providers, die het Internet maximaal willen kunnen gebruiken, en al helemaal geen behoefte hebben aan een provider die zich als een dorpspastoor in hun privé-aangelegenheden mengt. Het is dus daarmee ook niet in het belang van de providers, omdat het de ontplooiing belemmert van hun levensader, het Internet. Overheid en providers zijn in de situatie van vandaag dus elkaars natuurlijke tegenstanders. Volgende week zullen we zien hoe XS4ALL zich in die strijd handhaaft.