Klucht stadsprovincies voltooid

De regeringsfracties PvdA, VVD en D66 hebben gisteren overeenstemming bereikt over de stadsprovincies. Om tot een compromis te komen werd door alle partijen een grote hoeveelheid water bij de wijn gedaan.

DEN HAAG, 22 MEI. De politieke klucht van twee heren en een dame is gisteren beëindigd. Na jarenlange vergeefse repetities kwamen de Kamerleden De Cloe (PvdA), Remkes (VVD) en Scheltema (D66) gistermiddag tot een tekst waarmee het dossier-bestuurlijke vernieuwing voor een tijdje de kast in kan. De stadsregio Rotterdam-Rijnmond wordt binnen enkele jaren uitgeroepen tot stadsprovincie, net als het gebied rondom Eindhoven en Helmond. Er komen geen stadsprovincies in Haaglanden en Twente. Een besluit over Amsterdam wordt uitgesteld.

Het is dat de bestuurlijke vernieuwing de burger nauwelijks interesseert, maar anders hadden de regeringsfracties bij de komende verkiezingscampagne vermoedelijk een hoop moeten uitleggen in het land. Bijvoorbeeld waarom de tweede en de vijfde stad van Nederland in een stadsprovincie komen te liggen, de eerste, de derde en de vierde stad niet.

Typerend voor het politieke debat over de bestuurlijke vernieuwing was de persconferentie die De Cloe, Remkes en Scheltema gisteren aan het eind van de middag in het Kamergebouw gaven. Hoewel Scheltema het woord “doorbraak” in de mond durfde te nemen besteedden de drie in hun toelichting vooral aandacht aan de hoeveelheid water die zij bij de wijn hadden moeten doen.

De VVD was eigenlijk tegen de stadsprovincie Eindhoven, de PvdA was in principe voorstander van een stadsprovincie in Haaglanden en D66 had ook Twente liever tot het mekka van de bestuurlijke vernieuwing zien toetreden. Over Rotterdam waren de fracties het om inhoudelijke redenen eens. Remkes deed er niet moeilijk over: de fracties hadden een 'deal' gesloten.

Het was minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) die deze week de knuppel in het hoenderhok had gegooid. Welk voorstel Dijkstal en zijn staatssecretaris Van de Vondervoort de afgelopen jaren ook hadden gedaan, geen ervan werd gesteund door de voltallige coalitie.

De kiem van de onenigheid van de laatste maanden werd gelegd in het 'paarse' regeerakkoord. Daarin werd een cryptische zin opgenomen waarover Dijkstal en de Kamer vier jaar lang over konden redetwisten. Zeven stedelijke gebieden zouden zich ontwikkelingen “in de richting van stadsprovincies”. Ontsnappingskansen te over - voor zowel voor- als tegenstanders. De VVD was immers nooit zo enthousiast over stadsprovincies als de partij die ooit speciaal werd opgericht voor de bestuurlijke vernieuwing, D66.

Anderhalf jaar geleden liep het eerste wetsvoorstel voor de stadsprovincie Rotterdam spaak, met uitgerekend de fracties van PvdA en D66. Zij waren het niet eens met de opdeling van de stad. Die opdeling in vijf nieuwe gemeenten moest voorkomen dat Rotterdam politiek te veel macht kreeg tegenover de overige zeventien gemeenten binnen de stadsprovincie. De taal die de Rotterdamse bevolking in 1995 sprak in een referendum over die opdeling was duidelijk. Dijkstals plannen waren daarmee van de baan. De gemeente Amsterdam had de stadsprovincie door een vergelijkbaar referendum zelf al de rug toegekeerd. Kabinet en Kamer lieten Amsterdam daarna maar buiten de discussie.

Enkele weken geleden deed Dijkstal een nieuwe poging. In het Torentje van premier Kok leek hij overeenstemming te bereiken met de coalitiegenoten over stadsprovincies in Rotterdam, Den Haag en Eindhoven. Na veel touwtrekken bleek Dijkstals eigen VVD echter onverzettelijk: de stadsprovincie Eindhoven mocht er niet komen. “De vriendenclub van de stadsprovincie is niet binnen de VVD-fractie te vinden”, luidde Remkes' zuinige commentaar.

Afgelopen dinsdag, in een nieuw debat met de Kamer, vond Dijkstal het welletjes. De minister die de staatkundige verhoudingen altijd zo nauwkeurig in het oog houdt (“Het kabinet besluit - het parlement stemt in”) besloot de rollen om te draaien. Het voortdurend polsen van de parlementaire reacties op zijn eigen plannen had immers tot niets geleid. De regeringsfracties moesten hem maar per motie vertellen wat zij wilden, dan zou hij wel bekijken of de plannen wenselijk en uitvoerbaar waren. Anders, zo liet hij blijken, was hij bereid te onderzoeken of er met het CDA geen meerderheid was te krijgen.

Zo ver wilden PvdA, VVD en D66 het niet laten komen. Na uren praten vulden De Cloe, Remkes en Scheltema de 'carte blanche' van Dijkstal in. Er rolde een “inhoudelijk goed te verdedigen compromis” uit, zoals De Cloe het noemde. De stad Den Haag kan wel even vooruit met wat meer geld en een drietal nieuwe bouwlocaties in de omgeving. Als na Rotterdam ook Den Haag en zijn randgemeenten tot stadsprovincie zou zijn uitgeroepen was er te weinig van Zuid-Holland overgebleven, luidde één van de argumenten van de VVD. Omwille van het compromis namen de liberalen Eindhoven maar voor lief.

De vraag dringt zich op waar de inhoudelijke discussie over de noodzaak van stadsprovincies is gebleven. De CDA-fractie sprak van “politieke koehandel” en “bestuurlijke vernieling”. Dat is niet terecht, zei Dijkstal in een reactie voor de radio. Hij vindt het voorstel ook “om inhoudelijke redenen zeer wel verdedigbaar”.

De paarse fracties houden het erop dat er na al die jaren knopen moesten worden doorgehakt. Aan de gierende onzekerheid onder bestuurders in de betrokken regio's werd een eind gemaakt. “Men was in die gebieden elkaar de tent aan het uitvechten”, stelde Remkes vast. Als de coalitie een besluit over welke variant dan ook had uitgesteld, dan was er van de bestuurlijke vernieuwing niets terechtgekomen, vond Scheltema. Beter iets dan niets, ook al kijkt niemand met een tevreden blik naar de nieuwe kaart van Nederland.