Willekeur

En als het nu eens kleine hondjes waren, puppy's van twee weken oud, die deze week bij honderdduizenden werden doodgespoten? Maar misschien is dat te makkelijk.

Laten we dan zeggen: muizen. Of nog beter: kuikentjes, van die zachtgele, piepende bolletjes dons van één dag oud. En dat die dan te klein en te talrijk waren om te worden doodgespoten, en daarom in een grote hakmachine moesten, om te worden vermalen tot een bloedige pulp van botjes en veren.

U wist het al. Dit laatste gebeurt al jaren dagelijks met kuikentjes van het mannelijk geslacht. Zij zijn een onnut nevenprodukt van de pluimvee-industrie. De natuur brengt nu eenmaal jongetjes en meisjes voort, iets waaraan sommige mensenouders zich ook zo schijnen te storen - maar bij dieren is het makkelijk opgelost. Massamoord is het recept. Niet alleen bij kuikens: ga eens vragen aan die aardige, alternatieve geitenboer waar u 's zomers altijd geitenkaas koopt, wat er met de bokjes gebeurt die steeds maar geboren worden (meer dan geitjes zelfs, want de natuur slooft zich uit om de balans te herstellen).

Zinloos? Misschien wel. Maar noem mij een staaltje van zinloze wreedheid en ik bied u een erger aan.

Het raadselachtige is de willekeur waarmee de mensen hun verontwaardiging doseren. De afgelopen maanden leek het waarachtig alsof de Nederlanders - zelfs gediplomeerde dierenvrienden, ja, varkensminnaars - geen benul hadden van de miljoenen varkens die in dit keurige land sinds jaar en dag worden opeengepropt in concentratiekampen. De media hebben nooit in de rij gestaan om daar te komen kijken; trouwens, uit de abattoirs worden ze vanouds geweerd. En de vrachtwagens vol met levend vee, die van hier naar alle uithoeken van Europa rijden, door vrieskou of verstikkende hitte, met oponthoud aan grenzen en haast, haast, haast, daarover hoor je ook nooit zo veel.

Maar als door de eigen stommiteit van boeren en overheid een half miljoen biggetjes moet worden doodgeprikt die niet voor menselijke consumptie zijn bestemd, staat alles op zijn kop. En de regering legt een combinatie van protectionisme, hypocrisie en klungeligheid aan de dag die nog het meest doet denken aan de Planta-affaire, zevenendertig jaar geleden.

De mensen zouden van de beelden kunnen schrikken, ocharm. Dat is dezelfde manier van denken als die van een Oosteuropese regering, Albanië meen ik, die kortgeleden wel bleek te weten dat er vergif in het drinkwater zat, maar dat jarenlang stil had gehouden omdat anders paniek zou zijn ontstaan.

Er is geen beginnen aan, om je druk te maken. Selectieve verontwaardiging is altijd nog beter dan volkomen gevoelloosheid - en tot compleet mededogen is geen mens in staat. Alleen dichters wenen om in de knop gebroken bloemen. Alleen kinderen voelen medelijden met een weggegooide stoel die wegdrijft in het kanaal.

En dan hebben we het nog niet eens over de kinderen zelf. Onlangs vertelde een chirurg in de krant dat vaststaat dat ongeboren baby's pijn voelen: reden voor hem om ook bij ingrepen in de baarmoeder anesthesie toe te passen. Een paar kranten later vlamde het debat over besnijdenis weer eens op. De aanstichter, A.F. Mantel (lees zijn stuk: 13 mei j.l. in deze krant) was zo wijs het onnoemelijk kinderleed waarmee dit gebruik gepaard gaat, niet breed uit te meten. Misschien is dat de taak van columnisten, Pam gaf een aanzet - maar ik zie er tegen op om mijn nog ergere verhaal van een mislukte besnijdenis hier te vertellen. Ik word er zelf te misselijk van.

En zo zal alles wel bij het oude blijven.

In ons huis staat een accubak met blaadjes en takjes, en daartussen tientallen rupsen. Leuk, dachten de kinderen op eerste pinksterdag, we maken een rupsenparadijsje. Nu is driekwart dood, de rest beweegt nog maar langzaam. Wij zitten met een rupsen-massagraf.

Biggen, bokken, kinderen, rupsen: waar te beginnen met medelijden? Willekeur is het devies. Vertel mij iets ergs en ik zal het u nog erger vertellen.