Van Mierlo: geen drukte over EU-eisen Bolkestein

DEN HAAG, 22 MEI. Minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) voelt zich als voorzitter in de Europese Unie “veilig” in de Tweede Kamer. Over de eisen die VVD-fractieleider Bolkestein eergisteren voor de televisie stelde aan een Verdrag van Amsterdam inzake de hervorming van de Unie maakt hij zich, zo bleek gisteren tijdens het debat over de EU-hervorming, niet druk. Dit geldt ook voor Bolkesteins oordeel dat de minister zijn “romantische visie” moet verlaten en - naar Brits voorbeeld - beter op Nederlandse belangen moet letten.

“Laten we Bolkestein alle ruimte geven als hij op de televisie is, het kan me niks schelen, het heeft geen zin emoties in me op te fokken die ik niet heb”, zei Van Mierlo in het laatste debat in de Kamer over de geplande EU-hervorming. De Kamer bleek in grote meerderheid net zo te denken en de meeste woordvoerders daagden de VVD'er Weisglas uit om de harde waarschuwing van Bolkestein (“Als het Verdrag van Amsterdam niet aan onze eisen voldoet krijgt het kabinet het moeilijk met ons”) in even harde woorden te herhalen. Weisglas herhaalde daarop Bolkesteins eisen: méér democratie in de EU, vasthouden aan de Nederlandse Eurocommissaris, het nationale gewicht in de EU-ministerraad en het vetorecht aangaande het buitenlands beleid. Hij zei er desgevraagd bij dat het denkbaar is dat de VVD een Verdrag van Amsterdam zou afwijzen als het niet voldoende aan haar eisen voldoet. Maar hij herinnerde er ook aan dat zijn fractie vijf jaar geleden haar bezwaren tegen het Verdrag van Maastricht minder zwaar had geteld in een afweging tegen de hele verdragstekst.“Zo'n afweging moeten we straks weer maken wanneer het Verdrag van Amsterdam er ligt”, zei hij.

Van Mierlo's partijgenoot Van den Bos (D66) wees erop dat het debat, zeker zo laat in de onderhandelingen over de EU-hervorming, een typische lading had doordat de minister niet alleen de Nederlandse regering vertegenwoordigt, die de Kamer moet inlichten, maar tegelijkertijd EU-voorzitter is die zijn kruit droog moet houden voor de onderhandelingen. “De minister spreekt als het ware met een dubbele tong”, zei Van den Bos. De meeste andere fracties zeiden hem dat na. Alleen Weisglas zei hier geen dilemma te zien: “Het is heel simpel, U bent hier als Nederlands minister van Buitenlandse Zaken”, riep hij Van Mierlo toe.

De minister reageerde met de opmerking dat zo'n “subtiel verschil” in het buitenland niet zal worden gemaakt. Hij vroeg er begrip voor dat hij de Nederlandse voorzitterspositie niet wilde beschadigen door gedetailleerd in te gaan op suggesties en bezwaren van de Kamer. Van Mierlo wilde ook pas na beraad in het kabinet, vanmorgen, zijn oordeel geven over de vijftien moties die gisteravond werden ingediend en die later vandaag in stemming zouden komen.

Op die moties heeft Van Mierlo vanmorgen in voorzichtige, algemene termen gereageerd of de uitvoering ervan afgewezen. Dit laatste gold bijvoorbeeld voor een motie van de SP'er Marijnissen die om een raadgevend referendum over het Verdrag van Amsterdam had gevraagd. Ook een motie van de VVD en het GPV tegen de integratie van de Westeuropese Unie in de EU en een bijna Kamerbreed gesteunde motie van Weisglas om niet in het verdrag op te nemen dat het Europese Parlement een aantal keren per jaar in Straatsburg (en niet in Brussel) moet vergaderen werden ontraden.

In sommige gevallen maakte Van Mierlo de Kamer het impliciete verwijt dat zij met haar moties te laat is gekomen om er nog invloed op de verdragstekst te kunnen nemen. Dat gold voor een motie van het Kamerlid Van Rooy (CDA, en mede-ondertekend door PvdA en D66), die vroeg het verschil tussen verplichte en onverplichte EU-uitgaven te laten vervallen zodat het Europarlement een breder controlerecht kan krijgen, en voor een motie-Woltjer (PvdA, mede-ondertekenaars CDA, D66 en GroenLinks), waarin om extra maatregelen ter versterking van het Europese milieubeleid wordt gevraagd.