Veel haken en ogen aan verdrag tegen kunstsmokkel

DEN HAAG, 16 MEI. Beter ten halve gekeerd dan ten dele gedwaald. Dat vindt het Kamerlid Vos (VVD) over het omstreden Unidroitverdrag over de teruggave van gestolen of gesmokkelde cultuurobjecten. Minister Sorgdrager (justitie) wil dat Nederland toetreedt tot dit verdrag, niet in de laatste plaats om af te komen van het imago van doorvoerland voor kunst met een luchtje.

Ook voorstanders van het verdrag moeten echter toegeven dat er weinig concrete bewijzen voor dit slechte imago zijn. Dat er in de wereld heel wat cultuurschatten worden geplunderd staat echter buiten kijf.

De museumvereniging steunt het Unidroitverdrag maar de georganiseerde kunsthandel is fel tegen. Het verdrag heeft in elk geval de nodige juridische haken en ogen, zo bleek op een conferentie over de internationale bescherming van cultureel erfgoed, die juristen van de Vrije Universiteit in Amsterdam hadden georganiseerd in de Haagse Pulchri Studio.

Het begint al met de wel zeer ruime definitie van beschermd cultuurobject. Men kan het zo gek niet bedenken of het valt eronder - van de Hermes van Praxiteles tot postzegels, belastingzegels of klassieke auto's (en in Nederland vijf draaiorgels). Dat maakt dat veel meer mensen met het Unidroit-verdrag te maken kunnen krijgen dan men wellicht denkt, waarschuwde de Amsterdamse kunsthandelaar V.J. Geerling. De termijn waarbinnen teruggave met behulp van de rechter kan worden afgedwongen is bovendien uitzonderlijk lang, vijftig of zelfs zeventig jaar.

Dat geldt alleen voor toekomstige transacties, merkt minister Sorgdrager geruststellend op, het verdrag heeft geen terugwerkende kracht. De lengte van de verjaringstermijn maakt echter dat ook oude bezitters in de toekomst voor lastige vragen kunnen worden gesteld. Geerling: “Wie kan over twintig jaar nog aantonen hoe iemand in een vorige generatie een object heeft verworven”?

Het Unidroitverdrag heeft niet alleen betrekking op gestolen kunstvoorwerpen maar ook op objecten die in strijd met een plaatselijk exportverbod in circulatie zijn gekomen. Sommige landen van herkomst hanteren zeer ruime verboden terwijl controle vrijwel afwezig is. De mogelijkheid voor de Nederlandse rechter om opgeklopte vorderingen tot teruggave te toetsen is echter beperkt.

Een teer punt is niet in de laatste plaats dat de bezitter te goeder trouw van een teruggevorderd cultuurobject alleen recht heeft op een tegemoetkoming als hij aantoont al het mogelijke te hebben gedaan zich te vergewissen van de herkomst. Het is in de kunsthandel echter zeer gebruikelijk dat klanten om privacy- (of fiscale) redenen onbekend wensen te blijven. En zelfs voorzien van de nodige papieren staat nog te bezien of de bezitter bij teruggave de werkelijke waarde ontvangt. Dit is een onverzekerbaar risico, heeft verzamelaar J.P. Dufoer ervaren. Hij voorspelt dat collectioneurs bij aanneming van het verdrag hun troetelkinderen in het buitenland zullen onderbrengen. Een aantal EG-landen heeft al laten weten het Unidroitverdrag niet te zullen ondertekenen.

Temidden van alle kritiek bleef directeur H.W. Brinkman van de museumvereniging vierkant vóór het verdrag. Hij erkent dat de Unidroit-formule “lastige” kanten heeft. Desgevraagd gaf hij ook toe dat het niet wenselijk is als het komt tot een breuk tussen de museumwereld en de particuliere verzamelaars, die immers een belangrijke aanvoerlijn vormen voor de publieke collecties. Toch brak hij een lans voor aanvaarding van het verdrag op grond van een “eenvoudige ethisch-politieke keuze”. Verdragen over bedreigde diersoorten en chemische wapenen zijn ook niet ideaal, maar maken toch verschil.

Brinkman verweet de critici dat zij geen alternatief bieden voor de Unidroit-formule. Daar is het samenwerkingsverband van de georganiseerde kunsthandel wel degelijk mee bezig, was de repliek van W.E. Bouwman (Vereniging van handelaren in oude kunst). De kunsthandel wil graag praten met de museumvereniging over directe hulp aan met plundering bedreigde landen. Unidroit dreigt echter alleen het paard achter de wagen te spannen.

Minister Sorgdrager verwacht aan de bezwaren een heel eind tegemoet te kunnen komen in de wet waarbij het verdrag in Nederland wordt ingevoerd. Maar het valt niet in te zien hoe zij deze belofte kan waarmaken, zei M.S. van Gaalen van de Vrije Universiteit. Nationale wetgeving kan niet afdoen aan een internationaal verdrag als dit eenmaal is aanvaard. Het Unidroitverdrag is een kwestie van “take it or leave it”, concludeerde de voorzitter van het afsluitende forum, prof. R. de Leeuw, de nieuwe hoofddirecteur van het Rijksmuseum.