PvdA op zoek naar openheid en confrontatie

Morgen zet de PvdA met een grote conferentie de eerste stap naar een nieuw verkiezingsprogramma. De partij zoekt openheid en confrontatie. “We zijn geen aanhangwagen van het kabinet.”

DEN HAAG, 23 MEI. Niet schrikken. Premier Kok zet straks de zaken op zijn kop. Hij wisselt van rol: maakt niet langer beleid, maar vraagt om beleid. Als PvdA-leider gaat hij volgende maand zijn critici ondervragen. En in het openbaar nog wel.

Vanwaar die rolwisseling? Ze is nodig voor de ontwikkeling van het nieuwe verkiezingsprogramma van de PvdA. Want alles gaat deze keer anders. De PvdA verlaat de binnenkamers en wil in een openbaar proces een nieuw programma maken. “We gaan in continu debat”, kondigde partijvoorzitter Adelmund vorige maand aan.

Hoe doen ze dat? De partijtop - Kok, Wallage, Adelmund en Melkert - ondervraagt opinieleiders, specialisten verkennen terreinen met experts en zoeken daarbij publiek en maatschappelijke organisaties die hun ideeën mogen komen spuien. En dit alles in een zoektocht naar nieuwe inzichten en standpunten, die verder gaan dan de regeringspraktijk. “Als partij ben je geen aanhangwagen van het kabinet. We hebben bewust een procedure gekozen waarbij we niet krampachtig achter Kok gaan staan”, zegt fractieleider Wallage.

De PvdA wil voorkomen dat gebeurt wat haar als regeringspartij eerder overkwam. Na tien regeringsjaren Drees (1948-1958) was de PvdA een brave, gouvernementele en ook vergrijsde partij geworden. Er was daarna een pijnlijke generatiewisseling - Nieuw Links - nodig om weer een aansprekende partij te worden.

“Naarmate je langer regeert, loop je meer het risico dat je in regeringstermen naar de werkelijkheid gaat kijken. Je ziet die processen overal: het overkwam de socialisten in Frankrijk onder Mitterrand, de Arbeiderspartij in Israel onder Peres en Rabin en je zag het bij de Conservatieven in Engeland. De kunst is niet te blijven steken in zelfgenoegzaamheid en zelfvoldaanheid”, zegt Wallage.

De publieke zoektocht heeft ook andere bedoelingen dan programmatische alleen. “Het is een mooie manier om verstandhouding met maatschappelijke organisaties te verbeteren”, zegt bestuurskundige R. in 't Veld, één van de initiatiefnemers van deze opzet. “Die interactie is er niet als je binnenskamers monocentrisch bezig bent”. “Je kunt het ook zien als het committeren van maatschappelijke groeperingen”, analyseert voormalig fractieleider Wöltgens.

De publieke opzet leidt er tegelijk toe dat de PvdA een aantal maanden spraakmakend is. Het ontwikkelen van een programma functioneert zo als een pré-verkiezingsperiode. “Het is een mooie manier om veel in beeld te komen”, constateert Wöltgens.

Een programma is de eerste stap naar een regeerakkoord. Wie hebben daarbij de touwtjes in handen? Voorzitter Adelmund, als partijvoorzitter formeel verantwoordelijk voor het programma, moet die in ieder geval delen met fractieleider Wallage. Wallage was al bezig met een opzet vóór Adelmund er was als voorzitter. Na haar komst leiden zij het proces als een duo.

Maar let op minister Melkert: hij is lid van het programmaberaad en tegelijk voorzitter van de financiële commissie die voorstellen op hun financiële deugdelijkheid test. Die positie geeft hem grote invloed als het erom gaat wat wel en niet wordt opgenomen in het ontwerp-programma. En zo heeft ook partijleider Kok een veiligheidsklep ingebouwd: kroonprins Melkert moet voorkomen dat het niet te gek wordt. Vernieuwen graag, maar het moet wel betaalbaar blijven. En ook niet te veraf staan van de regeringspraktijk.

Met wie omringt de PvdA-top zich om deskundigheid en geestdrift uit te stralen. Met stevige partijgenoten als de Amsterdamse politiecommissaris Nordholt; met niet-partijgenoten als de Amsterdamse hoogleraar 'milieutechniek' Cramer en de Rotterdamse 'armoede'-opinieonderzoeker Engbersen. En met overstappers als de Amsterdamse econoom Teulings, die vier jaar geleden nog meeschreef aan het verkiezingsprogramma van GroenLinks.

Interessant is ook om te zien wie niet in het zogeheten programmaberaad is opgenomen. Minister J. Pronk, de langstzittende minister van de PvdA en het boegbeeld van de linkervleugel in de partij, ontbreekt. Wel betrokken is E. Herfkens, in '89 bijna-minister van Ontwikkelingssamenwerking en inmiddels voormalig directeur bij de Wereldbank.

De opzet mag dan open zijn, de wijze van totstandkoming bevalt niet iedereen. Een enkeling in het programmaberaad heeft bezwaar dat niet alles bespreekbaar is. “Ja, er wordt hier en daar fors gebromd”, zegt een betrokkene, die niet met name wil worden genoemd. “Het is heel simpel”, zegt voorzitter Adelmund, “standpunten die de partij al heeft vastgelegd brengen we niet opnieuw in discussie.” Zo nam de partij begin dit jaar besluiten over het gevoelige terrein van sociale zekerheid en over het buitenlands beleid.

Hoever zal de partij gaan in het ontwikkelen van nieuw beleid? In 't Veld: “Het is geslaagd als je komt tot verdieping en verrijking van je standpunten, maar het kan natuurlijk niet leiden tot een alles-moet-anders-show”. Wallage: “Het zal af en toe flink kraken. Maar liever duidelijke ideeën en botsingen dan dat we moeizaam gaan plussen en minnen hoe we zo dicht mogelijk bij het regeringsbeleid kunnen blijven.”

In september moet het ontwerp-programma klaar zijn. Wordt het een telefoonboek, een gedetailleerde opsomming zoals in de jaren zeventig en tachtig. Of een essay: prettig leesbaar maar praktisch onhanteerbaar, zoals het programma van '94. “Het wordt bondig en wervend”, weet Adelmund.

,Ach”, relativeert Wöltgens, “soms kun je je afvragen of je wel een verkiezingsprogramma nodig hebt. Tony Blair is het levende bewijs dat je niet concreet hoeft te zijn om te winnen.”