Theaterfestival

Al te vaak overkomt het me en ik weet dat ik de enige niet ben: ik las enthousiasmerende recensies of ik werd overtuigend aangemoedigd om iets, een film, een toneelstuk, een expositie, toch vooral niet te missen. Maar ik ging niet. Geen tijd. Geen energie. Vergeten. Uitverkocht.

Al weg. Gold het advies een film dan is er niets aan de hand. Films blijven. Ze duiken altijd weer ergens op, al was het maar op de televisie. Exposities blijven niet, maar de componenten ervan zijn onvergangelijk en doen zich wel weer eens ergens voor. Maar toneel, dat verdampt. Wat achterblijft is parfum: de verlekkerde verhalen van hen die erbij waren en genoten.

Het omgekeerde ken ik ook: ik zie een weergaloze voorstelling, ik waar rond als een missionaris, maar uitgerekend de geliefden met wie ik juist dit stuk in deze uitvoering had willen delen, slagen er niet in om te gaan.

Gelukkig is er een tweede kans. Gelukkig bestaat al jaren het Theaterfestival, een nazomerse verzameling reprises van voorstellingen van het vorige seizoen. Een uit een aantal theatercritici samengestelde jury zoekt twaalf voorstellingen uit die samen uitmaakten wat het afgelopen theaterseizoen betekende. Voor zover mogelijk worden die voorstellingen opnieuw, dit jaar in Amsterdam, een aantal malen uitgevoerd.

Dat uit die twaalf door een 'Erejury' weer een winnaar wordt uitgekozen, interesseert me nauwelijks. Waar het om gaat is dat er een nieuwe mogelijkheid is om iets te gaan zien of iets te laten zien. Een tweede kans.

Een jury heeft het recht autonoom te kiezen. Maar een publiek heeft het recht verwachtingen te koesteren. Groot is de teleurstelling over de lijst van het Theaterfestival voor dit jaar. Natuurlijk, het is geweldig dat Bernadetje erop staat, het geniale botsautootjesballet van Alain Platel. En zeker, Een soort Hades van Toneelgroep Amsterdam hoort erop thuis.

Maar is dit geheel nou de essentie van wat het seizoen 1996/1997 heeft opgeleverd? Die negen kleine tot zeer kleine, om niet te zeggen marginale voorstellingen, naast die drie heel grote, keurig verdeeld gekozen uit wat de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden voortbrachten? Het lijkt wel of er daartussen niets is klaargespeeld.

En Vrijdag dan, waarmee de Haagse groep Stella bewees dat dat ouwe stuk van Hugo Claus nog altijd verschrikkelijk veel pijn kan doen? Waar is Mijn hondemond, het grootse saluut van het gezelschap De Trust aan leermeester Werner Schwab? Waar is Kaspar van Frans Strijards, melancholiek en muzikaal en autistisch, waar is Het cryptogram dat Peter de Baan aangreep om een dertienjarige jongen even professioneel te laten glanzen als veterane Geert de Jong?

Kortom, de selectie van het Theaterfestival lijkt een ongeïnspireerd compromis tussen het Vlaams en Nederlands theater, een tuiltje verantwoorde smaak voor het beschaafde experiment. Geen jurylid zal zich er een buil aan vallen, geen theaterliefhebber wordt er veel wijzer van. Te nondescript, te grauw.

Ik hoop voor het college van juryleden van het Theaterfestival dat de Rotterdamse Schouwburg, die in september haar eigen theaterfestivalletje organiseert, Oh, Johnny! op haar lijst opvoert, het snijdend-sprankelende muziektheaterstuk over Johnny Jordaan en zijn smartlappen. Gezien door veel te weinig mensen, weg eer men het in de gaten had. Wellicht door de hele jury per ongeluk overgeslagen.