Noodtoestand op de Galapagos-eilanden; Het aangevreten paradijs

Deze maand werd de noodtoestand over de Galapagos-eilanden afgekondigd. Het groeiende aantal inwoners en de toename van het toerisme bedreigen 's werelds belangrijkste natuurpark en de unieke diersoorten daarin. De zeeën tussen de eilanden worden bovendien bedreigd door hun eigen rijkdom aan vis. Een laatste blik op de Darwin-vink.

Lavasteen van jonge en zelfs heel recente vulkaanerupties kleurt de meeste eilanden van de nog steeds licht doorschokkende Galapagos in tinten van vaalgeel via donkerrood tot bruin. De meest actieve vulkaan, de Ferdinandu, had nog uitbarstingen in 1966 en in 1995. De eilanden zijn geologisch uniek, niet ontstaan door het losraken van een vaste kust, maar door vulkanische activiteit. Sommige 'canals' tussen de eilanden zijn meer dan 2.000 meter diep.

Fantasieën over een weelderige plantengroei en een massaliteit aan dieren worden snel gecorrigeerd door een werkelijkheid van net-niet verdorrende (boom)cactussen, variërend in hoogte en omvang, bleke doornige struiken zoals de Scutia pauciflora, waaraan vele scherpe doornen maar nauwelijks een blad te ontwaren valt, en mosachtige vegetaties in geel, rood of bleek groen. Er zijn maar weinig eilanden - Isabela en Santa Cruz, waar mensen als inwoner getolereerd worden - waar de kleur groen overheerst in nevelwoudjes vol met tot bomen uitgegroeide broccoli, bananenpalmen en grasland met koeien.

Op Santa Cruz, in en rond Puerto Ayora, lijkt de essentie van het biologenparadijs Galapagos alleen nog maar te ontwaren in de huis-aan-huis gevestigde kroegjes en winkeltjes met T-shirts vol handgeschilderde afbeeldingen en een eindeloze hoeveelheid uitgesneden beeldjes van zeeleeuwen en schildpadden. Er is, evenals op Isabela, een haventje waar de aan en af varende bootjes en boten die, uitsluitend met gids, de eilanden bezoeken, olie en water innemen en afval afgeven. Santa Cruz beschikt over een rommelig luchthaventje vlak voor de kust, waar vliegtuigen met bijbehorend lawaai en stank enige malen per dag hun toeristische lading uit Quito en Guayaquil komen halen en brengen.

“De grootste bedreiging van de Galapagos bent u”, zegt de gids. De in Berkeley opgeleide en in zijn geboorteland teruggekeerde bioloog staat met priemende ogen frontaal tegenover het groepje geïnteresseerden. “De mens is de belangrijkste bedreiging van dit park.” We worden dan ook aan een streng regime onderworpen opdat de natuur niet wordt verontreinigd. leder papiertje, ieder peukje aan boord - we varen per boot van eiland naar eiland, gedurende soms ettelijke uren want de afstanden zijn groot - wordt verzameld en in containers aan wal gebracht.

Het systeem werkt voortreffelijk naar het lijkt. Op de hele reis is er geen spoor van enig afval te zien. Iets meenemen van de eilanden is niet toegestaan: geen veertjes dus en geen schelpjes of stukjes koraal als romantisch souvenir. Schoeisel wordt schoongespoeld elke keer dat we aan boord gaan, om overdraging van eventuele ziektebronnen tussen de eilanden te voorkomen.

De voorzorgsmaatregelen zijn kennelijk niet afdoende geweest. Begin deze maand, vlak na onze reis, hebben de autoriteiten op de Galapagos-eilanden de noodtoestand afgekondigd. Alleen de vaste bewoners mogen nog op de eilanden verblijven. Toeristen dienen een verblijfsvergunning aan te vragen. Ook komt er een visverbod rond de eilanden, waarvan alleen vissers met een vergunning zijn uitgezonderd. De maatregelen zijn een reactie op de waarschuwing van de Verenigde Naties, dat de natuur op deze Ecuadoraanse archipel in de Grote Oceaan onaanvaardbaar achteruitgaat.

Landleguaan

De naam van Charles Darwin wordt gretig aan de rond de evenaar uitgestrooide eilanden gekoppeld. Er is sinds 1964 op het eiland Santa Cruz een mooi biologisch research centrum dat de naam 'Darwin Institute' draagt. De grote geleerde zelf is ooit slechts een dag of tien ter plekke geweest. Hij schijnt een hekel aan schildpadden te hebben gehad. Zijn theorieën over natuurlijke selectie had hij toen al in het hoofd en in belangrijke mate aan zijn aantekeningenboeken toevertrouwd. De Galapagos hebben hooguit bevestigingen opgeleverd voor zijn in 1859 gepubliceerde, wereldschokkende Origin of Species.

Voor zover er overigens van specifieke selectie op de Galapagos sprake is (geweest) lijkt deze vooral in verband te moeten worden gebracht met het overleven (survival) van dieren binnen landschappelijke en klimatologische omstandigheden en minder aan interactief dierlijk biologische factoren. Er zijn voor de dierlijke bevolking zo weinig natuurlijke vijanden, dat vrijwel ieder dier ter plekke bereid is de mens tot op intieme afstand te laten komen.

Een bizarre ervaring. Het dier is zich van geen kwaad bewust dat in de mens of in enig ander dier zou kunnen schuilen. Het laat zich van dichtbij fotograferen en eventueel zelfs aanraken, al is dat niet de bedoeling. Voor onderzoekers is deze situatie ideaal omdat er zich in feite een natuurlijke laboratoriumsituatie voordoet van klimaat, landschap, plant en dier. Een systeem dat niet bijzonder complex is, en dus gemakkelijk observaties toestaat en samenhangen zichtbaar kan maken zonder al te veel interventie veroorzakende variabelen.

Overal tref je zeeleeuwen aan, met en zonder oortjes. Je kunt tussen ze door snorkelen en ze lijken het soms zelfs aardig te vinden om een spelletje met je te spelen. Dicht aan de kust, op de rotsen kruipen zwarte en oranje krabben rond, en honderden zeeleguanen, soms vrijwel onzichtbaar door hun uitgekiende zwartgroene schutkleur. Op een aantal eilanden, zoals bijvoorbeeld Genovesa, vind je de landleguaan met zijn kerriekleur, die in het zand holletjes heeft en daar zijn jongen grootbrengt. Ieder heeft zo zijn plek en ze vallen elkaars territorium niet lastig, maar ze lijken elkaar ook weinig lief te hebben waardoor van vermenging nauwelijks sprake is. Nogmaals, de dierlijke interactie is beperkt.

Op een ander eiland vind je plotseling een grote kolonie roodvoet- of blauwvoet Jan van Genten. Daar wordt de bezoeker soms bewaaierd met het dons dat de jonge vogels van zich afschudden bij hun vliegoefeningen. Er is nauwelijks sprake van seizoenen en dus zijn alle stadia van ontwikkeling tegelijk te zien: de moeder op het ei, het ei dat opengaat, het jong dat gevoed wordt, het jong dat gaat lopen en zich plots van de macht van zijn vleugels bewust wordt, de puber die naar de railing van langsvarende boten vliegt en nog wacht op zijn definitieve kleur.

Maar de rood- en blauwvoeten blijven ook weer ieder op hun eigen territorium, hun eigen eiland. Zo zit de blauwvoet specifiek op Española en de roodvoet op Santiago. De witte Jan van Gent, ietwat forser dan de hier bekende, is wat dat betreft kennelijk iets minder kieskeurig en soortgevoelig dan zijn gekleurde soortgenoten en voegt zich dicht naast de andere. Dat geldt overigens ook voor de overal rondzeilende fregatvogel waarvan het mannetje met zijn felrode krop een soort informeel symbool van de eilanden is geworden.

De pelikaan zie je minder frequent, maar is aanwezig waar vis te vinden valt en dat is overal en in overvloed. En wanneer de keuken aan boord zijn overtollige etenswaren via de maler overboord loost, dan zwermen grote felblauw met geel gestreepte vissen rond de boot en ruimen alles in de kortst mogelijke tijd op. Ze worden geholpen door kleine, 'vegetarische' haaien en als het schemerig wordt en de lichten aangaan, zijn er de vliegende vissen die pijlsnel over het water scheren. Het onderwaterbeeld bestaat uit de meest uiteenlopende en kleurige vissoorten.

Geiten

De bioloog-gids beklaagt zich er over dat de Galapagos slechts een natuurpark is. Volgens hem zou het noodzakelijk zijn er tevens een zeepark van te maken. De zee biedt een unieke variatie aan dieren en planten maar is, ook al liggen de grote vaarroutes om de eilandengroep heen, bijzonder kwetsbaar. Vissers van het Zuidamerikaanse vasteland en van de overkant van de oceaan uit Japan zetten in de rijke visgronden graag hun netten uit. Er is een continue oorlog gaande tussen de vissers en het parkbeheer dat niet wenst dat hier gevist wordt. Sancties zijn er echter nog nauwelijks. De vissers worden er zelfs van verdacht uit pure rancune al tot tweemaal toe brand gesticht te hebben op enkele eilanden. De vegetatie bleek zo hittebestendig dat er nauwelijks kwaad is geschied, maar het tekent de verhouding met het vasteland.

De overheid van Ecuador lijkt vooral op te vallen door bureaucratische bemoeizucht, maar verder weinig substantieels bij te dragen aan het onderhoud en bescherming en behoud van het immense park. Hoe houdt het in 1959 met behulp van de UNESCO onder de 'Charles Darwin Stichting' gebrachte en tot 'Nationaal' uitgeroepen park zichzelf in stand? Over de gehele wereld zijn er donateurs van de stichting. Maar de belangrijkste donateurs zijn toch de 50.000 toeristen per jaar - hoezeer zij de eilanden ook bedreigen. De ongeveer honderd dollar die ieder per bezoek moet betalen is meer dan nodig, maar lang niet toereikend. Er is een chronisch gebrek aan geld om mensen aan het werk te houden bij het onderhoud, bij de controle van land en water, bij het onderzoekscentrum. Daar zitten overigens ook veel vrijwilligers bij: een aantal gidsen en jagers.

Per jaar moet ongeveer 100.000 dollar worden uitgegeven aan jachtprojecten. In de afgelopen paar honderd jaren zijn niet alle langsvarenden even voorzichtig geweest als de huidige ecologische passant met zijn dwangmatig nauwkeurige gids. Schepen hebben aangelegd en lieten (on)gedierte achter. Koeien, varkens, ezels, honden, bijbehorende ratten en katten en ander, zich van Darwin weinig aantrekkend gedierte. Een deel van de gedomesticeerde dieren verwilderde en werd een regelrechte bedreiging voor fauna en flora. Zoals de geiten. Die werden hier en daar gewoon losgelaten, ze waren toch gemakkelijk terug te vinden op de beperkte oppervlakte van de eilanden. Naast de ratten werden ze de grootste bedreiging van verschillende eilanden en hun ecologisch evenwicht.

Op San Cristobal en Española werden de (land)schildpadden vrijwel uitgeroeid omdat ratten zich te goed deden aan hun eieren en jongen. Tot drie jaar oud is een schildpadje niet opgewassen tegen een volwassen rat. Op een aantal eilanden vreten de zoutwater drinkende geiten de karige vegetatie op. Van doornen hebben ze geen last, ze trekken de lage struiken los uit de minimale bodem - een dun laagje grond op een basis van lavasteen - en erosie is het gevolg.

Het toch al beperkte regenwater wordt niet meer vastgehouden en de grond spoelt weg. Leguanen en schildpadden maar ook vooral vogels zoals de uilen en de beroemde Darwin-vinken moeten het dan laten afweten en verdwijnen. De spotvogel houdt het iets langer vol, maar ook die kan het uiteindelijk in de droogte niet bolwerken. Er zijn dus wel degelijk vijanden van de eilanden en hun unieke bevolkingen, maar het zijn onnatuurlijke door de mens geïmporteerde vijanden.

Mannetjesexemplaar

Bijna dertig jagers zijn continu op geiten-, katten- en rattenjacht. Het zijn blijvende en terugkerende kosten omdat zowel de geiten als de katten en de ratten zich zo enthousiast vermenigvuldigen dat ze nooit geheel kunnen worden uitgeroeid. De UNESCO is af en toe bereid een dergelijk jachtproject te steunen, maar er is zeker geen sprake van een ieder jaar terugkerende bijdrage. Ecuador, waaronder de eilandengroep bestuurlijk valt, is daarbij dermate arm dat geld voor een gebied als de Galapagos amper beschikbaar komt. Men heeft zelf al zo veel te stellen met de eigen water-, vervoer- en energievoorziening op het vasteland dat men het stiefkind Galapagos nauwelijks kan steunen en het dan maar vooral dwars zit met bureaucratische verordeningen. De beheersorganisatie van het Nationale Park besteedt dan ook veel vruchteloze uren aan overleg dat niet veel meer oplevert dan nieuwe verordeningen.

Op het Darwin Institute doet men, naast het eigenlijke onderzoeks- en voorlichtingswerk, zijn uiterste best om betere ecologische situaties te scheppen. Af en toe een vrijwel onmogelijke opgave, gezien het belang dat bijvoorbeeld de vissers zichzelf toedichten. Of de ongeveer 15.000 eilandbewoners.

Toch zijn er af en toe succesjes. Zoals het opvoeren van de schildpaddenstand. Dat project is een boeiende onderneming geweest. In totaal waren op de Galapagos veertien schildpadsoorten bekend waarvan er rond 1900 al drie waren uitgestorven. Van enkele andere soorten zijn nog slechts een paar exemplaren over. Op Española waren in 1970 nog twee mannetjes en twaalf vrouwtjes van de Pinta-soort overgebleven - de rest was verdwenen, opgevreten door de ratten.

De stichting, die het Darwin Research Institute gestalte gaf, nam de overgebleven exemplaren onder haar hoede. Die zette schildpadjes uit van een leeftijd waarop ze niet meer kwetsbaar waren voor ratten en katten. Het bleek echter al snel dat de mannetjes niet bereid waren de vrouwtjes te bevruchten en er gebeurde dus niets.

Een speurtocht over de wereld leidde uiteindelijk naar Californië waar in een dierentuin nog een mannetjesexemplaar van deze ondersoort gevonden werd dat wel in staat bleek vruchtbaar werk te verrichten. Hij werd naar het instituut op Santa Cruz gehaald en deed voortreffelijk werk. In 1990 konden 328 exemplaren naar hun oorspronkelijke eiland worden teruggebracht en in 1995 waren dat er zelfs een kleine duizend. De volgende groep jonkies banjert nu nog rond in keurige door mensen gemaakte kooien, maar straks mogen ook zij het avontuur aangaan. Ze blijken zich namelijk redelijk goed aan te passen aan hun oorspronkelijk natuurlijke situatie en maken op dit moment deel uit van een van de meer geslaagde projecten.

Met restauratie van een ecologisch evenwicht heeft dit alles natuurlijk niets meer te maken. Het is een gebaar, een signaal, dat de mens zijn historische, natuurlijke rijkdommen serieus neemt. De huidige situatie op de Galapagos-eilanden vormt tegelijkertijd een signaal dat vele andere mensen een dergelijk historisch, biologisch-wetenschappelijk belang maar al te graag en al te gemakkelijk ondergeschikt maken aan hun eigen korte-termijnbelangen.

Van dat andere signaal, het uitroepen van de noodtoestand, valt ook niet veel te verwachten. Het geld ontbreekt om de noodzakelijke maatregelen effectief in te voeren. Herstel van het ecologisch evenwicht zal ettelijke decennia vergen. Waarschijnlijk is dat al veel te laat.