Beleggers hebben niets te klagen

Jaarverslag Klachtencommissies Effectenbedrijf, Optiebeurs en Financiële Termijnmarkt. Nes 49. 1012 KD Amsterdam.

Mooie beursjaren, weinig klachten? Het aantal klachten dat beleggers op de financiële markten indienen over banken, commissionairs en vermogensbeheerders daalt gestaag. De drie klachtencommissies van de effectenbeurs, optiebeurs en Financiële Termijnmarkt Amsterdam hebben steeds minder te doen, zo blijkt uit het jaarverslag van het drietal klachtenafhandelaars over 1994 en 1995. Kwamen in 1993 nog 124 klachten binnen, in 1994 was dat gedaald tot 106 en het jaar daarop tot 95.

Opbeurend is de inhoud van het verslag nooit. De jacht op het grote geld brengt niet direct het beste in de mens naar boven. De klachten lopen uiteen van verkeerd uitgevoerde en administratief onjuist verwerkte orders (effecten gekocht in plaats van verkocht, 1500 aandelen gekocht in plaats van: voor 1500 gulden) tot ondeugdelijke vermogensbeheeradviezen, gerommel met de inschrijfvoorwaarden op een beleggingsfonds en roekeloze financiële praktijken.

De oudste klachtencommissies zijn die van de effectenbeurs en de optiebeuers (1982), gevolgd door de oprichting in 1990 van vergelijkbare commissie van de Financiële Termijnmarkt. Beleggers kunnen klagen bij de klachtencommissies als zij met de betrokken banken of commissionairs op de beurs niet tot een oplossing komen. De uitspraken zijn bindend en laten in principe geen hoger beroep open, ook niet bij de gewone rechter.

Het dubbele jaarverslag is een toonbeeld van genuanceerde uitspraken. Bijvoorbeeld over de spaarster die over een jaar een huis wilde gaan kopen en in de tussentijd wat meer rendement wilde op haar spaargeld. Op advies van haar bank kocht zij aandelen in een rentegroeifonds en een obligatiefonds van dezelfde bank. Zekere beleggingen, zonder groot risico.

Helaas. Begin 1994 zorgde grote onrust op de obligatiemarkt voor een sterke stijging van de rente en dus dalende obligatiekoersen. De spaarster die was gaan beleggen kreeg van de bank te horen: houdt de aandelen, deze rentestijging is tijdelijk. Helaas, het was niet tijdelijk. De Klachtencommissie tikte de bank niet op haar vingers wegens haar advies om de aandelen in de beleggingsfondsen maar te houden. Maar de bank was wel voorbij gegaan aan de uitdrukkelijke wens van de spaarster tot vermijding van risico's en absolute financiële zekerheid. Eind van het liedje: een gedeeltelijke schadevergoeding.

Of de beleggers die aandelen hadden gekocht in een nieuw beleggingsfonds en een jaar later begrepen dat het fonds in grote problemen verkeerde en de beleggingsvoorwaarden zonder hun medeweten waren gewijzigd. Wat bleek? De aanbieder van het fonds zag de belangstelling tegenvallen en wijzigde, zonder toestemming van de Nederlandsche Bank, de inschrijvingsvoorwaarden. De klachtencommissie maakte korte metten met deze aanbieder: een misleidend prospectus en onzorgvuldig gedrag, met als gevolg een schadevergoeding.

Triest leest het verhaal van de kleine zelfstandige met een kamerverhuurbedrijf die met een bankkrediet van een miljoen gulden (gedekt door hypotheek op zijn panden) op de optiebeurs ging speculeren. Eerst was er winst, later liep het verlies op tot 1,3 miljoen gulden, en toen opeens tot 6,7 miljoen gulden. Tweemaal kwam de speculerende kamerverhuurder uit de verliezen, maar twee keer weigerde hij te stoppen. Dat deed uiteindelijk de bank voor hem.

Eigen schuld, dikke bult? Niet voor de klachtencommissie. Die redeneert dat de bank kon weten dat de financiële waaghalzerij werd uitgevoerd met een flinterdun vangnet: het kamerverhuurbedrijf had nauwelijks financiële reserves. De bank had “grote terughoudendheid” moeten betrachten bij deze speculatieve financieringen en had haar cliënt beter moeten begeleiden en eerder moeten ingrijpen. Vanwege deze zorgplicht die op de bank rust, wordt de klacht gedeeltelijk toegewezen.