WRR: sociaal stelsel drastisch herzien

DEN HAAG, 22 MEI. Het huidige, gunstige economische klimaat moet worden aangegrepen om het sociale zekerheidsstelsel drastisch om te vormen. De overheid is daar tot nu toe halfslachtig in geweest.

Dat schrijft de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in het rapport 'Van verdelen naar verdienen; afwegingen voor de sociale zekerheid in de 21e eeuw'.

Volgens de WRR dient het toekomstige stelsel vooral een “activerende” functie te hebben; het moet erop gericht zijn zoveel mogelijk mensen aan het werk te krijgen. “Sociale zekerheid moet niet op zichzelf staan, maar moet bezien worden in relatie tot de arbeidsmarkt”, aldus het WRR-rapport.

De overheid heeft hiertoe in het verleden wel stappen gezet met bijvoorbeeld de Jeugdwerkgarantiewet, maar beperkte zich volgens de WRR tot de “makkelijke gevallen” aan de onderkant van de arbeidsmarkt. De raad signaleert nu een “adempauze” wegens de in internationaal opzicht gunstige prestaties die moet worden aangegrepen om zo snel mogelijk het sociale zekerheidsstelsel te herzien.

De raad pleit ervoor het stelsel in de toekomst sterk te individualiseren, waar het huidige stelsel nog teveel op categorieën uitkeringsgerechtigden is geënt. De WRR adviseert dit 'activeringsbeleid' te combineren met 'toeslagenbeleid'. Het eerste duidt op een noodzaak de (werkloze) beroepsbevolking permanent te scholen al naar gelang wat de markt vraagt. Bierbrouwer Heineken werkt al met een dergelijk systeem waarbij produktiepersoneel zodanig wordt bijgeschoold dat het aan hogere functie-eisen voldoet.

Voor sommigen heeft het werk dat ze kunnen doen echter zo weinig waarde dat de beloning voor dat werk onder het sociale minimum komt. De WRR adviseert deze mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt een toeslag te geven.

Volgens de voorzitter van de werkgroep die het rapport heeft geschreven, prof. D.J. Wolfson, is acute stelselherziening nodig “omdat we op een demografische tijdbom leven”. De beroepsbevolking veroudert terwijl de functie-eisen toenemen. Bovendien werken steeds minder mensen terwijl steeds meer mensen van een oude-dagsvoorziening gebruik maken. “En dat doen ze - mede door de verbeterende gezondheidszorg - steeds langer”, aldus Wolfson.

Volgens Wolfson heeft dat consequenties voor de generatie die in staat is te werken. “Mensen kunnen, uit welke alternatieve levensvisie dan ook, niet meer tot hun pensioen in het gras blijven liggen, ten koste van de mensen die werken en via ons huidige omslagstelsel wèl voor de oude dag van de gepensioneerden betalen.”

Wolfson pleit niet voor een 'werkdwang'. “Dat doet me teveel aan Russische strafkampen denken”. Wel meent hij dat de overheid krachtiger op moet treden om mensen aan het werk te krijgen.

De WRR adviseert daarom elke arbeidsgeschikte uitkeringsgerechtigde een contract te laten sluiten dat vergelijkbaar is met een normaal arbeidscontract. In het contract staan afspraken tussen werkloze en instanties die hem aan een uitkering of een baan kunnen helpen. Het moet daarbij volgens de WRR gaan om “wederzijdse inspanningsverplichtingen”; de werkloze moet er alles aan doen om aan het werk te komen, de tegenpartij dient voor faciliteiten zoals scholing en bemiddeling te zorgen.

De werkgeversorganisatie VNO-NCW noemt het advies van de WRR “beperkt”, “onbegrijpelijk” en “halfslachtig”. Volgens de werkgevers gaat de WRR in het advies niet ver genoeg. Wat VNO-NCW betreft moet het toekomstige stelsel van sociale zekerheid een sterk versoberd stelsel zijn ten opzichte van het huidige. De WRR wijst een dergelijk 'polisbeleid' waarbij de 'polisvoorwaarden' zo slecht zijn dat mensen sterk gedwongen worden een baan te zoeken, vooralsnog af.