Imamura en Kiarostami delen Gouden Palm

CANNES, 20 MEI. Het 50ste internationale filmfestival van Cannes eindigde zoals het was begonnen: gedomineerd door de Aziatische cinema. In de aanloop naar het festival was er veel te doen geweest om de nieuwe films van Abbas Kiarostami (vrijgegeven na druk op de Iraanse regering) en Zhang Yimou (van het hoofdprogramma afgevoerd op aandringen van de Chinese autoriteiten); zondagavond waren het vooral Aziatische films die in de prijzen vielen.

De loodzware, maar juichend ontvangen Smaak van een kers van Kiarostami deelde de Gouden Palm met de Japanse film De aal van Shohei Imamura. Wong Kar-Wai kreeg de regieprijs voor Happy Together. De Caméra d'Or voor de beste debuutfilm ging naar de eerder al in Rotterdam bekroonde Naomi Kawase voor Suzaku. En dan was er ook nog de scenarioprijs voor The Ice Storm van de Taiwanees-Amerikaanse regisseur Ang Lee.

De jury van het festival, voorgezeten door de Franse actrice Isabelle Adjani, verdeelde de prijzen gelijkmatig over negen van de twintig competitiefilms, maar eerde in de eerste plaats de oude meesters: naast Kiarostami (56) en Imamura (70, veertien jaar geleden ook al winnaar van de Gouden Palm met De ballade van Narayama) kreeg de 71-jarige Egyptische regisseur Youssef Chahine, in het hoofdprogramma vertegenwoordigd met de historische film Al Massir (Het lot), een speciale prijs: de Prix du Cinquantième voor zijn gehele oeuvre. De gedoodverfde favoriet Atom Egoyan (36), die het boek The Sweet Hereafter van Russell Banks bewerkte tot een wonderschone film over rouwverwerking en gemeenschapszin, moest het doen met de Grote Juryprijs. Hij kreeg nog wel de internationale persprijs van de FIPRESCI-jury.

De grootste verliezers van de 50ste editie van Cannes waren de Europese films. Welcome to Sarajevo van Michael Winterbottom, twaalf dagen geleden de opmaat voor een groot aantal competitiefilms over geweld, kwam zondag op de palmarès niet voor. Funny Games van Michael Haneke, volgens velen de beste film uit de competitie, werd kennelijk te controversieel bevonden om te bekronen. En de knap geconstrueerde overspelfilm La femme défendue van Philippe Harel kreeg ook niets, ondanks de imposante hoofdrol van de jonge Franse actrice Isabelle Carré. De prijs voor de beste vrouwelijke hoofdrol ging net als vorig jaar (toen Brenda Blethyn uit Secrets and Lies won) naar een relatief onbekende Engelse actrice: Kathy Burke, die in Gary Oldmans regiedebuut Nil By Mouth een mishandelde arbeidersvrouw speelt.

Mede door de beslissing van de jury om de Gouden Palm te laten delen - voor het eerst sinds 1993, toen The Piano en Farewell My Concubine samen werden bekroond - kon bijna iedereen vrede hebben met de palmarès van Cannes 1997. Alleen de twee prijzen voor Nick Cassavetes' She's So Lovely (voor de hoofdrol van Sean Penn, en de techniek van cameraman Thierry Arbogast) waren te veel eer voor een film die in alle opzichten matig was. Een andere Amerikaanse produktie uit het hoofdprogramma, de thriller L.A. Confidential, had meer recht op een prijs gehad. Maar die stond wel erg ver af van de onafhankelijke produkten die de jury van het Filmfestival van Cannes traditioneel zo graag bekroont.