Het vacaturetaaltje

Een paar weken geleden, juist toen ik een baan bij de politie zocht, viel mijn oog op een advertentie waarin het Korps Landelijke Politiediensten een beleidsmedewerker vroeg. Liever zou ik veldwachter willen worden maar beleidsmedewerker leek me ook wel wat. Vooral 's winters.

Werkterrein: 'Informatietechnologie en criminaliteit'. Ongeveer het werkterrein van Peter R. de Vries? Dat zou onder 'Taken' duidelijk worden. Daar las ik: 'het signaleren en vertalen naar opsporingsbelangen van relevante ontwikkelingen binnen de informatietechnologie, leidend tot een voortdurende actualisering van de inzet van de divisie CRI op dit aandachtsgebied'. Ik las het nog eens over en nog eens. Tien, twintig keer. Maar bij 'vertalen naar opsporingsbelangen' raakte ik telkens van de weg. Ik gaf het op.

Vorige week kon ik weer bij de politie terecht. Nu in Drenthe. Geeft niet. Die functie zou me trouwens beter passen want de advertentie vroeg een 'senior-beleidsmedewerker' en ik ben erg senior. 'U bent mede verantwoordelijk', stond er, 'voor het vertalen van strategische beleidsvoornemens naar het gebied van P&O en ontwikkelt daarvoor beleidsvoorstellen'. Weer dat vertalen, nu naar een gebied. Naar iets in de buurt van Drenthe denk ik.

Ik had nog iets uitgeknipt van de Generale Thesaurie, want in het blauwe hart van die advertentie stond: 'De actualiteit verveelt nooit', hetgeen prikkelend werkt op iemand die vindt dat weinig zo vervelend is als de actualiteit. Maar in de eerste zin las ik: 'Niet veel bedrijven in Nederland kunnen zich erop voorstaan (-).' Kunnen zich erop voorstaan? Dat kan dus niet in Nederland zijn want daar spreken en schrijven ze Nederlands.

Vooral overheidsinstellingen eisen soms te veel van je. Zo vroeg het Rijksarchief in Noord-Brabant een medewerker communicatie die over communicatieve vaardigheden moest beschikken. Van de advertenties uit het bedrijfsleven valt me op dat ze veelal functies voor Engeland behelzen: human resources manager, sales director, executive, consultant (senior of junior), internal auditor, decision maker. Nooit vragen ze gewoon voor eigen land een bakker (brood en banket), metselaar, schrijnwerker, hoefsmid, boekhouder. En altijd maar weer beleid voeren, stimuleren, aansturen ook, in plaats van zelf te werken. Dus: in een BMW rijden, declareerbaar eten en mobiel telefoneren.

Dikwijls laten ze merken dat ze je al lang kennen: 'U bent enthousiast, gedreven en doelgericht', 'U houdt van teamspirit', 'U bent geen salongeleerde'. Een enkele keer krijg je een impertinente vraag naar je kop: 'Ben jij die fiscaal-econoom of fiscaal jurist die analytisch vermogen koppelt aan (-)' - een vraag kennelijk gemodelleerd naar het taaleigen van sommige contactadvertenties: 'Ben jij die hitsige boy die....'

Het liefst zou ik mijn handen uitsteken in de sociale dienst-verlening of de gezondheidszorg. Maar dat is niet eenvoudig. In de regio Eindhoven-Helmond kan ik zorgmanager worden. Anderen laten werken dus. In Sliedrecht vragen ze een kwaliteitscoördinator in een verpleeghuis. Dat wijst ook niet op zelf iets doen. Om dat te versluieren hebben ze het met woorden die niet bestaan over dingen die niet bestaan: kwaliteits-borging en voorbereiding van een certificeringstraject.

Nee, dan de Boldershof te Tiel, centrum voor dienstverlening aan mensen met een verstandelijke handicap. Daar vroegen ze laatst een zorginhoudelijk deskundige groepsleider. Natuurlijk is hier al lang iemand benoemd van Nijenrode of de Rotterdam School of Management.

Erg is het allemaal niet, maar het zou een teken van beschaving zijn wanneer eenvoudig Nederlands in de plaats kwam van dat onduidelijke, foute, aanstellerige, opgeblazen, modieuze kleren-van-de-keizer-taaltje.