Gedenksteen voor 24 vergeten verzetsstrijders uit het Gooi

Ruim vijftig jaar nadat 24 Gooise verzetsstrijders door de Duitsers zijn vermoord is alsnog een gedenksteen geplaatst in Maastricht, in het franciscaner klooster waar hun doodvonnis werd uitgesproken.

MAASTRICHT, 16 MEI. Meer dan een halve eeuw na hun dood zijn ze aan de vergetelheid ontrukt, de 24 Gooise verzetsstrijders die in de nazomer van 1941 door de Duitsers werden opgepakt en op 10 mei 1942 in het kamp Sachsenhausen met een nekschot een voor een werden gedood. In een zijstraatje van de Tongersestraat in Maastricht, op de plaats van het vroegere franciscaner klooster waar hun doodvonnis werd uitgesproken, is precies 55 jaar na hun terdoodveroordeling een gedenksteen aangebracht. Op de steen staan naast de namen van de geëxecuteerden enkele regels uit een gedicht dat een van hen, Jaap Sickenga, vijf dagen voor zijn dood schreef: 'Ons bedreigt 'n andere dood dan 't lood - onverschilligheid. Die daaraan lijdt sterft voor zijn tijd.'

Het Maastrichtse proces tegen de Gooise verzetslieden (34 werden er opgepakt en naar de Scheveningse gevangenis gebracht), is waarschijnlijk in de vergetelheid geraakt, omdat veel meer aandacht is uitgegaan naar een groot proces dat in maart 1942 voor een Wehrmacht-rechtbank in Den Haag werd gehouden. Daar stonden toen 86 gevangenen uit het Scheveningse 'Oranjehotel' terecht, van wie er tachtig ter dood veroordeeld en begin mei dat jaar 72 in Sachsenhausen werden terechtgesteld. Dat proces bracht zoveel werk voor de Haagse rechtbank met zich mee, dat de 34 gevangenen van de Gooise groep naar Maastricht zijn overgebracht, waar de Wehrmacht een vleugel van het franciscaner klooster had gehuurd.

“We kwamen van de hel in de hemel terecht”, zegt de 79-jarige Tini Knecht uit Bussum, die als enige van de ter dood veroordeelden aan de executie ontkwam. Knecht: “In Scheveningen ben ik veel geslagen, maar in Maastricht hebben ze nooit een vinger naar me uitgestoken. We kregen ieder een kloosterkamer en er werd voor mij zelfs een vrouwelijke bewaker aangesteld, al was ik de enige vrouwelijke gevangene. Maar toen die weigerde mij maandverband te brengen heb ik gezegd dat ik haar nooit meer wenste te zien. Van toen af ben ik bewaakt door Jupp, een oudere dienstplichtige, die me zeer hoffelijk heeft behandeld. Hij zei een keer tegen mij: dankzij jullie soort mensen hoeven de Nederlanders nog geen 'Heil Hitler' te roepen. Je had Duitsers en Duitsers, ik maakte er gebruik van dat die dienstplichtigen daar tegen hun zin zaten.”

De Gooise verzetsgroep is eind augustus en begin september 1941 door de Wehrmacht opgerold. Het proces in Maastricht bestond uit een lang verhoor door de rechters. Tini Knecht: “Daar kreeg ik al vrij snel in de gaten dat ze niets van mij wisten. In mijn papieren stond dat ik getrouwd was met een militair en twee kinderen had. Kennelijk had een van die Duitsers mij willen helpen. Dat verbaasde mij niets, want het waren allemaal dienstplichtige juristen die daar in Maastricht tegen hun zin werkten. Ik heb me toen mooi van de domme kunnen houden.”

Op 22 april werd niettemin het doodvonnis uitgesproken over haar en 23 medeverdachten: “Iedereen nam het vonnis gelaten op. We wisten waar we aan begonnen toen we in het verzet gingen.” Op 9 mei droeg de aalmoezenier nog een mis op voor de veroordeelden waarin de dood en het afscheid veel aandacht kregen en diezelfde nacht hoorde Tini Knecht aan het gestommel op de gang dat haar medegevangenen werden weggevoerd. Knecht: “Even later ging mijn deur open. Daar stond een Duitse officier die me feliciteerde, ik dacht met mijn verjaardag, maar hij vertelde me dat mijn straf was omgezet in levenslang. Ik zou naar Scheveningen worden teruggebracht en ik moest beloven dat ik nooit van mijn leven nog een woord over mijn proces zou zeggen. Ik dacht: dat is dus de man die mijn papieren heeft verdonkeremaand. Ik heb hem na de oorlog nog proberen op te sporen in Duitsland, maar ik heb hem niet meer kunnen vinden.”

Wat er met de andere veroordeelden is gebeurd, heeft Tini Knecht nooit geweten, totdat twee jaar geleden een nabestaande van een van de slachtoffers, Wim Burger, in het boek Verzetspioniers onthulde dat de doodvonnissen in Sachsenhausen voltrokken waren.

Tini Knecht las tijdens de oorlog in de krant dat zij ook ter dood gebracht was: “En na de oorlog kwam er post voor mijn nabestaanden: ik kwam postuum voor het Verzetskruis in aanmerking als mijn familie drie getuigen kon vinden die een verklaring zouden afleggen over wat ik in het verzet had gedaan. Toen heb ik teruggeschreven dat ze die onderscheiding maar in hun haar moesten smeren, maar later heeft prins Bernhard zich er persoonlijk voor ingespannen dat ik het Verzetskruis toch nog kreeg.”