Komst windmolens zaait verdeeldheid in dorpen

De komst van een windmolenpark met tien turbines van 74 meter hoog zaait verdeeldheid in vier dorpen in Friesland.

LEEUWARDEN, 20 MEI. Nieuwe markeringspunten in het landschap of lelijke kolossen die het open karakter van het Friese land aantasten? Inwoners van Wytgaard, Wirdum, Reduzum en Idaerd zijn verdeeld over de aanleg van een windmolenpark tussen de vier dorpen.

De tien turbines, met een totale hoogte van 74 meter, zullen 2,5 kilometer lang evenwijdig aan de spoorlijn en snelweg Leeuwarden-Zwolle komen te staan. Zes boeren in de omgeving willen het park samen met het Leeuwarder energiebedrijf Frigem exploiteren. De molens moeten zes megawatt stroom leveren, goed voor de energievoorziening van vijfduizend Friese huishoudens. De bouw vergt een investering van twaalf miljoen gulden. Toen het plan bijna rond was, mobiliseerden de tegenstanders zich.

A. Jongedijk uit Wirdum richtte in aller ijl het actiecomité 'Windmolens NEE!' op, dat in enkele weken zeshonderd bezwaarschriften van bewoners uit de vier dorpen verzamelde. Jongedijk vindt de locatie voor het park slecht gekozen. “Tien van zulke grote windturbines zet je toch niet tussen vier dorpen in?” Een veel betere plaats vindt ze de Afsluitdijk: “Daar waait het veel meer en heeft niemand er last van. De rest van Friesland kan dan verschoond blijven van deze obstakels.”

J. van den Haak uit Wytgaard ergert zich aan de argumenten van het actiecomité. “Dit is een schone vorm van energie. Een beter milieu begint bij jezelf, maar het heeft mij geschokt hoe weinig die slagzin voor mensen betekent. Iedereen is voor windenergie, maar niemand wil een windmolen in zijn achtertuin.” Zij vindt de draaiende molens juist een mooi gezicht. “Je kunt ze beschouwen als nieuwe bakens in het landschap, net als de kerktorens. Dan weet je als je in de trein zit: hé, daar ligt Wytgaard!”

Jongedijk van het actiecomité zegt op zichzelf niet tegen windenergie te zijn. “Ik ben juist een milieufreak. We hebben in onze woning zonnepanelen en mijn man en ik wilden zelf ooit een windmolen aanschaffen. Omdat de buren er nadeel van zouden ondervinden hebben we daarvan afgezien.” Maar straks kan ze de wieken van de omstreden molens op driehonderd meter van haar voordeur zien draaien. Wanneer de zon op de draaiende rotorbladen schijnt, produceren de molens aldoor terugkerende schaduwen. Ze is bang voor deze bewegende slagschaduw, voor de “flikkering”, voor het “discolicht”.

Uit onderzoek is volgens haar gebleken dat er 63 keer per minuut een hinderlijke lichtflits door haar kamer zal vliegen. “Ook het autoverkeer zal er last van krijgen”, voorspelt ze. Jongedijk vreest tevens lawaaihinder. “Die molens draaien dag en nacht door en 's nachts is het hier normaal gesproken hartstikke rustig.”

Volgens A. van der Weiden, hoofd energiediensten van Frigem, zijn de turbines weliswaar hoog, maar “draaien ze vrij langzaam, met 14 of 21 omwentelingen per minuut.” Dat is volgens hem minder dan bij een sneldraaiende molen. De “flikkering” is slechts een “bewegende vlek”, te vergelijken met een voorbijganger die je op een zonnig terras voor je langs ziet lopen. “Bovendien is er een regelsysteem, waardoor de wieken op een lager toerental kunnen draaien of kunnen stoppen bij te veel slagschaduw”, zegt hij geruststellend. Volgens hem moeten de tegenstanders wel beseffen dat, als er geen windpark komt, elke boer afzonderlijk een turbine bij zijn bedrijf kan plaatsen. “Als we de uitstoot van CO echt willen verminderen en voor windenergie kiezen, zul je windparken moeten accepteren”, vindt hij. “De turbines zijn in staat heel wat schone kilowatturen te produceren. Daar zouden de omwonenden juist trots op moeten zijn”, voegt hij er nog aan toe.

Tegenstander J. de Groot van Dorpsbelang Reduzum is niet overtuigd. Hij denkt dat het Friese landschap ontsierd wordt. “Vijf jaar geleden vond ik een turbine hier en daar in het land nog wel mooi. Nu zie je er steeds meer en langzaamaan ga ik me er aan ergeren. De molens zijn storend, ze overheersen het landschap. Als ik nu naar een dorp in de verte kijk, zie ik geen kerktoren of boerderijen meer, omdat de windmolen alle aandacht opeist.”